| « Kerken, kapelletjes en legendes | Codex Calixtinus » |
Wie pelgrimeert is daarmee toegetreden tot een gemeenschap. Pelgrims ontmoeten elkaar vooral tegen het einde van de dag: in de herbergen, kloosters, en refugios vinden zij onderdak. Daar worden ervaringen uitgewisseld en plannen besproken. Maar ook onderweg komen ze elkaar tegen. Soms, nadat ze elkaar dagen uit het oog hadden verloren, als 'oude vrienden'. Maar net zoals ze elkaar ontmoeten kunnen ze elkaar ook weer uit het oog verliezen, en zelfs gaan missen. Mensen kwijtraken zonder bewust afscheid van hen te hebben genomen, is enerzijds pijnlijk, en voedt anderzijds de hoop dat er mogelijk toch nog ooit een weerzien volgt. Het kunnen verhelderende ervaringen zijn omdat het leven vol zit met zulke ervaringen rond verbroken relaties. Het opbouwen en aangaan van een relatie is een kunst, maar goed afscheid nemen en het verbreken van een relatie vereist misschien wel minstens zoveel zorgvuldigheid en aandacht. Wie zich dat niet realiseert loopt de kans nog lang te worden achtervolgt door spijt. Bij het afscheid nemen komt het aan op 'wat er nog gezegd moet worden' en 'wat maar beter achterwege kan blijven'. Elk afscheid noopt ons als het ware om weer even na te denken over het eigen bestaan en de balans op te maken: wie was die ander voor mij? En wie ben ik geweest voor de ander? Zo is elk afscheid dan ook weer een herkansing om niet een zelfde fout te maken als een vorige keer. We zijn elkaar als reisgenoot geschonken. Dat is niet om elkaar te bezitten of te kunnen claimen, maar om te beseffen wat ons in die ander werd geschonken en wat wij voor de ander hebben betekend...