Van Salamanca naar Santiago de Compostela over de Via Mozárabe -
een alternatieve route op de Via de la Plata.
Wat míj zal boeien tijdens deze tocht van zo’n 600 km? Dat is voor mij het grote onbekende. Het fysieke avontuur, de natuur, de cultuur, de geestelijke ontdekkingsreis, de rust en de stilte. Bezinning, waar je niet mee vertrekt maar wat je wel ervaart onderweg. Ik zal ontegensprekelijk mezelf tegen komen tijdens stille momenten op de Camino. Mijn tekorten en onzekerheden zullen onvermijdbaar boven komen drijven. Ik zal vele anderen ontmoeten, medepelgrims, hospitaleros en dorpelingen. Gesprekken voeren met die mensen of misschien gesprekken uit de weg gaan. Na het ontmoeten komt ook altijd het afscheid. Eén ding is zeker, niets moet maar alles kan. Het doel op zich is niet het belangrijkste, maar wel de ontmoetingen onderweg, in welke vorm dan ook. Het toeval omarmen als basisgedachte.
Alle zekerheden en comfort achter me latend, ga ik dus weer op weg…
Planning:
Op maandag 17 mei vertrek ik met Iberia vanuit Brussel naar Madrid.
Vanuit Madrid neem ik de bus naar Salamanca.
Vanuit Salamanca loop ik naar Santiago en dan door naar Finisterra.
Vanuit Finisterra neem ik de bus naar Santiago.
Op maandag 14 juni vlieg ik met Iberia vanuit Santiago via Madrid terug naar Brussel.
Ik ga op weg. Mijn leven is van mij; vrij als de einder, ongebonden als de wind…
Enkele eeuwen voor onze jaartelling voerden de Romeinen oorlog om Spanje te veroveren. Spanje was belangrijk vanwege de vele grondstoffen. Het had tevens veel vee en graan. Om het land te veroveren, waren er goede wegen nodig om de troepen te kunnen verplaatsen. De eerste gegevens van het tracé van de Via de la Plata dateren uit ca. 100 jaar vóór Christus. In de tijd daarvoor was er al provisorisch een weg gebaand door bewoners, die hun vee verplaatsten op zoek naar geschikte plaatsen om het te laten grazen. Later kwamen er ook de Grieken, die weer tin, goud en zilver ruilden tegen olijfolie, wijn en stoffen uit Galicië. Zodoende profiteerden zowel het militaire als handelsverkeer van deze route. Een systematische aanleg van de route gebeurde onder de Romeinse keizers. De wegen werden op professionele wijze aangelegd en waren 5 tot 7 meter breed. De weg werd voorzien van mijlpalen, miliaros, waarvan er nog steeds langs de route staan. Op de mijlpaal stond de naam van de keizer, die het traject van de weg had laten aanleggen. Onderweg werden onderkomens gebouwd voor overnachting, verblijf en bevoorrading van de reizigers. Het verval van het Romeinse rijk in de 5e eeuw en de invallen van de Germanen bracht Spanje in verval. Het gebruik en onderhoud van de weg ging sterk achteruit. Rond 700 na Chr. konden de Moren deze weg gebruiken om snel op te rukken naar het noorden. In de 13e eeuw werden de Moren teruggedrongen en in ca. 1500 definitief verslagen. In de Middeleeuwen werd de route (Calzada) gebruikt om jaarlijks de schapen te verplaatsen naar meer vruchtbare gebieden. De route voor de wandelaars is vaak dezelfde weg als de oude heirweg. Alleen ligt de oude weg dan vaak onder de huidige weg of pad. In 1990 en 1991 hebben ‘Los amigos del Camino de Santiago’ de route opnieuw gelopen en gemarkeerd. Sindsdien is de belangstelling voor de Ruta de la Plata sterk gegroeid, mede doordat de meer traditionele Camino Francès via Burgos, León en Astorga overbevolkt en overgeorganiseerd raakt…
Dag 01: Salamanca – Calzada de Valdunciel 15 km.
Dag 02: Calzada de Valdunciel – El Cubo de la Tierre del Vino 20 km.
Dag 03: El Cubo de la Tierre del Vino – Zamora 32 km.
Dag 04: Zamora – Montamarta 17 km.
Dag 05: Montamarta – Granja de Moreruela 23 km.
Dag 06: Granja de Moreruela – Tabará 37 km.
Dag 07: Tabará – Santa Croya de Tera 26 km.
Dag 08: Santa Croya de Tera – Rionegro del Puente 27 km.
Dag 09: Rionegro del Puente – Mombuey 9 km.
Dag 10: Mombuey – Puebla de Sanabria 32 km.
Dag 11: Puebla de Sanabria - Lubián 32 km.
Dag 12: Lubián – A Gudiña 24 km.
Dag 13: A Gudiña – Campobecerros 20 km.
Dag 14: Campobecerros – Laza 15 km.
Dag 15: Laza – Xunqueira de Ambia 34 km.
Dag 16: Xunqueira de Ambia – Ourense 23 km.
Dag 17: Ourense – Cea 22 km.
Dag 18: Cea – Castro Dozón 20 km.
Dag 19: Castro Dozón – Silleda 29 km.
Dag 20: Silleda – Bandeira 7 km.
Dag 21: Bandeira – Capilla Santiaguino 18 km.
Dag 22: Capilla Santiaguino – Santiago de Compostela 17 km.
Dag 23: Santiago de Compostela - Negreira 30 km.
Dag 24: Negreira – Olveiroa 35 km
Dag 25: Olveiroa – Finisterra 35 km
Wie met beide benen op de grond blijft staan, komt niet ver…
In de Middeleeuwen trok de pelgrim op de eerste plaats uit devotie voor Sint Jacob.
Het geloof van de middeleeuwse mens was als uit steen gehouwen, uit een stuk, samenhangend, homogeen, onveranderlijk. Hemel en hel lagen dichtbij. Het leven was een pelgrimage: boetetocht en opgang naar de hemel tegelijk. In de onzekerheid van de wereld was het geloof de enige zekerheid. Maar dan wel een zekerheid tussen hoop en vrees, vol duivels en heksen, weerwolven en monsters zoals Jeroen Bosch die heeft geschilderd. In dit geloof klampte men zich vast aan tastbare bewijzen: aan relieken en relikwieën, bewijsmateriaal om zichzelf te overtuigen. Het waarnemen met de zintuigen moest steeds opnieuw bevestigd en aangevuld worden: een dwangmatigheid die leidt tot ongedurigheid. Men vertrok uit onrust, maar had in den vreemde heimwee naar huis. Maar ook meer aardse motieven moeten genoopt hebben tot het aangaan van het grootse avontuur. Boerenzonen, gedreven door honger en horigheid; monniken, ontvluchtend aan orde en regelmaat; schuldenaars die geen andere uitweg meer zagen. Ook ging men vaak de tocht aan ter inlossing van een gelofte. Of als boetedoening, vrijwillig of opgelegd door biechtvader of burgerlijk rechter, wanneer men een misdrijf had begaan. Men moest dan onderweg bidden voor het zielenheil van zijn slachtoffer en van zichzelf. Bovendien was de gemeenschap zo voor een tijdje verlost van een lastpak en misschien kwam hij wel niet meer weerom...
Pilger sind wir alle, doch jeder wählt wohin er fährt...
☼ Het meest in het oog springend symbool van de pelgrimage naar Santiago de Compostela is de Sint Jacobsschelp of de coquille. Het wordt gebruikt als voornaamste ornament op alle gebouwen langs de Camino. Nu is de schelp ook het symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel en is bekend als symbool van geboorte of wedergeboorte. Het is daarom dat Venus hieruit opstijgt in het schilderij 'De Geboorte van Venus' van Botticelli. Het is een symbool van een voorchristelijke vruchtbaarheidsrite, dat net als zoveel andere heidense symbolen en riten door de katholieke kerk is overgenomen. Om dit symbool over te nemen moest Santiago, volgens de legende, iemand terug doen komen van de dood. Iets wat Santiago in de geest van zijn heidense alter-ego wel diverse malen doet. Dit keer redde hij een ruiter die verdronken was in zee. Toen deze terugkwam uit de zee was hij overdekt met de schelpen. Via deze constructie werd de schelp toch het symbool van pelgrimage naar Galicië. Het andere symbool van Santiago is het zwaardkruis, bekend onder zijn voorchristelijke naam 'lagarto', als toonbeeld van de gewapende strijd tegen ongelovigen (moslims). De schelp is het attribuut van Jakobus de Meerdere. Op alle mogelijke manieren wordt de schelp gebruikt als symbool voor alles wat met Jakobus en Santiago de Compostela te maken heeft. De schelp wordt vooral door de pelgrims gedragen op de hoed, de mantel of op de rugzak.
☼ In Santiago liggen, volgens de overlevering, de beenderen van de apostel Jacobus. Matamoros - de ‘Morendoder’ wordt hij in Spanje bewonderend genoemd.
Ooit - zo gaat de legende - toen de moslims het Iberisch schiereiland hadden veroverd en de laatste Christenen hun toevlucht hadden gezocht in het onherbergzame noorden in de bergen van Cantabrië en Asturië, daalde Jacobus op zijn witte strijdros neer uit de hemel en doodde hij, in de slag bij Clavijo, op één dag meer dan zeventigduizend Moren en Saracenen. Na Jeruzalem en Rome werd Santiago de Compostela mede daardoor de belangrijkste bedevaartsplaats voor de Christenen.
Het gaan van de weg is een oeroude metafoor voor het leven. Voor veel mensen valt hun besluit, om op pelgrimspad te gaan, samen met een bijzondere gebeurtenis of een nieuwe fase in hun leven. De wandel- en fietswegen naar Santiago worden steeds beter, en over steeds grotere afstanden, bewegwijzerd. Die andere weg, de levensweg, lijkt intussen een doolhof te worden. De ontwikkelingen gaan sneller en sneller, wereldwijd. Onze samenlevingen worden steeds complexer en traditionele verbanden staan onder druk. Mensen mogen en moeten zelf in al die dynamiek hun eigen weg vinden. Daarom ervaren velen het echt als een cadeau, om een tijd lang als pelgrim uit het gewone leven te kunnen stappen. Het onderweg zijn, alles wat je nodig hebt zelf meesjouwen, de natuur, het ongewisse, het ritme van de lange tocht, het alleen zijn, de ontmoetingen, steeds weer je eigen keuzes maken - los van het bekende en vertrouwde. Het zijn prachtige ingrediënten voor een diepgaande ervaring.
Op pelgrimstocht gaan is dus een uitstekende manier om tot rust te komen, om de tijd te nemen voor dat wat er echt toe doet. Gaandeweg kun je, op een natuurlijke manier, in contact komen met wie je bent, met anderen, met je bestemming en hoe je die wilt bereiken. Een pelgrimstocht is dus een krachtige metafoor voor het leven en een ervaring die ontwikkelingen teweegbrengt of versterkt.
:: Volgende >>