| « De rugzak | Romaanse beeldhouwkunst » |
In Noordwest-Spanje (Asturië) verrees de mozarabische stijl als mengvorm met vroeg-romaanse en Moorse elementen. Deze kerken waren aan de buitenkant sober, maar hadden een fraai interieur met veel oosterse kenmerken. Het belangrijkste Mozarabische stijl-kenmerk is de hoefijzerboog. De Moorse hoefijzerboog ontstond daar Arabische bouwmeesters aanvankelijk de rondboog en het kapiteel als één ding behandelden. Rond 950 verschijnen in Noord-Italië, gevolgd door Catalonië en het noordoosten van Aragón, vernieuwde constructies, gemetseld met natuursteenblokken die langs de buitenzijde min of meer rechthoekig gekapt zijn (zoals bakstenen) en kalkmortel. Catalonië had een sterke zeemacht en had goede contacten met Noord-Italië. (Lombardije) In het begin van de 11e eeuw verspreidde de Lombardische bouwstijl zich in nog geen 25 jaar in een groot deel van Catalonië en een groot deel van het toenmalige Aragón (het huidige Ribagorza en Sorbrarbe). De gewone muren werden door plaatselijke metselaars gebouwd, terwijl de nieuwe technieken door werkploegen van steenkappers en bouwmeesters uit Lombardije werden uitgevoerd. Deze eenvoudige kerken in Lombardische stijl zouden spoedig de complexere mozarabische stijl verdringen.