Archief voor: Januari 2010

10-01-10

Permalink 11:57:42, Categoriën: Algemeen

Van Salamanca naar Santiago de Compostela over de Via Mozárabe -
een alternatieve route op de Via de la Plata.
Wat míj zal boeien tijdens deze tocht van zo’n 600 km? Dat is voor mij het grote onbekende. Het fysieke avontuur, de natuur, de cultuur, de geestelijke ontdekkingsreis, de rust en de stilte. Bezinning, waar je niet mee vertrekt maar wat je wel ervaart onderweg. Ik zal ontegensprekelijk mezelf tegen komen tijdens stille momenten op de Camino. Mijn tekorten en onzekerheden zullen onvermijdbaar boven komen drijven. Ik zal vele anderen ontmoeten, medepelgrims, hospitaleros en dorpelingen. Gesprekken voeren met die mensen of misschien gesprekken uit de weg gaan. Na het ontmoeten komt ook altijd het afscheid. Eén ding is zeker, niets moet maar alles kan. Het doel op zich is niet het belangrijkste, maar wel de ontmoetingen onderweg, in welke vorm dan ook. Het toeval omarmen als basisgedachte.
Alle zekerheden en comfort achter me latend, ga ik dus weer op weg…

Planning:

Op maandag 17 mei vertrek ik met Iberia vanuit Brussel naar Madrid.
Vanuit Madrid neem ik de bus naar Salamanca.
Vanuit Salamanca loop ik naar Santiago en dan door naar Finisterra.
Vanuit Finisterra neem ik de bus naar Santiago.
Op maandag 14 juni vlieg ik met Iberia vanuit Santiago via Madrid terug naar Brussel.

Ik ga op weg. Mijn leven is van mij; vrij als de einder, ongebonden als de wind…

Permalink 19:44:34, Categoriën: Algemeen

Enkele eeuwen voor onze jaartelling voerden de Romeinen oorlog om Spanje te veroveren. Spanje was belangrijk vanwege de vele grondstoffen. Het had tevens veel vee en graan. Om het land te veroveren, waren er goede wegen nodig om de troepen te kunnen verplaatsen. De eerste gegevens van het tracé van de Via de la Plata dateren uit ca. 100 jaar vóór Christus. In de tijd daarvoor was er al provisorisch een weg gebaand door bewoners, die hun vee verplaatsten op zoek naar geschikte plaatsen om het te laten grazen. Later kwamen er ook de Grieken, die weer tin, goud en zilver ruilden tegen olijfolie, wijn en stoffen uit Galicië. Zodoende profiteerden zowel het militaire als handelsverkeer van deze route. Een systematische aanleg van de route gebeurde onder de Romeinse keizers. De wegen werden op professionele wijze aangelegd en waren 5 tot 7 meter breed. De weg werd voorzien van mijlpalen, miliaros, waarvan er nog steeds langs de route staan. Op de mijlpaal stond de naam van de keizer, die het traject van de weg had laten aanleggen. Onderweg werden onderkomens gebouwd voor overnachting, verblijf en bevoorrading van de reizigers. Het verval van het Romeinse rijk in de 5e eeuw en de invallen van de Germanen bracht Spanje in verval. Het gebruik en onderhoud van de weg ging sterk achteruit. Rond 700 na Chr. konden de Moren deze weg gebruiken om snel op te rukken naar het noorden. In de 13e eeuw werden de Moren teruggedrongen en in ca. 1500 definitief verslagen. In de Middeleeuwen werd de route (Calzada) gebruikt om jaarlijks de schapen te verplaatsen naar meer vruchtbare gebieden. De route voor de wandelaars is vaak dezelfde weg als de oude heirweg. Alleen ligt de oude weg dan vaak onder de huidige weg of pad. In 1990 en 1991 hebben ‘Los amigos del Camino de Santiago’ de route opnieuw gelopen en gemarkeerd. Sindsdien is de belangstelling voor de Ruta de la Plata sterk gegroeid, mede doordat de meer traditionele Camino Francès via Burgos, León en Astorga overbevolkt en overgeorganiseerd raakt…

Permalink 19:57:40, Categoriën: Voorbereiding

Dag 01: Salamanca – Calzada de Valdunciel 15 km.
Dag 02: Calzada de Valdunciel – El Cubo de la Tierre del Vino 20 km.
Dag 03: El Cubo de la Tierre del Vino – Zamora 32 km.
Dag 04: Zamora – Montamarta 17 km.
Dag 05: Montamarta – Granja de Moreruela 23 km.
Dag 06: Granja de Moreruela – Tabará 37 km.
Dag 07: Tabará – Santa Croya de Tera 26 km.
Dag 08: Santa Croya de Tera – Rionegro del Puente 27 km.
Dag 09: Rionegro del Puente – Mombuey 9 km.
Dag 10: Mombuey – Puebla de Sanabria 32 km.
Dag 11: Puebla de Sanabria - Lubián 32 km.
Dag 12: Lubián – A Gudiña 24 km.
Dag 13: A Gudiña – Campobecerros 20 km.
Dag 14: Campobecerros – Laza 15 km.
Dag 15: Laza – Xunqueira de Ambia 34 km.
Dag 16: Xunqueira de Ambia – Ourense 23 km.
Dag 17: Ourense – Cea 22 km.
Dag 18: Cea – Castro Dozón 20 km.
Dag 19: Castro Dozón – Silleda 29 km.
Dag 20: Silleda – Bandeira 7 km.
Dag 21: Bandeira – Capilla Santiaguino 18 km.
Dag 22: Capilla Santiaguino – Santiago de Compostela 17 km.
Dag 23: Santiago de Compostela - Negreira 30 km.
Dag 24: Negreira – Olveiroa 35 km
Dag 25: Olveiroa – Finisterra 35 km

Wie met beide benen op de grond blijft staan, komt niet ver…

Permalink 20:10:07, Categoriën: Algemeen

In de Middeleeuwen trok de pelgrim op de eerste plaats uit devotie voor Sint Jacob.
Het geloof van de middeleeuwse mens was als uit steen gehouwen, uit een stuk, samenhangend, homogeen, onveranderlijk. Hemel en hel lagen dichtbij. Het leven was een pelgrimage: boetetocht en opgang naar de hemel tegelijk. In de onzekerheid van de wereld was het geloof de enige zekerheid. Maar dan wel een zekerheid tussen hoop en vrees, vol duivels en heksen, weerwolven en monsters zoals Jeroen Bosch die heeft geschilderd. In dit geloof klampte men zich vast aan tastbare bewijzen: aan relieken en relikwieën, bewijsmateriaal om zichzelf te overtuigen. Het waarnemen met de zintuigen moest steeds opnieuw bevestigd en aangevuld worden: een dwangmatigheid die leidt tot ongedurigheid. Men vertrok uit onrust, maar had in den vreemde heimwee naar huis. Maar ook meer aardse motieven moeten genoopt hebben tot het aangaan van het grootse avontuur. Boerenzonen, gedreven door honger en horigheid; monniken, ontvluchtend aan orde en regelmaat; schuldenaars die geen andere uitweg meer zagen. Ook ging men vaak de tocht aan ter inlossing van een gelofte. Of als boetedoening, vrijwillig of opgelegd door biechtvader of burgerlijk rechter, wanneer men een misdrijf had begaan. Men moest dan onderweg bidden voor het zielenheil van zijn slachtoffer en van zichzelf. Bovendien was de gemeenschap zo voor een tijdje verlost van een lastpak en misschien kwam hij wel niet meer weerom...

Pilger sind wir alle, doch jeder wählt wohin er fährt...

Permalink 20:15:43, Categoriën: Algemeen

☼ Het meest in het oog springend symbool van de pelgrimage naar Santiago de Compostela is de Sint Jacobsschelp of de coquille. Het wordt gebruikt als voornaamste ornament op alle gebouwen langs de Camino. Nu is de schelp ook het symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel en is bekend als symbool van geboorte of wedergeboorte. Het is daarom dat Venus hieruit opstijgt in het schilderij 'De Geboorte van Venus' van Botticelli. Het is een symbool van een voorchristelijke vruchtbaarheidsrite, dat net als zoveel andere heidense symbolen en riten door de katholieke kerk is overgenomen. Om dit symbool over te nemen moest Santiago, volgens de legende, iemand terug doen komen van de dood. Iets wat Santiago in de geest van zijn heidense alter-ego wel diverse malen doet. Dit keer redde hij een ruiter die verdronken was in zee. Toen deze terugkwam uit de zee was hij overdekt met de schelpen. Via deze constructie werd de schelp toch het symbool van pelgrimage naar Galicië. Het andere symbool van Santiago is het zwaardkruis, bekend onder zijn voorchristelijke naam 'lagarto', als toonbeeld van de gewapende strijd tegen ongelovigen (moslims). De schelp is het attribuut van Jakobus de Meerdere. Op alle mogelijke manieren wordt de schelp gebruikt als symbool voor alles wat met Jakobus en Santiago de Compostela te maken heeft. De schelp wordt vooral door de pelgrims gedragen op de hoed, de mantel of op de rugzak.

Permalink 20:25:54, Categoriën: Algemeen

☼ In Santiago liggen, volgens de overlevering, de beenderen van de apostel Jacobus. Matamoros - de ‘Morendoder’ wordt hij in Spanje bewonderend genoemd.
Ooit - zo gaat de legende - toen de moslims het Iberisch schiereiland hadden veroverd en de laatste Christenen hun toevlucht hadden gezocht in het onherbergzame noorden in de bergen van Cantabrië en Asturië, daalde Jacobus op zijn witte strijdros neer uit de hemel en doodde hij, in de slag bij Clavijo, op één dag meer dan zeventigduizend Moren en Saracenen. Na Jeruzalem en Rome werd Santiago de Compostela mede daardoor de belangrijkste bedevaartsplaats voor de Christenen.

Permalink 20:31:31, Categoriën: Voorbereiding

Het gaan van de weg is een oeroude metafoor voor het leven. Voor veel mensen valt hun besluit, om op pelgrimspad te gaan, samen met een bijzondere gebeurtenis of een nieuwe fase in hun leven. De wandel- en fietswegen naar Santiago worden steeds beter, en over steeds grotere afstanden, bewegwijzerd. Die andere weg, de levensweg, lijkt intussen een doolhof te worden. De ontwikkelingen gaan sneller en sneller, wereldwijd. Onze samenlevingen worden steeds complexer en traditionele verbanden staan onder druk. Mensen mogen en moeten zelf in al die dynamiek hun eigen weg vinden. Daarom ervaren velen het echt als een cadeau, om een tijd lang als pelgrim uit het gewone leven te kunnen stappen. Het onderweg zijn, alles wat je nodig hebt zelf meesjouwen, de natuur, het ongewisse, het ritme van de lange tocht, het alleen zijn, de ontmoetingen, steeds weer je eigen keuzes maken - los van het bekende en vertrouwde. Het zijn prachtige ingrediënten voor een diepgaande ervaring.
Op pelgrimstocht gaan is dus een uitstekende manier om tot rust te komen, om de tijd te nemen voor dat wat er echt toe doet. Gaandeweg kun je, op een natuurlijke manier, in contact komen met wie je bent, met anderen, met je bestemming en hoe je die wilt bereiken. Een pelgrimstocht is dus een krachtige metafoor voor het leven en een ervaring die ontwikkelingen teweegbrengt of versterkt.

Permalink 20:35:12, Categoriën: Voorbereiding

Ook de langste tocht begint met de eerste stap. Dat is de beslissing om daadwerkelijk op pad te gaan, om het bekende en vertrouwde achter je te laten, om maar te zien wat op je afkomt, kortom: om ‘pelgrim’ te worden. (afgeleid van het Latijnse ‘peregrinus’, wat ‘vreemdeling’ betekent) Bij het afscheid staat meestal diegene die vertrekt centraal. Maar bedenk dat de tocht ook van invloed is op diegenen die thuisblijven. Dat is de ervaring van velen vóór je: een belangrijke verandering bij de één, heeft ook gevolgen voor de ander. Al heb je je reis nog zo goed gepland, eenmaal onderweg ontdek je dat het toch vaak anders loopt dan je had bedacht. Dat is het boeiende van de reis, maar het kan ook moeilijk zijn. Je komt jezelf tegen en vraagt je af: waar ben ik aan begonnen? Oude patronen blijken niet meer te werken. Een uitspraak die je vaak op de Camino hoort is: ‘de weg is het doel'. De uitdagingen die je onderweg tegenkomt zijn niet zozeer hindernissen, die je moet nemen om ergens aan te komen. Het zijn vooral de mogelijkheden om gebruik te maken van je (vaak onvermoede) kracht, creativiteit en (groeiende) wijsheid, hoe lastig dat soms ook is. Zo gaat het ook in het leven: het einde komt vanzelf, het gaat er dus vooral om wat je onderweg doet en hoe je dat doet. Onderweg loeren natuurlijk niet alleen gevaren. Je zult er ook bondgenoten vinden. Er zijn veel verhalen over de Camino met inspirerende ontmoetingen, grote gastvrijheid, en de belangeloze hulp die vaak onverwacht wordt aangeboden. Hulp komt niet alleen van buiten, maar ook van binnen. Pelgrims die juist op de moeilijkste momenten op hun reis een grote, onvermoede kracht of creativiteit in zichzelf ontdekten. Bij het ontmoeten van reisgenoten hoort ook het afscheid nemen. Langs de Camino ontstaan vriendschappen voor het leven of een diepere verbondenheid. In ieder geval zul je erna meer dan ooit openstaan voor nieuwe ontmoetingen.

Why not seize the plaesure at once? How often is happiness destroyed by preparation, foolish preparation...

Jane Austen

Permalink 22:10:13, Categoriën: Algemeen

☼ Zamora is een stad in de Spaanse provincie Zamora in de regio Castilië en León. Het ligt dichtbij Portugal en wordt doorkruist door de rivier Duero. De stad is voornamelijk bekend om haar Romaanse kunst. Een prachtig voorbeeld hiervan is de kathedraal, gebouwd tussen 1151 en 1174, met haar typische Byzantijns koepelgewelf. Zamora is de belangrijkste stad aan de Duero die na de grens met Portugal een andere naam krijgt. Dit goed verdedigbare punt op de steile rotswand boven de rivier was vermoedelijk een nederzetting van de Vaccaei totdat de Carthagers de macht overnamen. De Romeinen hebben er een prachtige brug gebouwd. De stad viel achtereenvolgens onder de heerschappij van de Visigoten en de Moren. In de achtste en negende eeuw - het begin van de Reconquista - veranderde het gebied in een soort niemandsland; Zamora werd beurtelings door de ene, dan weer door de andere partij belegerd, waarna de overwinnaars de verwoeste stadsmuren herbouwden. In 893 ondernam Alfons III van Asturië een serieuze poging de stad opnieuw te bevolken. In 905 werd Zamora weer bisschopsstad. De Moren trachtten het gebied in 939 te heroveren, maar ze werden bij Simancas verslagen; op hun terugtocht heroverden ze Zamora, waaruit ze korte tijd later weer werden verdreven. Aan het einde van de tiende eeuw volgden de vreselijke overvallen van Al Mansur, voor wie de belangrijkste Christelijke steden al snel het hoofd moesten buigen. Maar veel plezier heeft de grote plunderaar daaraan niet beleefd, want hij overleed in 1002. Ferdinand I liet, nadat hij de koninkrijken Castilië en León door zijn huwelijk met Sancha, de Leónse erfgename, had verenigd, de stadsmuren van Zamora, Toro, Benavente en enkele andere belangrijke steden herbouwen.
Vanaf die tijd stond Zamora bekend als 'la bien cercada',(de goed-ommuurde).
Zamora is weliswaar bekend om zijn Romaanse kerken, maar de stad heeft het uiterlijk van een grimmige vesting.

Permalink 22:25:12, Categoriën: Algemeen

☼ De Rio Duero is met ca. 900 km een van de grote rivieren in Spanje. Ze ontspringt in het noordelijke Cantabrisch gebergte en wordt gevoed door de regen van de Atlantische Oceaan en de smeltende sneeuw in het voorjaar. Dit betekent ’s winters veel water met woeste stromen en zomers een kalm kabbelende rivier in een lage bedding. In de rivier zijn veel stuwmeren aangelegd, vooral in Portugal. De rivier vormt 112 km de grens en loopt verder 200 km door Portugal, voordat ze bij Porto in de Oceaan uitmondt. Aan de oevers groeien hier de portdruiven, welke als wijn versterkt met Aguadente (soort brandy van druiven) de bekende Portwijn vormen.

Permalink 22:26:41, Categoriën: Algemeen

Spaanse cafés hebben vaak een aparte comedor (eetzaal), hier mag niet gerookt worden en honden laten ze zeker niet toe. Voor de toog is dit anders. Hoewel Spanje zich geconformeerd heeft aan de EU richtlijn van het niet meer roken in de horeca heeft men hier iets op gevonden. Ze zetten een bordje op de toog dat in dit speciale geval, uitzonderingswijze, het hier is toegestaan te roken. Ik heb op de Camino nog geen enkel café meegemaakt waar deze uitzondering niet van toepassing was! De peuken worden op de vloer gegooid en elke avond worden de tegels schoongeveegd;
’s lands wijs ’s lands eer...

Permalink 22:29:09, Categoriën: Algemeen

☼ Ourense is een stad in de gelijknamige provincie van de regio Galicia in Spanje. Ourense is de Galicische naam in de officiële Spaans-Castillaanse taal wordt zij Orense genoemd. Ourense ligt 128 meter boven de zeespiegel en biedt nog een mooi bewaard gebleven oud stadsgedeelte, het 'Monumental district'. De Romeinen voelden zich hier lekker, want er waren de 'Burgas', de warmwaterbronnen. Zij noemden de stad Auria en bouwen versterkingen om een gemakkelijke overgang van de Miño rivier te beschermen. De rivier stroomt nu door de stad. De overspannende brug, de Ponte Vella, bevat met haar grondvesten nog delen uit de Romeinse periode. Zij werd in 1230 verbouwd in opdracht van bisschop Lorenzo en werd nadien diverse keren gerestaureerd. Zij is een brug die bestaat uit zeven bogen. De bestaande versie is uit de 17de eeuw en zij werd voltooid door Melchor de Velasco. Vlakbij werd in de 16de eeuw de Capilla dos Remedios gebouwd. Na de Romeinen kwam de Germaanse stam van de Suevi zich hier vestigen en hij wist zich drie eeuwen te handhaven, van de 5de tot en met de 7de. In 716 zouden de Suevi worden verjaagd door de oprukkende Moren en zij vernietigden de nederzetting van de Suevi. Koning Alfonso III van Asturias zou haar in 877 laten herbouwen, maar de stad bleef bestookt worden. Ook de Normandiërs (de Noormannen) hadden hun oog laten vallen op het mooie Spanje en de Moorse krijgsheer Al Mansur gaf de strijd evenmin op. Het zou duren tot de 11de eeuw eer Ourense een meer vredige periode zou beleven en dat kon onder Koning Sancho II en zijn zuster Doña Elvira. Het is ook een universiteitsstad en dat biedt haar een levendig karakter, met vele bars en restaurantjes, verscholen tussen de Plaza Mayor met haar arcaden en het stadhuis. Het belangrijkste monument van de stad is haar kathedraal. Hij werd een eerste keer als basiliek gebouwd in 572 door de Germanen, en herbouwd in de 13de eeuw. De stijlen zijn gemengd Gotisch en Romaans. De toegang loopt langs de Pórtico do Paraíso - de Paradijspoort, die een kopie is van één van de poorten van de kathedraal van Santiago de Compostela.
Het altaar is een werkstuk van Cornelius van Holland. Vlakbij staat Santa María Nai en deze kerk werd in de 11de eeuw vermoedelijk op de grondvesten van de Germaanse basiliek gebouwd. Zij werd zwaar beschadigd in de 18de eeuw en kreeg na de restauratie meer baroktrekjes. Santa Eufemia is de kerk van het oude jezuïetenklooster. De bouw begon in de 17de eeuw, maar zij was pas honderd jaar later voltooid. De belangrijkste architect die in de bouw was betrokken is een man met de toepasselijke naam van Plácido Iglesias. (letterlijk vertaald Plácido Kerken)
De kerk huisvest een mooie en groot barokaltaar. Santo Domingo is het dominicaner klooster uit de 17de eeuw. San Francisco is een kerk van de orde van de franciscaner monniken uit de 14de eeuw. Zij staat nu in het park van San Lázaro.
Het vroegere bisschoppelijke paleis huisvest nu een archeologisch museum.
Palacio de Oca-Valladares is de paleiswoning in renaissance stijl die door een adellijke familie was gebouwd halverwege de 16de eeuw. Zij huisvest sinds 1850 de 'Liceo Recreo', één van de oudste cultuurverenigingen van Ourense.
De Burgas met watertemperaturen van 64 tot 88 graden werken nog altijd en worden aanbevolen voor patiënten met huidaandoeningen. De bijstaande gebouwen dateren grotendeels uit de 17de eeuw.

Permalink 22:31:40, Categoriën: Algemeen

☼ Galicië ligt in het noord westen van Spanje, in het verlengde stuk boven Portugal. Het is een bergachtig gebied tot boven de 2000 mtr. Door de vele regens is het overvloedig en rijk begroeid. Het landschap is oorspronkelijk, grillig en van een grote schoonheid. Boeren en vissen waren tot voor kort de hoofdactiviteiten en de Keltische invloeden zijn overal aanwezig. Dit uit zich in de symboliek bij religieuze afbeeldingen op kruizen en kerken en de Gaita (doedelzak) wordt nog volop gebruikt. Oude heksensages en natuurkrachten spelen nog altijd een grote rol in dit geheimzinnige land. De melkweg wees de weg naar het einde van de wereld; Finis Terrae nu Finistera. De zon ging hier onder en op de stranden van de platte aarde hield men ceremoniën. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat in deze traditie Santiago, de tegenwoordige hoofdstad, is ontstaan. De taal lijkt veel op Portugees en heeft een eigen status. Galicië is altijd onderdeel geweest van het koninkrijk Castilië en León.

Permalink 22:33:32, Categoriën: Algemeen

☼ Los Reyes Católicos in Santiago de Compostela, het meest luxueuze Parador van Galicië, waar de Spaanse koninklijke familie overnacht als ze hier op bezoek zijn, is van oorsprong een pelgrimshospitaal. Dit houdt men in ere door per dag 10 à 15 pelgrims gratis te eten te geven. Hiertoe moet je zorgen voor een kopie van je Credential en op tijd ’s avonds ca. 19:30 uur ‘a Bajo’, d.w.z. beneden te zijn. Hier is de personeelsingang en word je wel- of niet geaccepteerd. Aan de stempelkaarten zie je dat er maar liefs 200 personeelsleden in deze Parador werken! In de keuken krijg je een dienblad en wordt een simpel maar gratis drie gangen menu met wijn geserveerd. Natuurlijk word je zorgvuldig weggehouden van de andere gasten. Dit alles kan geconsumeerd worden in een speciale ‘Comedor Peregrino’, ofwel pelgrims-eetkamer. Maximaal kan men hier drie keer voor in aanmerking komen.

Permalink 22:34:29, Categoriën: Algemeen

☼ De botafumeiro is het grootste wierookvat ter wereld, bijna twee meter hoog, gevuld met veertig kilogram houtskool en wierook. De botafumeiro wordt alleen ’s zondags gebruikt, op belangrijke feestdagen en ook op feestdagen van belangrijke heiligen. Wie een paar dagen in Santiago verblijft heeft veel kans de botafumeiro in actie te zien. Het gevaarte, gedragen door twee kerkdienaren, wordt na de communie vanuit de sacristie voor het altaar neergezet en aan een lang touw bevestigd. Zeven kerkdienaren trekken ritmisch aan dat touw, waardoor de botafumeiro op nogal spectaculaire wijze van links naar rechts slingert doorheen de ruime dwarsbeuk.
Hij bereikt daarmee een hoogte van twintig meter, nauwelijks één meter lager dan het gewelf, en één slingerboog bedraagt vijfenzestig meter. In geen tijd verspreidt de milde geur zich tot in de verste uithoeken van de kathedraal. Er wordt beweerd dat de botafumeiro eigenlijk een soort van airconditioning avant-la-lettre is.
In lang vervlogen tijden werd niet veel aandacht besteed aan lichaamshygiëne. Honderden slechtgewassen bedevaarders, die toentertijd in de kerk logeerden – de refugio te Santiago zat steeds overvol – produceerden een geur die niet bepaald heilig was. Maar we moeten ons niet superieur voelen tegenover die arme middeleeuwers, want ook vandaag nog bewijst het wierookvat zijn nut.

Permalink 22:35:30, Categoriën: Algemeen

☼ De zigeuners hebben Spanje in twee groepen bereikt: de zgn. gitanos via Afrika en Andalusië, vermoedelijk al sedert vele eeuwen, en de zgn. cingaros via het Noorden (Balkan, Hongarije, Duitsland, Frankrijk), wellicht pas in de 15de eeuw. Hun oorspronkelijke thuisland zou het noorden van India geweest zijn, dat ze tussen de 8ste en 10de eeuw zouden verlaten hebben Ook de zigeuners kwamen op het einde van de 15de en in de 16de eeuw bloot te staan aan toenemende repressie. (de eerste anti-zigeunerwet kwam er in 1499) Die nam weliswaar nooit dezelfde extreme vorm aan als die tegen (crypto)joden en moren. Zo stemde de Spaanse Raad van State in juli 1611 dat de zigeuners dienden verdreven te worden. Nog in 1749 werd door de bisschop van Oviedo een regelrechte liquidatiecampagne opgezet, met levenslange dwangarbeid voor alle zigeuners. In 1783, echter, kwam er een radicale ommekeer in het beleid. Zigeuners werden nu verplicht hun kinderen naar school te sturen,
teneinde te kunnen integreren. In Sevilla is de zigeunerwijk 'Triana' een bezoek waard!

Permalink 22:37:24, Categoriën: Algemeen

☼ Praza do Obradoiro is het massieve hart van Santiago de Compostela. Op 25 junli wordt hier de 'Dag van de Apostel' gevierd, de 'Dag van Sant Iago'. Het plein wordt veelvuldig gebruikt voor concerten en andere evenementen. Werk van Goud' is de letterlijke vertaling van de naam van het plein. Deze Plaza is in zekere zin het museum van het stadscentrum met de kathedraal en zijn Capilla del Salvador, Torre de las Campanas, Torre de la Carraca en de mooi gebeeldhouwde Portico de la Gloria. 'Torre de la Carraca' en 'Torre de la Campanas' dateren uit verschillende architecturale perioden en zijn daarom ook een combinatie van barok en Romaanse architectuur. Zij halen een hoogte van zeventig meter. Aan de torens werd gewerkt tijdens de 12de, de 17de en de 18de eeuw. Wie van de geur van wierook houdt, bezoekt de kathedraal het beste tijdens de mis op zondagochtend. Op dat tijdstip wordt sedert eeuwen een reusachtige, bijna twee meter hoge, 'botafumeiro' rondgezwaaid om de wierookgeur in de kerk te verspreiden.

Permalink 22:42:03, Categoriën: Algemeen

Salamanca is de hoofdstad van de gelijknamige Spaanse provincie Salamanca, gelegen in de regio Castilië en León, circa 200 km ten westen van Madrid. Het gebied werd al in de zesde eeuw v. Chr. bewoond door de Kelten. De stad is gesticht rond 400 v. Chr. mogelijk als versterking door Cartaagse bezetters. Toen de Romeinen in de 2e eeuw v. Chr. het Iberisch Schiereiland veroverden werd het gebied rondom Salamanca bewoond door de Vacceos, een van oorsprong Keltische stam. Om hun gebied te verdedigen bouwde de Vacceos twee versterkingen aan de oostelijke zijde; de Ocelo Durii en de Salmantica. (Salamanca) Het gebied werd tevens bewoond door een andere stam met een Keltische oorsprong, de Vettonen. In 200 v. Chr. belegerde Hannibal Salamanca. Na de val van Carthago in 146 v. Chr. consolideerden de Romeinen hun macht en werd Salamanca belangrijker. De stad was een belangrijk halte op de Ruta de la Plata, de Zilverroute. Salamanca diende als oversteek voor de rivier de Tormes. De Puente Romana een Romeinse brug uit de 1e eeuw is voor de helft bewaard gebleven. De Zilverroute liep van Asturië tot aan het zuiden van Spanje.
Na het verval van het Romeinse Rijk werd de streek bezet door de Alanen, gevolgd door de Visigoten. In de 4e eeuw breidden de Visigoten de stadsmuur uit met twee torens. Uit de documenten rond het concilie van Toledo van 589 weet men dat Salamanca dan bisschopszetel is. Met de invasie door de Moren in 712 wordt de stad veroverd door Musa Ibn Musair. Salamanca raakt in verval, wordt regelmatig door de Moren geplunderd en de bevolking neemt sterk af. Pas rond het jaar 1000 was er weer sprake van een opleving. Na de verovering van Toledo door Alfonso VI in 1085 wordt het front verplaatst naar de oevers van de Taag, waardoor Salamanca meer kansen kreeg zich te ontwikkelen. In de 15e eeuw viel de stad ten prooi aan de twisten tussen belangrijke adellijke families. Er stonden twee rivaliserende partijen die elk een helft van de stad bezetten, San Benedito en Santo Tomé. Door de oprichting van het Concejo de la Mesta, een soort gilde voor veehouders, wordt Salamanca belangrijk als centrum van fabricage van textiel en export van wol. De stad heeft de oudste universiteit van Spanje, gesticht in 1218 door koning Alfonso IX en twee kathedralen.
Christoffel Columbus bezocht hier in 1487 koningin Isabella van Castilië om zijn reis naar het Westen te bepleiten.

11-01-10

Permalink 23:40:36, Categoriën: Voorbereiding

De Camino Mozárabe is eigenlijk een variant van de Via de la Plata, die van Sevilla naar Santiago loopt. Ongeveer 40 km ten noorden van Zamora, om precies te zijn in het dorp Granja de Moreruela, splitst de Via de la Plata zich. De hoofdroute loopt verder noordwaarts, om zich in Astorga bij de bekende Camino Francés te voegen.
De variant echter volgt vanaf Granja een rechtstreekse route naar Santiago de Compostela door het bergachtige grensgebied met Portugal. Het oorspronkelijke tracé van het historische pad is in de loop der tijden ingenomen door autowegen. Hoewel de Camino Mozárabe meestal in de buurt van de N 630, de N 631 en, later in Galicië, de N 525 loopt, is men erin geslaagd om van het traject Salamanca - Santiago een aantrekkelijk wandelpad te maken. De Via de la Plata / Camino Mozárabe is met gele pijlen bewegwijzerd, zoals alle Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago. In de provincie Ourense bestaat de routeaanduiding uit werkjes van de beeldhouwer Carballo.
De bewegwijzering is er over het algemeen goed geregeld.

Permalink 23:49:42, Categoriën: Algemeen

☼ Castrotorafe is in de 12e eeuw gesticht als vesting op de grens van de invloedssfeer van Castilië en Galicië. Aan de Ruta de la Plata gelegen ten noorden van Zamora bij de brug over de rivier de Esla, was het een belangrijk centrum waar de Orde van Santiago resideerde. Van hieruit bestreden de Ridders van Sint Jacob de Moren en bewaakten hun belangen. Alleen hun machtige burchtruïne staat er nog.

Permalink 23:54:51, Categoriën: Algemeen

De kathedraal-gevel is barok uit de 18de eeuw. Rechts bij de deur staat een beeld van María Salomé en links van haar echtgenoot Santiago Zebedeo, de ouders van Sint Jacobus. (Sant Iago Zebedeo) De gevel is ook afgebeeld op de kleine Spaanse euro munten. Rechts van de kathedraal staat het kloostergebouw. Verder prijken hier het Palacio Gelmirez dat met de kathedraal-pas kan worden bezocht en het Hostal de los Reyes Católicos uit 1492 dat de pelgrims bescherming moest bieden en werd omgevormd tot de 'Parador de los Reyes Católicos' (staatshotel). De geveldecoratie van het 'Hostal de los Reyes Católicos' is van Enrique de Egas. Er zijn vier binnentuinen (patio's), twee uit de 16de en twee uit de 19de eeuw. De 'Patio de San Juan' loont een bezoek. In de gevel van Hostal de los Reyes Católicos werd een heel smalle doorgang ingebouwd, afgebakend door een koord. Wie hierin zijn toevlucht zocht (ook criminelen) kon niet worden aangehouden. De leidende geestelijke van de instelling oordeelde echter of de regel mocht verbroken worden, of niet. Palacio Rajoy (Pazo de Raxoi) is een groot neo-klassiek gebouw uit de 18de eeuw. De 'xunta' (parlement) van Galicia zetelt er en ook het stadhuis kreeg er onderdak. Palacio de Rajoy werd ontworpen door de Fransman Charles Lemaur. Het gelijkvloers bestaat uit een lange bogenrij. De naam 'Rajoy' is die van de bisschop die opdracht gaf tot de bouw. Er prijkt een ruiterbeeld van Sint Jacobus. Het stelt hem voor als strijder in de 'Slag om Clavijo' en bevestigt op die manier dat hij zou deelgenomen hebben aan de strijd tegen de Moren. Sint Jacobus heeft, ondanks de legende, in zijn leven nooit een moslim ontmoet. Hij stierf in Jeruzalem door een Romeins zwaard, acht eeuwen vooraleer de eerste moslims in Spanje aankwamen. Palacio de Rajoy diende ook om koorzangers te huisvesten en de duizenden bedevaarders, teveel voor de kathedraal, die wilden biechten. Omdat de pelgrims niet alleen uit Spanje kwamen, maar ook uit Frankrijk, Italië en andere katholieke contreien, moesten die priesters meerdere talen kennen. Zij werden de 'lenguajeros' genoemd. Het Colegio de San Jerónimo (Colexio de San Xerome), gesticht door de aartsbisschop Alonso III de Fonseca in de 16de eeuw voor arme studenten en Colegio de Fonseca zijn kloosters uit de 15de eeuw. San Xerome is nu een onderdeel van de Universiteit van Santiago. De belangrijkste architect die op dit plein actief was, heette Fernando de Casas y Nova en hij geldt als een meester van de Galicische barok.

Permalink 23:59:13, Categoriën: Voorbereiding

Wandelen is gehoor geven aan de traagheid van de zonnewijzer en aan het ritme van de bloedsomloop. Wandelen is het terugvinden van het levensritme van het universum, het ritme van karavanen, marskramers en pelgrims. Eenmaal in de natuur vallen de gewone beslommeringen altijd snel van me af. De gedachten maken zich los van het alledaagse, stijgen daar eerst bovenuit, vervagen dan en houden tenslotte geheel op.
Dan ben ik alleen nog maar aan het kijken, aan het ruiken, mijn plaats en richting aan het bepalen...

‘Ik loop mezelf elke dag tot een staat van welbevinden, weg van elke ziekte. Ik ben al lopend vaak tot mijn beste gedachten gekomen en ik ken geen gedachte zo bedrukkend of men kan er wel van weglopen. Dus als men gewoon blijft lopen, komt alles vanzelf in orde...’

Sören Kierkegaard.

13-01-10

Permalink 10:39:10, Categoriën: Algemeen

De figuur rond wie het pelgrimsgebeuren op de Camino draait is Jacobus de meerdere, broer van Johannes en een van de twaalf apostelen. Uit ‘de Handelingen van de apostelen’ is bekend dat hij omstreeks het jaar 44 de marteldood stierf in Jeruzalem. Hij was de zoon van Maria Salomé en Zebedeus. Niet te controleren berichten vertellen dat hij in Spanje het evangelie verkondigde. Eveneens raadselachtig is de ontdekking van zijn graf (ca. 813) in Galicië in het noordwesten van Spanje. Er bestaan verschillende versies van de legende.
In de ene versie verschijnt er een engel aan de kluizenaar Pelagius die hem vertelt dat Jacobus in een bos in de buurt begraven ligt. Een andere versie vertelt dat het lijk van de apostel op mysterieuze wijze in een bootje aan de kust aanspoelde. In 951 gaat Godescale, bisschop van Le Puy op bedevaart naar Compostela, maar de pelgrimage zal pas in de 11e tot de 13e eeuw massale vormen gaan aannemen.
Aan het begin van de 12e eeuw verschijnt de Codex Calixtinus, van Aimery Picaud met als beschermheer Paus Calixtus (1119 tot 1124), een naslagwerk bestaande uit vijf boekdelen met opdrachten, praktische gegevens, raadgevingen en waarschuwingen (voor rovers en vrouwen van lichte zeden...) voor de pelgrims.

Permalink 10:47:18, Categoriën: Voorbereiding

Elke stap kan helen. Combineer stappen met ademen. Je kunt ook iets tegen jezelf zeggen. Ik ben thuis. Ik ben aangekomen in het hier en nu. Het leven is alleen in het hier en nu. In elke stap kun je zo alles ontmoeten. Als je echt in die stap bent, ben je in alles: in de dingen, bomen, dieren, mensen. Door zo te lopen bid je niet om vrede, je maakt vrede.

Thich Nhat Hanh, Viëtnamese boeddhist en monnik.

Permalink 10:58:01, Categoriën: Voorbereiding

Lopen en Slapen:

Rugzak, Karrimor 30 liter met zijvakken.
Lakenzak voor in de refugios en enkele wegwerpponcho’s.
1 Telescopische wandelstok, zonnebril en leesbril.

Kleding:

2 Stel ondergoed en 2 T shirts.
1 Stevige wandelbroek en 1 katoenen overhemd.
2 Paar naadloze wandelsokken en 5 zakdoeken.
Pet of hoed, ingelopen wandelschoenen en lichtgewicht sandalen.

Toiletartikelen:

1 Smalle badstof handdoek.
1 Klein tubetje tandpasta en een tandenborstel.
1 Doosje krabbers voor het scheren, een kleine tube scheerzeep en shampoo.

Gerei en hulpmiddelen:

Zwitsers zakmes en bestek.
Zaklampje met batterijen en een mobiele telefoon met adapter.
Fototoestel met batterijoplader, kompas en veldfles(sen).
Pen met notitieblok en aansteker.
Enkele wasknijpers en een rol toiletpapier.

E.H.B.O. naar believen:

Klein potje Betadine en 'second skin' pleisters
Norit, paracetamol en muggenzalf.
Nivea of Vaseline en zonnebrandolie.

Papieren:

Cash geld, bankpasjes en/of creditkaart
Ziektekosten-, verzekeringspapieren en paspoort.
Route boekje en eventueel stafkaarten.

14-01-10

Permalink 19:05:29, Categoriën: Algemeen

De plaats 'Finis Terrae', Finisterre of het eind van de wereld, duikt op als de mysterieuze plek waar de wereld ophoudt en de onderwereld begint. Het ligt in Galicië aan de Atlantische kust, die ook wel de kust van de dood wordt genoemd.
Ook Romeinse legeraanvoerders hebben al over deze plaats verhaald en zullen volgens sommige onderzoekers de veel oudere Keltische riten van weleer hebben uitgevoerd. Onder deze riten verstaat men: het afknippen van het haar, het baden in zee en het verbranden van iets persoonlijks uit het verleden bij zonsondergang.
In de voor-christelijke periode waren er diverse goden verbonden met de pelgrimage naar Finisterre. Zij waren o.a. bekend onder de namen Mithras, dondergod, gids of beschermer tijdens de tocht door het dodenrijk. Pelgrims naar Santiago plakken er soms nog 3 dagen lopen aan vast om aan de Atlantische Oceaan hun lange tocht bij de vuurtoren aan de baai van Finistera ritueel af te sluiten en aan 'het einde van de wereld' een nieuw leven te beginnen...

Todo pasa y todo queda,
pero lo nuestro es pasar.
Pasar haciendo caminos,
caminos sobre la mar...

16-01-10

Permalink 19:19:01, Categoriën: Algemeen

De Keltische mythologie is ontstaan als een natuurgodsdienst. Goden werden eerst als dieren gezien, en dieren als goden, want goden konden zich veranderen in dieren. Zij moesten vooral gunstig gestemd worden met offers, soms ook mensenoffers. Toen de Keltische leider Brennus in de 3e eeuw v.Chr. door Griekenland trok en volgens een legende het Orakel van Delphi plunderde, moest hij erg lachen om het feit dat de Grieken zich de goden als mensen voorstelden. Diodorus Siculus schreef dat hij in ieder geval een aantal stenen en houten beelden van goden in Delphi had bespot om die reden. Strabo meldt dat de Kelten er een ingewikkelde godsdienst op na hielden.
Zij geloofden in een instant hiernamaals. Wie stierf werd onmiddellijk herboren, los van goede of kwade daden. Er was slechts een vage scheidingslijn tussen deze wereld en die aan de andere zijde van dit leven. Deze lijn loste op bepaalde plaatsen en tijden zelfs helemaal op en dan liepen doden, goden, geesten en mensen er even allemaal door elkaar. Zo moest men op de feestdag Samhain opletten om niet door geesten te worden meegenomen. Een uitgeholde biet met een kaarsvlammetje erin kon ze wel afschrikken en men kon zich ook als een dode of geest vermommen om ze te misleiden. Er waren weinig door mensenhanden gemaakte heiligdommen. Bergen, open water, vooral bronnen, en ook open plaatsen in het bos, en bepaalde bomen, konden een heilige status hebben. De cultus van heilige bronnen ging al terug tot de bronstijd en werd door de Germanen voortgezet. Galicië heeft twee officiële talen, het Galicisch en het Spaans. De nationale feestdag van Galicië valt op 25 juli, dat is de feestdag van Sint Jacobus - Sant Iago.

18-01-10

Permalink 10:38:58, Categoriën: Algemeen

Give me my scallop-shell of quiet,
My staff of faith to walk upon,
My scrip of joy, immortal diet,
My bottle of salvation,
My gown of glory, hope's true gage,
And thus I'll take my pilgrimage.

17th-century. (Sir Walter Raleigh)

21-01-10

Permalink 16:47:12, Categoriën: Algemeen

In de Karelskroniek van Einhart (830 n. Chr.) wordt een droom beschreven, die Karel de Grote zou hebben gehad. 'Hij zag aan de hemel een weg van sterren. Deze begon bij de Friese Zee en liep over Duitsland en Italië, Gallië en Aquitanië, ging dwars door Gascogne, Baskenland en Spanje naar Galicië, waar het lichaam van Jacobus rustte zonder dat men dat wist.' Karel overdacht de droom, maar kon niet bedenken wat die te betekenen had. Dus droomde hij de volgende nacht opnieuw: maar nu verscheen hem een gestalte, die tot hem sprak. Toen Karel hem vroeg wie hij was bleek dat het Jacobus was, de apostel van Jezus, die we uit de bijbel kennen als de zoon van Zebedeus en de broer van Johannes. Deze vertelde Karel dat zijn stoffelijk overschot rustte in Galicië. Karel kreeg de opdracht om de strijd aan te binden met de ongelovigen en om een kerk te bouwen op de plaats waar het gebeente van Jacobus begraven lag. Zo werd 'de weg' voor Karel tevens een deel van zijn levensopdracht: een weg om te gaan.Dit verhaal uit de Karelskroniek is in latere heldenliederen verbonden met het verhaal over Roeland. Roeland was het kind van een verstoten zuster van Karel, Bertha. Karel had haar verstoten toen ze huwde met een man die haar niet waardig was. Ze baarde een zoon, maar niet lang daarna verdronk zijn vader. Roeland groeide op, en besloot om voor zijn moeder te zorgen. Eenmaal volwassen keerde hij terug naar het hof van Karel. toen deze ontdekte wie deze Roeland was en wat er inmiddels allemaal was gebeurd, besloot Karel om zich over Roeland te ontfermen.
Hij zou van toen af aan, samen met zijn moeder, deel uitmaken van het hof. Bezongen wordt hoe de moedige Roeland meestrijdt tegen de ongelovigen. Maar ook, hoe hij tenslotte de dood vindt omdat hij wordt verraden, door Fenelon, zijn stiefvader, die de jonge Roeland benijdde om zijn roem. Wanneer de legers van Karel terugkeren uit Spanje, raakt de achterhoede in een hinderlaag: bij Roncevalles. Fenelon had ervoor gezorgd dat Roeland het bevel voerde over deze troepen. Als trotse ridder vocht hij voor zijn leven, maar hij bleek uiteindelijk niet opgewassen tegen de overmacht van de trouweloze Waskonen (Basken) In latere versies worden deze vijanden als 'Saracenen' aangeduid: dat paste beter in de toen inmiddels ontbrandde 'reconquista' (de herovering van Spanje op de Moren). Roeland sneuvelde op 15 augustus 778. Zijn dood werd gewroken: vele duizenden 'ongelovigen' werden door de legers van Karel de rivier de Ebro ingedreven. Het lichaam van Roeland werd in zijde gewikkeld, in een wit-marmeren kist gelegd en bijgezet in Saint Romain.

Permalink 16:53:21, Categoriën: Algemeen

Misschien zijn deze woorden wel synoniem. Maar er bestaat toch wel enig verschil in de gevoelswaarde: het woord muzikanten roept gedachten op aan mensen die op straat muziek maken en zorgen voor vrolijkheid en vermaak; bij musici denk je eerder aan deskundigen op het gebied van de muziek - zowel in theoretisch opzicht als waar het het bespelen van hun instrument betreft. Op de kapitelen van zuilen en in de portalen van Romaanse kerken kom je hen beiden tegen. De Middeleeuwse beeldhouwers hadden weinig waardering voor degenen, die probeerden geld te verdienen aan het vermaak van pelgrims: deze muzikanten en potsenmakers werden geassocieerd met de duivel en zijn demonische gezellen. Onder de musici daarentegen treffen we (in de overlevering) Koning David aan, die met snarenspel en dans God eert en diende. En ook de engelen, die volgens het boek Openbaring zich eeuwig bevinden rond Gods troon om er de liturgie ten gehore te brengen. 'Muziek is de kunst mooi en goed te zingen. Wie dit vermogen niet heeft, loeit als een koe. Met deze kunst hebben David en zijn gezellen op de tiensnarige psalter en de citer, met ijzeren hoornen en cimbalen, met tamboerijnen, koor en orgel de psalmen gezongen, want muziek is ontleend aan de stemmen der engelen en de hemelse gezangen', aldus de Karelskroniek...

22-01-10

Permalink 19:45:36, Categoriën: Algemeen

In de reisverhalen van de 'groten der aarde' zijn de helden vaak zeelieden die levensgevaarlijke tochten maken over de 'wateren des doods': uiteindelijk bleken zij in staat om heelhuids het land van de dood te bereiken. Ook de avontuurlijke tochten van Griekse helden (Heracles, Odysseus, de Argonauten, Theseus) bevatten talrijke elementen die erop wijzen dat er een relatie ligt met deze symboliek. In de droom van Karel de Grote is de weg, waarover hij droomt, een projectie van de melkweg. (de Via Lactea) De weg wordt gerelateerd aan de sterrenhemel. Dit hangt ongetwijfeld samen met de opvatting dat in de sterren onze levensweg wordt weerspiegeld: sterren wijzen de reiziger immers de weg? Het pelgrimswezen bouwt dus niet alleen op oude Christelijke levensbeelden. Ook van de Kelten weten we dat zij dwaalden langs oeroude wegen en de heilige plaatsen uit langvervlogen tijden: steenhopen, menhirs, heilige bomen en bergtoppen. Uit de sporen, die worden teruggevonden, valt op te maken, dat er zo'n weg liep in Zuid Engeland via Canterburry, Stonehenge, Gladstonebury, Avalon, en Barnstaple en dat er één liep er vanuit de Elzas via Bretagne naar Finistère. Maar ook de vele pelgrims die op weg zijn naar Santiago lopen, vaak zonder het te beseffen, over pelgrimswegen die zonder enige twijfel veel ouder zijn dan de meesten zich realiseren. En ook het feit dat voor velen van hen niet het vermeende graf van Jacobus het eindpunt vormt van de tocht, maar Finisterre (finis terrae - het einde van de aarde), zou wel eens kunnen teruggaan op tradities die veel ouder zijn. Van de Romeinse legioenen van Caius Brutus wordt verteld dat ze naar Fisterre (Finisterre) zijn gemarcheerd om daar te gaan zien hoe de zon er langzaam in de onderwereld wegzakte. Klaarblijkelijk heeft men ook toen al deze weg, die de baan van de zon volgt en die uitloopt op 'de wateren des doods', beschouwd als de weg naar helderheid omtrent het mysterie van dood en leven...

Permalink 19:55:47, Categoriën: Algemeen

Wie pelgrimswegen volgt en niet verdwaalt, komt langs kerken en kapelletjes. Hun open deuren nodigen de reiziger uit om binnen te treden en even stil te staan. Vooral in de kleine kapelletjes is het vaak zo stil, dat het net is alsof daar de tijd even stil staat. Daar, in het hier en nu, kan een mens tot zichzelf komen en een plek vinden waar de eeuwen lijken samen te vallen. Naar zulke plekken is de pelgrim op zoek: plaatsen waar ruimte en tijd samenvallen. Zulke plaatsen zijn het die de bron vormen voor legenden over het raadsel van de eeuwigheid: Een zekere Virila, abt van het klooster Leyre, mediteerde over het raadsel van de tijd. Hij kon maar niet bevatten hoe de tijd zich verhoudt tot de eeuwigheid. De vraag hield hem zo bezig, dat hij het in het klooster niet uithield. Hij verliet daarop het klooster en pas ver daarbuiten kwam hij tot rust bij een heldere bron. Hij hoorde er een nachtegaal zingen. Het bracht hem in vervoering en daardoor vergat hij de tijd. Toen hij uiteindelijk weer bij zinnen kwam, kon hij nog slechts met grote moeite het pad terugvinden: hij moest zich een weg zoeken door dicht struikgewas. Teruggekomen bij het klooster vroeg hij zich af of het nog wel dezelfde muren waren die daar stonden. Alles leek anders. En ook de monniken waren anderen dan die hij kende. Ze reageerden ook niet op de namen die hij riep. Na enige tijd vond één van de monnikken in een oud vergeeld boek de naam Virila, met daarbij de notitie, dat hij ooit het woud was ingegaan en nimmer was teruggekeerd...

Permalink 20:03:39, Categoriën: Algemeen

Wie pelgrimeert is daarmee toegetreden tot een gemeenschap. Pelgrims ontmoeten elkaar vooral tegen het einde van de dag: in de herbergen, kloosters, en refugios vinden zij onderdak. Daar worden ervaringen uitgewisseld en plannen besproken. Maar ook onderweg komen ze elkaar tegen. Soms, nadat ze elkaar dagen uit het oog hadden verloren, als 'oude vrienden'. Maar net zoals ze elkaar ontmoeten kunnen ze elkaar ook weer uit het oog verliezen, en zelfs gaan missen. Mensen kwijtraken zonder bewust afscheid van hen te hebben genomen, is enerzijds pijnlijk, en voedt anderzijds de hoop dat er mogelijk toch nog ooit een weerzien volgt. Het kunnen verhelderende ervaringen zijn omdat het leven vol zit met zulke ervaringen rond verbroken relaties. Het opbouwen en aangaan van een relatie is een kunst, maar goed afscheid nemen en het verbreken van een relatie vereist misschien wel minstens zoveel zorgvuldigheid en aandacht. Wie zich dat niet realiseert loopt de kans nog lang te worden achtervolgt door spijt. Bij het afscheid nemen komt het aan op 'wat er nog gezegd moet worden' en 'wat maar beter achterwege kan blijven'. Elk afscheid noopt ons als het ware om weer even na te denken over het eigen bestaan en de balans op te maken: wie was die ander voor mij? En wie ben ik geweest voor de ander? Zo is elk afscheid dan ook weer een herkansing om niet een zelfde fout te maken als een vorige keer. We zijn elkaar als reisgenoot geschonken. Dat is niet om elkaar te bezitten of te kunnen claimen, maar om te beseffen wat ons in die ander werd geschonken en wat wij voor de ander hebben betekend...

25-01-10

Permalink 12:34:30, Categoriën: Algemeen

'Na Los Arcos, bij de eerste pleisterplaats, stroomt een rivier die levensgevaarlijk is voor mensen en paarden die ervan drinken. Alle rivieren tussen Estella en Logroño bevatten dodelijk water. Het eten van vis uit deze stromen is dan ook af te raden.'
Zo waarschuwt de Codex Calixtinus.
De 'Codex Calixtinus' is één van de oudste geschriften over de Camino de Santiago, geschreven tussen 1135 en 1139, en een prachtig voorbeeld van de rijke geschiedenis van deze pelgrimsweg. De Codex is vernoemd naar paus Calixtus II. De schrijver van de 'gids' was een Franse priester; Aymeric Picaud. Natuurlijk is er veel aandacht voor Jacobus en de wonderen die hij zou hebben verricht. De Codex maant de pelgrims ook aan tot goed gedrag en vervloekt iedereen die de pelgrims het geld uit de zak wil kloppen, zoals: verklede priesters, hoeren, geldwisselaars en bepaalde herbergiers.
Het laatste deel van de Codex is vooral een praktische reisgids voor de pelgrim.
Hierin worden de vier hoofdroutes door Frankrijk en de weg door Spanje beschreven.
Veel liederen uit de Codex Calixtinus worden nog steeds gezongen.

26-01-10

Permalink 15:52:38, Categoriën: Voorbereiding

'De eerste aanwijzing dat we onze dromen aan het doden zijn, is tijdsgebrek.
Het tweede symptoom van de dood van onze dromen zijn onze onzekerheden.
Het derde symptoom van de dood van onze dromen ten slotte, is rust.
Het leven wordt een zondagmiddag. Het verlangt geen grootse dingen meer van ons, eist niet méér dan wij kunnen geven. Dan denken we dat we rijp en volwassen zijn en zetten de fantasieën uit onze jeugd aan de kant en worden realistisch. We kijken verbaasd op wanneer iemand van onze leeftijd zegt dat hij nog dit of dat van het leven wil. Maar diep in ons hart weten we dat we onze dromen hebben verraden'.

Paulo Coelho

31-01-10

Permalink 15:32:28, Categoriën: Voorbereiding

Ieder mens draagt in zijn leven
een grote rugzak met zich mee.
Bergt daarin zijn vreugd en zorgen,
een verzameling van wel en wee.

Soms is de rugzak niet te dragen,
dan weer is hij vederlicht.
Meestal blijft wat ruimte over,
vaak ook kan hij niet meer dicht.

Kijk in de verloren uurtjes
heel de inhoud nog eens door.
Er kan best iets uit verdwijnen,
wat zijn waarde reeds verloor.

En zo ga je door de jaren.
Je pakt iets op en gooit iets weg.
Soms gebeurt dat als vanzelf,
vaak ook na wat overleg.

Langzaam wordt de rugzak leger,
'n levensmiddag gaat voorbij
en bij het vallen van de avond,
werpt men 't meest der last opzij.

Maar er blijft nog wat van waarde,
wat je koestert en behoudt.
Al lijken het soms kleinigheden,
't zijn herinneringen, meer dan goud.

Ieder draagt zijn eigen rugzak,
niemand, die hem overneemt
en je hoeft ook niet te vrezen,
dat een dief hem ooit ontvreemdt.

Januari 2010
Maa Din Woe Don Vrij Zat Zon
 << < Huidig> >>
        1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31

Zoeken

powered by free blog software