Archief voor: Mei 2010

10-05-10

Permalink 16:50:38, Categoriën: Voorbereiding

Het gaat snel nu. Ik heb nog een weekje voor mijn vertrek naar Salamanca. Nog wat dingen regelen zoals een nieuwe wandelbroek en lichtgewicht sandalen of slippers kopen, nieuwe batterijen in mijn zaklamp stoppen, mijn kompas opzoeken, De EHBO-kit nakijken, de rugzak alvast inpakken etc.

De pelgrim in de Middeleeuwen had al die zorgen niet. Hij bedelde onderweg zijn kostje bij elkaar en zocht 'sijnen wegh naar Sente Jacob' zoals die in een vroeg 14e eeuwse handschrift stond beschreven. In die tijd werd in Santiago overnacht in de herberg La Paloma Negra (de zwarte duif) opengehouden door een bevallige 'Vlaanderse'. Erasmus had zich in zijn 'lof der zotheid' nog vrolijk gemaakt over hen die op weg gingen naar Compostela, waar zij niets te zoeken hadden, terwijl vrouw en kinderen thuis zaten... Op vandaag trekken duizenden te voet, te paard of per fiets naar de Gallische bedevaartplaats. De meesten hebben een goede reden om even uit een wereld te stappen die hen te kil lijkt.

11-05-10

Permalink 16:52:01, Categoriën: Algemeen

Jacobus was al achthonderd jaar dood toe hij in 844 op zijn witte schimmel het commando over de Asturische troepen van koning Ramiro I overnam en bij Clavijo 70.000 Moren naar de andere wereld hielp. (volgens de legende dan toch) Daarmee zou de Sint de Asturiërs hebben beloond omdat hun vorige koning, Alfonso I, een stenen kerk voor hem had opgericht, precies op de plaats waar een ziener ongewoon heldere sterren had zien stilstaan - een sterrenweide. Op deze 'Campus Stellae' - Compostela - zou zich immers de laatste rustplaats van Santiago hebben bevonden. Vanaf de negende eeuw voerden de Spanjaarden onder zijn vaandel (Matamoros) oorlog om heel Spanje van de Moren te bevrijden - de reconquista - hetgeen vervolgens toch nog enkele eeuwen in beslag nam...

18-05-10

Permalink 17:22:27, Categoriën: Dagverslag

Vanmorgen heb ik afscheid genomen van Thea en Sem toen om 9.00 uur Jo en Tjeu me ophaalden om naar vliegveld Zaventem bij Brussel te rijden. In Zonhoven werd Roger nog opgepikt terwijl op de radio onheilspellende berichten klonken over de naderende aswolk uit IJsland. Jo bood me nog aan om in noodgeval bij zijn zus te slapen in plaats van op de luchthaven, maar dat bleek uiteindelijk niet nodig. Vlucht IB 3203 ging gelukkig nog door, zij het met 45 minuten vertraging. Ik was intussen 3 x gestript, geröntgend en gefouilleerd en mijn toilettas en EHBO kit werden wantrouwend helemaal leeggehaald. Na een rustige vlucht over de besneeuwde Pyreneeën landde ik rond 15.00 uur in Madrid, waar een taxi me naar het busstation bracht aan de zuidkant van de stad. In de bus zat ik naast een Duitse studente die Spaans studeerde in Salamanca. Prettig gezelschap op de lange busreis (2,5 uur) Die bustocht zorgde ervoor dat ik pas om 19.00 uur aan de refugio achter de Catedral Viejo kwam waar de Duitse hospitalera me meldde dat de zaak ´complet´ was. Een stempel kreeg ik wel en ik weet nu in ieder geval dat ik niet alleen op de Via de la Plata loop. Een bed (en een bad) vond ik bij pension Robles op de prachtige Plaza Mayor waar de halfblinde eigenaresse met veel moeite de gegevens van mijn pas overnam. Omdat ik nu niet gebonden was aan de sluitingstijd van de refugio (22.00 uur) kon ik op mijn gemak (buiten) gaan eten bij restaurant ´Erasmus´, waar ik vorig jaar ook al was en me verwonderde over de Hollandse attributen en spreuken op de wanden. Na een zoektocht langs 4 sportzaken vond ik bij de laatste tenslotte een ´baston telescopico´ (wandelstok) en kon ik tevreden naar mijn pension lopen na een laatste capucino op de Plaza Mayor. Op tijd naar bed want morgen wacht een pittige tocht (35 km.) naar El Cubo de la Tierra del Vino en de weersberichten melden veel zon en 20 graden.
Dat belooft wat!

Permalink 17:31:40, Categoriën: Dagverslag

Het is nog niet helemaal licht als ik de deur van pension Robles achter me dicht trek om 07.00 uur. Vanaf de Plaza Mayor gaat het noordwaarts de stad uit langs de Plaza de Toros. Naast de N 630 is intussen een splinternieuwe autobaan aangelegd, waardoor het originele pad naar links verlegd is. Het gaat rechttoe - rechtaan tot het eerste dorpje Castellana de Villiquera waar niets te zien en te krijgen is. Bij de kleine Albergue zijn nog enkele pelgrims toilet aan het maken en langs een groep Romeinse Miliaros (mijlpalen) loop ik verder in ´el campo´. Buiten een kudde schapen, bewaakt door vervaarlijk uitziende honden, kom ik geen mens tegen behalve een groepje pelgrims die op afstand langs de carretera (autoweg) lopen. De zon schijnt en er is geen wind zodat de temperatuur me parten speelt. Onderweg passeer ik de provinciegrens tussen Salamanca en Zamora. Na een lange en weinig opwindende tocht bereik ik om 15.00 uur het einddoel voor vandaag, moe en hongerig omdat ik zonder ontbijt vertrokken was en onderweg was helemaal niets te krijgen. Bij binnenkomst in het dorp cirkelde een enorme roofvogel laag ovet de daken, prachtig! In een tienda doe ik al wat inkopen voor morgen (ik moet beter voor mezelf zorgen) en krijg bij ´Casa Carmen´ te horen dat ze ´complet´ zijn. Bij de refugio is nog plaats en ik arriveer er met 2 Spanjaarden en een Canadees. Eerst maar douchen (dat was nodig!) en wat drinken. De hospitalero slooft zich uit om het iedereen naar de zin te maken. Naderhand ga ik in het dorp iets drinken in een bar en raak aan de praat met een negentigjarige Spanjaard die me vraagt of ik in Fuentarobble bij Vicaro (pastoor) Don Blas heb geslapen. Hij blijkt uit dit dorp afkomstig te zijn. Ik heb inderdaad in zijn refugio overnacht, maar dat was vorig jaar op de eerste helft van de Via de la Plata. Hij vertelt me ook nog dat hij analfabeet is. Verder kan ik hier ook eten vanavond (wel pas na 20.00 uur). De lange weg vandaag was een testcase voor mijn conditie (daar moet nog wat aan gebeuren) en de eentonige route was een goede gelegenheid om mijn hoofd alvast wat leeg te maken. Morgen naar Zamora (32 km.) Hasta Mañana!

19-05-10

Permalink 20:10:39, Categoriën: Dagverslag

Na een rustige nacht (ik had de oordopjes niet nodig) is er zowaar een ontbijtje in de refugio. Philip de hospitalero maakt koffie met een paar instant broodjes erbij en zelfs zuma de naranja (sinaasappelsap). Hij verteld dat de kleine hond die steevast voor de deur ligt, door hem gered is na een ongeluk en sindsdien zijn ze onafscheidelijk. De route loopt noordwaarts het nog slapende dorp uit en het pad gaat op en neer door de maïsvelden waar overal lange verrijdbare sproeiers als monsterachtige insecten over de akkers schuiven. La tierra del vino, zoals de streek heet doet zijn naam geen eer aan met de enkele verspreid liggende en verwaarloosde wijngaarden. Het eerste dorp na 13 km. is Villanueva de Campeán met een kerk, een bar en een refugio waar niemand blijft slapen. Na enkele uren stappen door het golvende landschap is in de verte Zamora te zien, maar het pad is nog lang en de zon zinderend heet. Aangekomen bij de Rio Douro (die bij Porto in de oceaan stroomt) steek ik de oude Romaanse brug over naar het historische centrum waar de kathedraal met zijn aparte koepel de sky-line domineert. De refugio naast de iglesia San Cypriano (nooit van deze heilige gehoord) is een complete verassing! Modern ingericht met alle comfort dat een pelgrim nodig heeft ( denkt te hebben), een hartelijke ontvangst, lekkere douches en morgenvroeg zelfs een ontbijt en dat allemaal donativo! (gratis dus) Ik bezoek later de kathedraal met het bijbehorende museum en het ernaast liggende Castillo, De stad heeft maar liefst 17 Romaanse kerken die allemaal gesloten zijn. Slechts de grote kathedraal is, tegen betaling, te bezoeken. Geen echt christelijk welkom voor de pelgrims op de Camino. Op de Plaza Mayor is het goed toeven en ik ontmoet er Luc, een fietspelgrim uit Luxemburg, op weg naar Porto - de Portugese grens is hier maar 55 km. vandaan. Ook tref ik er weer Dearmot de Engelsman met Ierse roots waarmee ik bij een glas wijn een interessante discussie heb over de zin en onzin van religie, de macht van de priesters door de eeuwen heen, de onvermijdelijke rituelen op de Camino en de menselijke natuur die volgens hem uit drie onderdelen bestaat nl. geld, macht en seks. Onze filosofieën lopen uiteen van Aristoteles tot Thomas van Aquino, maar uiteindelijk vinden we samen dat het toch vooral om de kleine dingen in het leven gaat zoals; vriendschap, een zinvolle invulling van je leven, liefhebben, geliefd worden en het wel en wee van je naaste omgeving. Je bent zo een uur verder. Teruglopend naar de refugio zie ik een affiche van het feest; Santa Maria virgen de la concha (de schelp) De schelp waar Venus in de Romeinse mythologie uit geboren werd in de zee. Botticelli schilderde het. Venus getransformeerd in de maagd Maria met een (heidense) schelp als symbool. Tja, wat is mythologie en wat is ´waarheid´. Wie het weet mag het zeggen.

22-05-10

Permalink 15:06:39, Categoriën: Dagverslag

Het is nog donker als ik vertrek uit Zamora via de Plaza San Lázaro en aan de rand van de stad volg ik de ´Calle General Franco´ (hij is nog overal aanwezig) tot aan Reales del Pan, waar alleen water kan worden bijgevuld. Het belooft een lange en warme dag te worden, dus water is érg belangrijk. Vandaag loop ik samen met Philip, een Franse Canadees, die met een Spaanse getrouwd is en de taal dus goed beheerst. Ik ontmoette hem al eerder en we kunnen goed met elkaar overweg en hebben ongeveer hetzelfde loopritme. Het pad blijft steeds in de buurt van de N630 dus verdwalen kunnen we niet. Na een lange ruk van 16 km. staan we op een kleine plaza in Montamarta, waar weliswaar een refugio is maar verder helemaal niets te krijgen (geen ontbijt dus). Dan loopt het pad omhoog de velden in langs het stuwmeer van Ricobayo om vervolgens over de Meseta naar een natuurpark te lopen. We kiezen voor een alternatieve route die beneden langs de kust van het meer loopt. Van een pad is geen sprake meer en we lopen, strompelen en klimmen over rotsen in de richting van de burchtruïne Castrotorafe die in de verte al te zien is. Ondanks de moeilijkheidsgraad is het een fantastische ervaring en we eindigen vlak onder de muren van de burcht. Het was het kasteel van de ridders van Sint Jacob en uit de restanten van de muren kun je afleiden dat het de proporties van een dorp had. Na de Camino te hebben teruggevonden, stoppen we in een bar in Riego del Camino waar een Spaanse vrouw, Isabel, zich bij ons voegt. We lopen de laatste 6 km. samen door naar Granja de Moreruela. Bij de enige refugio in het dorp is het al aardig druk en er is slechts een soort gymzaal met matrassen op de vloer en alleen koud water. Isabel meent dat er ook een Casa Rural in het dorp is en al zoekende komen we uit bij een prachtig verbouwd huis van Marisol die ons de kamers laat zien, de keuken en de mooie patio. We besluiten om deze keer de refugio over te slaan en even te genieten van de rust en de privacy hier. Ook Philip en Dearmot zien het wel zitten en boeken een kamer. Dearmot was vandaag op de fiets onderweg en werd aangevallen door een grote hond die hem in een been beet. Bij nader inzien viel het gelukkig allemaal wel mee maar de schrik zit er wel in. Later op de middag laten we ons overhalen door ene Francesco om een abdijruïne van de Cistersiënzers te bezichtigen die volgens onze ´gids´ maar 3 km. weg ligt. Het blijken er bijna vijf te zijn en als we op de terugweg niet door een jeep opgepikt waren geworden, was de score voor vandaag 45 km. geweest. Om even te genieten van onze Casa besluiten we om niet in de bar naast de refugio te gaan eten, maar om zelf te koken. Het menu is: Salata mixta - pizza atun y jamon en als postre yoghurt. Met een fles rode wijn del Toro wordt het een gezellige avond met veel discussie en Camino-verhalen in het Frans, Spaans en Engels. Isabel is 52 en reist i.v.m. het werk van haar man van de ene stad naar de andere, met als thuisbasis Barcelona. Hier is ze alleen onderweg en ze is ´vrij´ zegt ze.
Het is tevens weer afscheid nemen van haar want morgen loopt ze verder noordwaarts naar Astorga, terwijl wij naar het westen afslaan richting Ourense. Later op de avond kloppen nog 4 Spaanse fietspelgrims aan de poort die ook willen blijven slapen. Buenas noches y hasta mañana!

Permalink 15:11:00, Categoriën: Dagverslag

Vanmorgen heb ik Isabel niet meer gezien en Philip was waarschijnlijk ook al onderweg toen ik om 7.30 uur vertrok uit de Casa Rural. Eerst ga ik in de richting van de abdij die ik gisteren bezocht, maar al snel moet ik naar rechts en omhoog. Ik passeer een Duitse vrouw die even met me oploopt maar haar tempo is toch wat te traag voor mij dus ik loop alleen verder. Je moet hier goed opletten want de gele pijlen zijn soms moeilijk te vinden. Na geruime tijd bereik ik weer de verharde weg en wordt verrast op een prachtig uitzicht op de Rio Esla en het stuwmeer dat er ligt. Om aan de overkant te komen moet ik over een oude Romaanse brug en aan de andere kant begint een prachtig natuurgebied waar ik door en over de rotsen klimmend, prachtige doorkijkjes heb op het meer en de omringende rotsen. Ik geniet met volle teugen van dit kadootje en op de top, met een schitterend panorama, blijf ik een tijdje zitten, rook een sigaartje en bel even met Thea. De Esla wringt zich hier tussen de machtige rotsen door en de wanden zijn bezaait met prachtige bloemen.
Na een vervallen huis is er weer een normaal pad dat slingerend tussen kurkeiken, steeneiken en olijfbomen door gaat en na enkele kilometers kom ik aan de ingang van de Finca Val de la Rosa, een enorm landgoed waar de stieren gefokt worden die je elke avond op de TV afgeslacht ziet worden.
Ik verbaas me er steeds weer over met welke fascinatie de Spanjaarden (mannen én vrouwen) dit schouwspel avond na avond aanschouwen en er nooit genoeg van lijken te krijgen. Maar ja, Nero wist al hoe je dat doet; brood en spelen (en bloed) voor de massa! De eerstvolgende stop is in een bar in Faramontanos de Tábara waar even later ook de Duitse vrouw uit Paderborn aankomt, evenals twee Spanjaarden en nog een Duitse man uit Ingoldstadt. Je kunt aan de beperkte rugzakken zien dat hier ervaren wandelaars lopen. Bijna niemand heeft nog meer dan 10 kilo op de rug en weet dat je onderweg niet zo veel nodig hebt. Het is nog 8 km. naar Tábara en het pad loopt tussen de velden met de reusachtige verrijdbare sproeimachines. Na nog twee uur lopen bereik ik Tábara waar tot mijn vreugde een Hostal is, want de enige refugio ligt ver buiten het dorp en is al vol (hoor ik). Lekker weer even een kamer voor mezelf en vanavond kan ik hier samen eten met Philip en Dearmot die ook al gearriveerd zijn. Internet in de plaatselijke bibliotheek werkt niet, dus ik moet mijn publicaties even opschorten. Morgen gaat de route naar Santa Maria de Tera en eindelijk eens een doorsnee etappe van 25 km. Dat is me tot nog toe niet gelukt. De temperatuur ligt hier intussen in de middag rond de dertig graden met weinig wind dus het wordt weer vroeg vertrekken om de hitte voor te blijven...

27-05-10

Permalink 17:17:50, Categoriën: Dagverslag

Vanmorgen liep mijn wekker af om 6 uur en na een douche en een bekertje yoghurt ben ik om 6.45 uur weer op weg. Ik verlaat het dorp langs de kerk van San Salvador en ben terug op de langgerekte en stenige pistes die ook gisteren al het uiterste vergden van mijn uithoudingsvermogen en geduld. Ook hier wordt met Europees geld aan nieuwe wegen gewerkt en de gele pijlen begeleiden me op een alternatieve route die voorlopig bergop gaat. In de verte voor me zie ik al pelgrims die nóg vroeger dan ik zijn vertrokken en 8 km. verder passeert Dearmot me op zijn fiets. Hij is alweer onderuit gegaan op de hobbelige paden en wil daarom morgen de carretera volgen. Philip schijnt zo´n kilometer achter me te lopen. Op een kruising met een verharde weg staan 4 pelgrims hevig te discussiëren over de juiste richting van de Camino, maar ik volg braaf de gele pijlen en kom in een dorp dat niet in mijn routeboek vermeld is: Villanueva de las Peras. Hier blijkt dat de plaatselijke kroegbaas eigenhandig de route heeft omgeleid langs zijn café om ook wat te verdienen aan de pelgrims. En het werkt, want binnen ontmoet ik 2 Spaanse peregrinos Manolo en Pedro uit Ourense en even later komt ook Philip binnen met 2 vrouwen uit Parijs. Na een servezza en een café con leche ga ik op weg voor de laatste 7 km. over de verharde weg naar Santa Croya de Tera met aan het einde van het dorp de uitnodigende Alberque privado Casa Anita en ik krijg er een bed toegewezen in de dormitorio. (slaapzaal) Verder zijn er ook al diverse Spanjaarden, Fransen, Italianen, Duitsers en 3 Sloveense jonge vrouwen gearriveerd. Na de gezamelijke avondmaaltijd ga ik met Philip en Dearmot één dorpje verder: Santa Marta de Tera over de Rio Tera naar een prachtig Romaans kerkje waar aan de achteringang het oudste beeld (12e eeuw) van Sint Jacob te vinden is. We krijgen ook nog een geschiedenisles in het kerkje en tevreden gaan we terug naar Casa Anita waar de mooie dochter Anna ons nog wat adressen bezorgt voor de komende etappes. De route gaat morgen naar Mombuey en dat worden toch weer 35 km. en dat op zondag!

Permalink 17:43:12, Categoriën: Dagverslag

Na een rustige nacht in de volle dormitorio van Casa Anita word ik rond 6 uur wakker terwijl diverse pelgrims al hun hun muchilla (rugzak) aan het pakken zijn. Van Anita en haar dochter Anna is niets te zien en na een kopje chocomel uit de automaat ga ik op pad. Karin, een Duits vrouw uit Frankfurt, merkt op dat het weer omgaat omdat er wolken aan de hemel verschijnen, zogenaamde ´zirren´. Ze poneert een Duits gezegde; ´Bei frauen und Zirren, da kan man sich irren´ en als ik zo naar haar kijk, twijfel ik daar geen moment aan. Ik loop dan samen mat Philip het dorp uit en via Santa Marta de Tera komen we uit bij de oevers van de Rio Tera. Je ziet hier nog de restanten van een verouderd irrigatiesysteem dat nog uit de tijd van Franco stamt. Niets functioneert meer en de goten staan droog. Men heeft hier de concurrentiestrijd met meer vooruitstrevende gebieden in Europa verloren en de jonge mensen trekken weg uit de streek. Er staan grote huizen leeg en een Spanjaard vertelt dat deze huizen gebouwd zijn door de voormalige gastarbeiders in Duitsland, Nederland en Oostenrijk en ze bouwden van hun zuurverdiend geld zo´n grote huizen in de verwachting dat hun kinderen (en kleinkinderen) kwamen inwonen, hetgeen niet gebeurde. Nu zijn ze vrijwel onverkoopbaar omdat niemand hier meer wil wonen. Ook de wijnvelden van dit ´Tierra del Vino´ liggen er verwaarloosd bij, maar wel zijn er nog overal de bodega´s die in de lemen heuvels zijn verborgen en waar de wijn, die ze nu elders kopen, opgeslagen wordt. Iedere zichzelf respecterende Spanjaard heeft hier zijn eigen bodega. Na 18 km. naderen we Rio Negro del Puente, waar op zondagmorgen al volop gevist wordt in de stroomversnellingen van de rivier. Na een drankje en wat tapas ga ik alleen verder en het landschap wordt langzaam meer geaccidenteerd met in de verte de bergen waar nog sneeuw op ligt. Ik loop echter te zwoegen in de felle zon met 35 graden C. Uiteindelijk kom ik aan in Mombuey met een kleine (volle) refugio, een gesloten Hostal en een soort wegrestaurant ´La Ruta´ waar ik gelukkig een kamer krijg en waar ik straks ook iets kan eten. Philip en Dearmot arriveren een tijdje later ook en zo heb ik ook nog wat gezelschap vanavond. Morgen gaat het verder naar Palacio de Sanabria, ook weer een klein dorp waar er nog vele van zullen volgen deze week.

Permalink 18:22:33, Categoriën: Dagverslag

Vanmorgen heb ik op mijn gemak gedouched, mijn rugzak gepakt en samen met Philip ´La Ruta´ achter me gelaten. In het dorp is al een bar open waar we koffie kunnen krijgen voordat we vertrekken. Langs een aparte kerk uit de 13e eeuw met een slanke Romaans-Gotische toren waar een stenen stierenkop uitsteekt komen we weer op de Via Mozarabe. Na een gele pijl te hebben gemist (het is nog vroeg) gaat ergens een raam open en een vrouw roept ons terug en zegt dat we verkeerd lopen. Er wordt goed op je gelet! Parallel aan de carretera loopt het pad naar het gehucht Cernadilla waar het enige café, met een merkwaardig groot stenen kruis voor de gevel, intussen gesloten is. Niets meer te verdienen in dit vervallen dorp. We eten en drinken dus maar wat buiten op de stoep. Het landschap wordt intussen steeds meer ´montañoso´ (bergachtig) en de bloemenpracht is oogverblindend. Er staat zeer veel witte brem tussen de kurkeiken. In het volgende dorp San Salvador del Palazuelo staan voornamelijk ruïnes en leegstaande huizen en het pad leidt langs de oude Hermitage de Santiago waar je in de klokkentoren kunt klimmen. Onderweg naar het volgende dorp lopen we langs het stuwmeer Embalse de Cernadilla en na nog eens 3 km. is er een dorp Asturianos dat opvalt door de authentieke bouwstijl van de streek met een mengelmoes van kleuren groen. Na de langgerekte, vaak eentonige pistes in het eerste deel van de Camino na Salamanca, is het landschap een verademing en ik loop in de zon te genieten van de mij omringende natuur. In het laatste stuk vandaag, waar de carretera een alternatief biedt, kiezen we voor de zompige originele route die verassend mooi blijkt te zijn. Dan bereiken we Palacio de Sanabria waar we onderdak vinden bij Theresa die zich als een moeder over ons ontfermd en vrijwel direct een heerlijke maaltijd serveert met een fles (zelfgemaakte) wijn van het huis. Wat later bezoek ik het dorp en erger me aan de manier waarop een paard is vastgebonden. Er loopt een ketting van zijn hals naar zijn rechterbeen die zo kort is dat hij, om recht te kunnen staan, op 3 benen moet balanceren. Om op 4 benen te staan moet hij diep bukken. Als een vrouw ziet dat ik er een foto van maak komt ze met haar zoon naar me toe. Ik vraag haar waarom het paard zo behandeld wordt en ze zegt dat het nodig is omdat het paard erg sterk is. Onzin natuurlijk want er loopt ook nog een ketting van het linkerbeen naar een ijzeren pin die in de grond geslagen is. Ze maken de halsketting los, de zoon haalt een emmer water voor het paard en klimt er zelfs even op om te laten zien dat ze goed met het beest omgaan. Ik denk echter dat ze zich toch wat ongemakkelijk voelden toen ze zagen dat ik een foto van de situatie maakte. Terug bij Casa Theresa blijkt de Albergue vol te zijn met de aangekomen Spanjaarden Manolo en Pedro, een Duitser van de Bodensee met ezel (Janusch) twee Duits vrouwen die ik intussen al ken en de drie Sloveense vrouwen die nu in gezelschap zijn van een hippie-achtige Spanjaard die hen tracht te imponeren. Hij wil vanavond een rituele dronk uitbrengen op de Camino met verwarmde aquadente (een zeer sterke drank) maar ik heb geen behoefte aan een opgedrongen ritueel en wens hem veel succes bij de drie vrouwen die ingaan op zijn avances en zich (voorlopig alleen) de hand door hem laten lezen. Zo gaat iedereen zijn of haar eigen Camino. Morgen is er de eerste bergetappe naar Requejo (28 km.) dus ik ga op tijd slapen.

Permalink 18:57:48, Categoriën: Dagverslag

Zonder ontbijt, maar wel gedouched verlaat ik samen met Philip Casa Theresa en vinden na enig zoeken het pad dat omhoog het bos in gaat. De twee Spanjaarden nemen de carretera om geen risico te lopen. Het pad is weliswaar erg drassig en soms vormen de beekjes wel een obstakel maar verder is het een prachtig pad om te volgen. Het eerste dorpje Remesal wordt al snel bereikt en na 8 km. volgt het vervallen gehucht Triufé waar bijna niets meer overeind staat. Je krijgt wel een indruk hoe het harde leven hier zo´n vijftig jaar geleden uitzag. Gestapelde muren, (zonder cement) eenvoudige armoedige huizen waar het vee beneden stond en de mensen daarboven leefden. Huizen in een soort vakwerk met leem over een vlechtwerk dat hier van touw gemaakt werd. Na diverse holle wegen met veel modder, komen we in Otero de Sanabria waar in het kerkportaal van het oude Romaanse kerkje in een eigenaardig reliëf in keramiek te zien is hoe de Middeleeuwse mens zich de hel voorstelde. (of beter gezegd; hoe hun door priesters duidelijk gemaakt werd wat hen te wachten stond als ze zich niet aan de regels van de kerk hielden) Het is in bijna elke religie hetzelfde verhaal; een systeem gebaseerd op angst, schuld en boete, om de gelovigen in het gareel te houden en de macht van de priesters te consolideren en uit te breiden. Gelukkig dat die macht steeds meer ondergraven wordt en mensen zelf gaan nadenken. De verassing van vandaag is Puebla de Sanabria, ooit het stadje waar alles om draaide in deze streek. Daarvan getuigt een monumentale burcht uit de 14e eeuw die we bereiken door na de overtocht over de Rio Esla zo´n 200 trappen te bestijgen. We komen uit op de rustieke Plaza Mayor met het Gemeentehuis en de Romaanse kerk Nuestre Señora del Azoque uit de 12e eeuw. In het kerkportaal zijn beelden van twee apostelen en Adam en Eva, danig geërodeerd door de tijd. Vanaf de burcht hebben we een prachtig uitzicht over de streek en het ´Lago de Sanabria´. Pueblo is een prachtig Middeleeuws stadje, boven op een heuvel met pittoreske straatjes en het doet me denken aan Vezelay in Frankrijk. Na een bezoek aan de majestueuze burcht drinken we een glas wijn in een mooie oude bar op de Plaza Mayor en brengen er een uurtje door. Philip (67) leeft in Quebeck en was leraar Frans. Hij heeft aangetrouwde Familie in Spanje en Engeland en spreekt vloeiend 3 talen. Het is aangenaam gezelschap voor mij en ik voel dat dit wederzijds is. Als we het stadje verlaten begint her stevig te regenen en ik heb voor de eerste keer mijn poncho nodig. Het is nog 12 km. naar Requejo en die leggen we af in de regen met na Terroso nog een gedeelte van de historische Via Mozarabe met de originele bestrating. In Requejo vinden we onderdak in Albegue privado ´Casa Serviño´ waar Marisol een kamer voor me heeft, waar ik de was kan doen en in het naastgelegen restaurant ´huevos con jamon´ (eieren met spek) kan gaan eten.
Morgen naar Lubián - 22 km.

Permalink 19:00:01, Categoriën: Dagverslag

Om 6 uur loopt mijn wekker af. Mijn kleren zijn gelukkig weer droog na de hevige regen van gisteren. Na een kop koffie ga ik met Philip op pad met de poncho bij de hand want voor vandaag is er ook weer regen gemeld. De slechte weersberichten zorgen ervoor det de meeste pelgrims vandaag voor de carretera kiezen in plaats van de mooie route door de bergen. Ik voel echter niets voor 22 km. asfalt en loop met Philip omhoog door de Sierra Sanabria. De bergpaden zijn verassend mooi, ondanks dat er wel wat water in de holle paden staat. Het is volop genieten in de mooie natuur en zeker als even de zon door de wolken breekt en zorgt voor fotogenieke momenten. Het pad loopt constant langs een nooi rivierje met stroomversnellingen en watervalletjes. Na enkele ueren lopen rusten we uit bij een steengroeve en dan gaat het verder bergop in de richting van twee spektaculaire bruggen die het dal overspannen. Je kunt door een tunnel over de autoweg naar de andere kant van de berg lopen, maar wij nemen de oude pelgrimsroute over de Padornelo-pas op 1360 mtr. hoogte. Afdalend komen we in het dorp Padornelo, waar we in de plaatselijke bar annex winkel voor streekkazen, worsten en grote hammen, een bocadillo en een glas wijn nuttigen. De kroegbaas is zeer communicatief en we blijven er ruim een uur voor we afdalen over de authentieke paden van de Via Mozarabe naar het dorpje Aciberos, genietend van de schitterende natuur en de prachtige panorama´s. De sfeer in het dorpje is al echt Gallicisch en er is een zeer apart horizontaal ijzeren molenrad dat aangedreven wordt door een omlaagvallend beekje. Na 4 km. is daar Lubián, waar we een bed vinden in Casa Rural ´Pachaca´ waar Maria ´s avonds heerlijk voor ons kookt. Morgen moeten we een tweede pas overwinnen, de A Canda pas die tevens de grens vormt met de Provincie Gallicië.

31-05-10

Permalink 09:58:02, Categoriën: Dagverslag

Maria heeft ons vanmorgen een ontbijt gemaakt met tostadas (geroosterd brood) en café cortado. Het is het eerste echte ontbijt voor mij op de Camino en we nemen er ruim de tijd voor. Na Maria bedankt te hebben voor haar gastvrijheid gaan we op pad de gele pijlen volgend het dorp uit. Na enkele kilometers bereiken we het heiligdom La Tuiza hetgeen hier een bedevaartoord is. Het is een gerestaureerd Romaans kerkje met een barokke toren. Daarna gaat het omlaag tot onder in het dal om vervolgens stijl omhoog te klimmen naar de A canda pas op 1260 meter. De stijle rotsige paden lijken soms wel op rivierbeddingen en het vraagt een enorme inspanning om regelmatig omhoog te gaan. Twee Italiaanse vrouwen, die gisteren met de bus aankwamen staan enigszins vertwijfeld te kijken na de eerste stijging. Ik hoop maar dat ze weten waar ze aan beginnen. Tegen Philip die vlak achter me loopt zeg ik dat er 3 grondregels zijn om dit tot een goed einde te brengen: 1 - Niet stoppen. 2 - Trachten je ademhaling te regelen. 3 - Proberen niet na te denken over de reden waarom je dit doet...Het is 3 km. stijgen en het kost ons 2 uur om de pas te bereiken met een prachtig uitzicht rondom. Na een pauze om op adem te komen en vocht bij te zetten, dalen we af in een prachtige vallei tot het gehucht A Canda waar geen mens te zien is. We zijn over de pas in gallicië gekomen en er staan nu regelmatig betonnen paaltjes met de afstand die nog af te leggen is tot Santiago. Helaas zijn de meeste plaatjes er vanaf gehaald door souvenierjagers. Dalend door de velden komt het dorp Villa Vella in zicht waar de beloofde bar een eind naar boven langs de carretera blijkt te liggen, wat we dus maar overslaan. Na wat zompige stukken en langs de kapel ´Virgen de Loreto´ passeren we weiden met koeien met enorme horens, koeien met kalveren, pas geschoren schapen en een nét geboren lam dat door een boerin aan de tepel van het schaap gezet wordt. In het volgende dorp Opereiro is ook weer geen bar te vinden, maar een vrouw die we er naar vragen, haalt twee pakken koekjes en een tablet chocolade uit haar tas en wil dat aan ons geven. Als Philip aangeeft dat het teveel is en dat hij er zich ongemakkelijk bij voelt, wordt ze erg boos en beledigd en ze staat erop dat we alles aannemen. Dan komt er een heel verhaal waarbij ze verteld dat ze niets meer met de kerk te maken wil hebben omdat ze er toevallig getuige van was dat het graf van haar vader geruimd werd zonder dat dit aan haar verteld was en dat ze het lijk van haar vader herkende aan het pak dat hij droeg bij de begrafenis en wat niet vergaan was. De woede zat blijkbaar zó diep dat, toen Philip haar aanbood om in Santiago een kaars voor haar op te steken, ze zei dat we met dat geld beter een varken konden voeren! Tot zover de kerk in Opereiro. Met onze koekjes en de chocolade laten we haar achter in het dorp en gaan even verder naar rechts omhoog naar de carretera waar nu wel een bar is om een glas cervezza te drinken. Als ik daarna nog een kop koffie wil drinken zet de kroegbaas er een fles aquadente naast om in de koffie te doen. Het is een soort eau de vie, erg sterk en lekker maar daarna wat zwaar in de benen. Vanaf hier resten nog 3 km. naar A Gudiña waar we bij Hostal Oscar een bed krijgen en Dearmot terug vinden die al eerder met de fiets is aangekomen. Het was een mooie dag met prachtige ruige natuur maar ik was op het einde wel erg moe omdat de enorme inspanning van de klim naar de A Canda pas de rest van de dag doorwerkte in mijn conditie. (of was het de aquadente?) ´s Avonds eten we in de bar ´peregrino´ en we zijn nog 230 km. verwijderd van Santiago de Compostela.

Permalink 10:30:51, Categoriën: Dagverslag

Het is om 7 uur al licht als ik met Philip vertrek uit A Gudiña. Dearmot fietst vandaag verder op de zuidekijke route via Verín omdat de route door de bergen voor de fietsers erg moeilijk is. We zien hem (hopenlijk) terug in Ourense over 3 dagen. Het is vanmorgen bitterkoud en er waait een felle wind door het dal. De eerste 3 km. gaat het rustig omhoog naar de Alto de Espiño op 1088 meter. Op de hoogteweg die dan volgt zou er een vrij uitzicht naar alle richtingen moeten zijn, ware het niet dat er een dikke nevel hangt. Hoe hoger we komen, hoe minder er te zien is en op 1200 meter lopen we écht in de mist. De bergdorpjes Venda de Espiño en even later Venda Teresa slapen nog en hebben overigens ook weinig te bieden. Overal vervallen en leegstaande huizen. Op een hoogte van 1260 meter lopen we door Bolaño waar nog maar één familie woont (of wat daarvan over is) en die willen hier waarschijnlijk ook begraven worden op het verwaarloosde kerkhofje. De nevel is intussen opgetrokken en het uitzicht is werkelijk schitterend! Stijgend en dalend lopen we midden tussen de bergen met witte dorpjes in de verte tegen de berghellingen en in de dalen. Na nog een sterke stijging over de rotsen komt beneden Campobecerros in zicht. We dalen af over een steil pad met veel losse leisteen en dat is oppassen geblazen. In het dorp kun je overnachten in een refugio en er is ook een bar annex huiskamer, annex winkeltje met een oliekachel in het midden en een opgezette zwijnenkop aan de muur. De oude vrouw die met haar voeten in een deken bij de kachel zit, heeft niets te eten voor ons maar ze wil wel een café con leche maken. Als we die zitten te drinken komt er een kudde (geschoren) schapen door het dorp. Buiten het dorp gaat het dan geleidelijk verder omhoog en we passeren een herder met een kudde geiten en drie honden om ze op te drijven. Langszij zijn er nu naaldbossen afgewisseld met kurkeiken en op de top staat een groot houten kruis op een heuveltje van stenen. (een afgezwakte versie van het Cruz de ferro?) Vanaf nu gaat het alleen nog maar omlaag en beneden komen we in het dorp Eiras uit waar niets te krijgen is. Er is wel een pick-nick plaats voor pelgrims waar je ook je water kunt bijvullen. We nemen hier ruim de tijd om te lunchen en we hebben brood en kaas, de chocolade van de vrouw van gisteren en natuurlijk de dagelijkse naranja. (sinaasappel) Verder omlaag komt tenslotte Laza in zicht en bij de Proteccion Civil krijgen we de sleutel van de Albergue die in soort sportcomplex buiten het dorp is gevestigd. Er zijn 3 kamers voor 8 personen, douches en een keukentje waar je zelf wat kunt klaarmaken om te eten. De centrale zitruimte is erg warm, maar buiten is er plaats genoeg om ergens rustig te zitten. In het dorpje is een bar en een tienda waar we wat boodschappen doen voor morgen en een fles wijn kopen voor vanavond. In de namiddag loopt de albergue vol met Fransen, Duitsers, de 2 Italiaanse vrouwen (ze hebben de pas overleefd), twee dames uit Salzburg en in het dorp spreek ik zelfs met een man uit Urugay die de Camino loopt. Ik ben tot nu toe de enige Nederlander en dat was vorige keren wel anders. Ook Skandinaviërs ontbreken tot nu toe. In de bar eet ik een bocadillo met koffie en ze hebben er Amstel bier! Even voor de cijferaars: De koffie kost 80 cent, een glas rode wijn 60 cent en het Amstel pilsje heb je voor 1 euro! Kom daar in Nederland maar eens voor. Kortom: een lange maar mooie dag (35 km.) in de adembenemende natuur van de Sierra Seca.

Permalink 11:15:11, Categoriën: Dagverslag

Als je ´s morgens in de refugios wat langer blijft liggen heb je de douches voor jezelf omdat de vroege vogels al voor dag en dauw onderweg willen zijn. Overigens zijn dit ook vaak de mensen die permanent alleen de verharde wegen volgen en weinig zien van de prachtige natuur in de bergen waar de Camino, ook vandaag weer, doorheen loopt. Veel pelgrims zijn slechts op het einddoel (de apostel) gericht en tonen weinig interesse in de natuur, de dorpjes en de bevolking onderweg. Vooral de (vele) Duitsers die hier in march-tempo onderweg zijn hebben vaak maar één vraag als je ze tegenkomt: hoeveel kilometer heb jij vandaag gelopen en hoe lang heb je daarover gedaan? Zij hebben dan altijd verder én sneller gelopen, alsof het een wedstrijd is. Maar goed, ook wij gaan op tijd op pad want het is weer een lange etappe met een zeer steile helling van 5 km. over een bergrug. Eerst moet de sleutel van de albergue teruggebracht worden en dan lopen we via de verharde weg naar Soutelo Verde een gehucht dat nog in diepe rust is, gevolgd door een pad van 7 km. naar Tamicelas, waar het gelijk steil omhoog gaat. Philip wil eerst iets eten en blijft achter, terwijl ik doorloop over het rotsige pad omhoog. Het levert, achteromkijkend, prachtige vergezichten op en gelukkig is het een beetje bewolkt, want het zweet breekt me, ook zonder de zon, al stevig uit. Als ik bijna op de top ben passeer ik Peter (een Duitser uit Ingoldstadt) die alleen onderweg is en als we weer horizontaal lopen haalt Philip ons in. Samen komen we aan bij de bar ´Rincón de peregrino´ waar werkelijk alle wanden, pilaren en het plafond zijn bedekt met jacobsschelpen met de namen erop van de pelgrims die hiet in het verleden passeerden. Ook wij moeten onze naam op een schelp zetten die meteen ergens aan de muur wordt gemonteerd. Ik maak de kroegbaas een compliment over de muziek die hij draait: Mark Knofler and the Dire Straits - heel ongewoon voor een bar in Spanje, maar op deze plek heel inspirerend. Er komt zowaar een glimlach tevoorschijn op zijn norse gezicht. Als we Villar de Barrio bereiken zijn we al 20 km. onderweg en na een pauze in de lokale bar lopen we door kleine gehuchtjes als Bovéda, Vilar de Gomareite en Bobadela waar we een merkwaardig ossen-span tegenkomen dat met een kar met houten wielen, piepend en krijsend de berg af komt. We komen er ook nog een man met 4 koeien tegen die ons verteld dat hij in Lugo werkt en in het weekend zijn oude ouders komt helpen door het vee naar de wei of terug naar de stal te drijven. Als hij stilstaat om met ons te praten blijven ook de koeien rustig wachten en als hij weer beweegt, bewegen de koeien ook. Nét huisdieren. Na een lange wandeling komen we aan in Xuqueira de Ambia bij Casa Rural ´Miraval´. Dat is een complete verassing! Het is de voormalige woning van een minister van Franco, wiens zoon piloot was in het Spaanse leger. Beiden zijn dood en er zijn alleen nog maar enkele neven die profiteren van de verhuur van de 7 nagelaten huizen door heel Spanje. Het huis is ingericht als een museum met schilderijen, beelden, snuisterijen van over de hele wereld, wapens en zelfs een compleet harnas, oud zilver, keramiek en porcelein uit China, teveel om op te noemen. Het contrast met de refugio van gisteren kon niet groter zijn. De mevrouw, die het huis beheert, biedt aan om onze was te doen en daar maken we natuurlijk graag gebruik van. Na een pelgrimsmenu in het naastgelegen restaurantje bezichtigen we de Romaanse kerk Santa Maria uit de 12e eeuw en krijgen ongevraagd een rondleiding door de kerk, het claustro en een verlaten pelgrimshospitaal. Na een bezoek aan de tienda in het dorp, maakt Philip kippensoep en brood met kaas als cena. (avondmaal) ´s Avonds drinken we thee in de ´salon´ en een glas wijn in de ´bibliotheek´. Allemaal een beetje decadent voor pelgrims, maar het voelt prima! Cést la vie...

Permalink 11:38:44, Categoriën: Dagverslag

Na een goede nachtrust in de comfortabele bedden van de Casa Rura ´Miraval´ maken we een ontbijtje mat koffie en madeleines en verlaten rond 8 uur ons luxe onderkomen. De stilte buiten wordt slechts opgevuld met vogelgekwetter en het gesjirp van krekels. De eerste 4 kilometers gaan over mooie paden in het overvloedige groen van gallicië. Een klein stukje gaat zelfs over het originele plaveisel van de Via Mozarabe. Na de Rio Arnoya wordt het echter asfalt en dat zal op enkele kleine afbuigingen na, de rest van de dag zo blijven. Dat is erg vermoeiend en slecht voor de voetzolen. Langs de weg liggen vandaag veel dorpjes zoals: A Pousa, Salgueiros en Penelas waar een bar is voor koffie en tostadas. Bij Castellana hebben we er 15 km. opzitten en bij Rebodero is het tijd voor een cervezza-stop. Daarna passeren we een lelijk industriegebied en dan volgen de lange straten met hoogbouw die ons naar het centrum leiden. Het ´Casco Historico´ concentreert zich rond de ´Catedral de Santiago´ uit de 12e eeuw in het hartje van de stad. We vinden onderdak in het oude Franciscanerklooster waar een refugio is en waar we hartelijk worden ontvangen. Bij hoge uitzondering mogen we er twee nachten blijven. (we klagen over pijnlijke voeten en de noodzaak van een rustdag) Na me geïnstalleerd te hebben, ga ik de stad in om een beetje wegwijs te worden in de op- en aflopende straatjes van het oude centrum. De kathedraal is open en er is een dienst gaande. Het is een van de rijkste en mooiste kerken van Gallicië uit de 12e en de 13e eeuw. Het meest bijzonder is het hoofdportaal. het heet ´Pórtico del Paraïso´ (poort van het paradijs) en werd in de 13e eeuw gemaakt met polychrome beelden door meester Mateo die ook het ´Pórtico del Gloria´ maakte in de kathedraal van Santiago. Santiago matamoros ontbreekt natuurlijk niet in zijn legendarische rol in de slag bij Clavijo tegen de Moslims. Om 20.00 uur is het flaneertijd in de stad en de families en stelletjes presenteren zich opgesmukt in de straten en op de plazas. De terrasjes stromen vol en ik sla dit alles gade met een heerlijk glas witte wijn en een insalata russa. Om 22.00 uur ben ik terug bij de refugio want om tien uur gaat het licht uit voor de vermoeide pelgrims. Morgen neem ik een rustdag in Ourense en bezoek de Romaanse brug en de Romeinse Thermen. Avé!

Mei 2010
Maa Din Woe Don Vrij Zat Zon
 << < Huidig> >>
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Zoeken

free blog tool