Archief voor: Mei 2010, 31

31-05-10

Permalink 09:58:02, Categoriën: Dagverslag

Maria heeft ons vanmorgen een ontbijt gemaakt met tostadas (geroosterd brood) en café cortado. Het is het eerste echte ontbijt voor mij op de Camino en we nemen er ruim de tijd voor. Na Maria bedankt te hebben voor haar gastvrijheid gaan we op pad de gele pijlen volgend het dorp uit. Na enkele kilometers bereiken we het heiligdom La Tuiza hetgeen hier een bedevaartoord is. Het is een gerestaureerd Romaans kerkje met een barokke toren. Daarna gaat het omlaag tot onder in het dal om vervolgens stijl omhoog te klimmen naar de A canda pas op 1260 meter. De stijle rotsige paden lijken soms wel op rivierbeddingen en het vraagt een enorme inspanning om regelmatig omhoog te gaan. Twee Italiaanse vrouwen, die gisteren met de bus aankwamen staan enigszins vertwijfeld te kijken na de eerste stijging. Ik hoop maar dat ze weten waar ze aan beginnen. Tegen Philip die vlak achter me loopt zeg ik dat er 3 grondregels zijn om dit tot een goed einde te brengen: 1 - Niet stoppen. 2 - Trachten je ademhaling te regelen. 3 - Proberen niet na te denken over de reden waarom je dit doet...Het is 3 km. stijgen en het kost ons 2 uur om de pas te bereiken met een prachtig uitzicht rondom. Na een pauze om op adem te komen en vocht bij te zetten, dalen we af in een prachtige vallei tot het gehucht A Canda waar geen mens te zien is. We zijn over de pas in gallicië gekomen en er staan nu regelmatig betonnen paaltjes met de afstand die nog af te leggen is tot Santiago. Helaas zijn de meeste plaatjes er vanaf gehaald door souvenierjagers. Dalend door de velden komt het dorp Villa Vella in zicht waar de beloofde bar een eind naar boven langs de carretera blijkt te liggen, wat we dus maar overslaan. Na wat zompige stukken en langs de kapel ´Virgen de Loreto´ passeren we weiden met koeien met enorme horens, koeien met kalveren, pas geschoren schapen en een nét geboren lam dat door een boerin aan de tepel van het schaap gezet wordt. In het volgende dorp Opereiro is ook weer geen bar te vinden, maar een vrouw die we er naar vragen, haalt twee pakken koekjes en een tablet chocolade uit haar tas en wil dat aan ons geven. Als Philip aangeeft dat het teveel is en dat hij er zich ongemakkelijk bij voelt, wordt ze erg boos en beledigd en ze staat erop dat we alles aannemen. Dan komt er een heel verhaal waarbij ze verteld dat ze niets meer met de kerk te maken wil hebben omdat ze er toevallig getuige van was dat het graf van haar vader geruimd werd zonder dat dit aan haar verteld was en dat ze het lijk van haar vader herkende aan het pak dat hij droeg bij de begrafenis en wat niet vergaan was. De woede zat blijkbaar zó diep dat, toen Philip haar aanbood om in Santiago een kaars voor haar op te steken, ze zei dat we met dat geld beter een varken konden voeren! Tot zover de kerk in Opereiro. Met onze koekjes en de chocolade laten we haar achter in het dorp en gaan even verder naar rechts omhoog naar de carretera waar nu wel een bar is om een glas cervezza te drinken. Als ik daarna nog een kop koffie wil drinken zet de kroegbaas er een fles aquadente naast om in de koffie te doen. Het is een soort eau de vie, erg sterk en lekker maar daarna wat zwaar in de benen. Vanaf hier resten nog 3 km. naar A Gudiña waar we bij Hostal Oscar een bed krijgen en Dearmot terug vinden die al eerder met de fiets is aangekomen. Het was een mooie dag met prachtige ruige natuur maar ik was op het einde wel erg moe omdat de enorme inspanning van de klim naar de A Canda pas de rest van de dag doorwerkte in mijn conditie. (of was het de aquadente?) ´s Avonds eten we in de bar ´peregrino´ en we zijn nog 230 km. verwijderd van Santiago de Compostela.

Permalink 10:30:51, Categoriën: Dagverslag

Het is om 7 uur al licht als ik met Philip vertrek uit A Gudiña. Dearmot fietst vandaag verder op de zuidekijke route via Verín omdat de route door de bergen voor de fietsers erg moeilijk is. We zien hem (hopenlijk) terug in Ourense over 3 dagen. Het is vanmorgen bitterkoud en er waait een felle wind door het dal. De eerste 3 km. gaat het rustig omhoog naar de Alto de Espiño op 1088 meter. Op de hoogteweg die dan volgt zou er een vrij uitzicht naar alle richtingen moeten zijn, ware het niet dat er een dikke nevel hangt. Hoe hoger we komen, hoe minder er te zien is en op 1200 meter lopen we écht in de mist. De bergdorpjes Venda de Espiño en even later Venda Teresa slapen nog en hebben overigens ook weinig te bieden. Overal vervallen en leegstaande huizen. Op een hoogte van 1260 meter lopen we door Bolaño waar nog maar één familie woont (of wat daarvan over is) en die willen hier waarschijnlijk ook begraven worden op het verwaarloosde kerkhofje. De nevel is intussen opgetrokken en het uitzicht is werkelijk schitterend! Stijgend en dalend lopen we midden tussen de bergen met witte dorpjes in de verte tegen de berghellingen en in de dalen. Na nog een sterke stijging over de rotsen komt beneden Campobecerros in zicht. We dalen af over een steil pad met veel losse leisteen en dat is oppassen geblazen. In het dorp kun je overnachten in een refugio en er is ook een bar annex huiskamer, annex winkeltje met een oliekachel in het midden en een opgezette zwijnenkop aan de muur. De oude vrouw die met haar voeten in een deken bij de kachel zit, heeft niets te eten voor ons maar ze wil wel een café con leche maken. Als we die zitten te drinken komt er een kudde (geschoren) schapen door het dorp. Buiten het dorp gaat het dan geleidelijk verder omhoog en we passeren een herder met een kudde geiten en drie honden om ze op te drijven. Langszij zijn er nu naaldbossen afgewisseld met kurkeiken en op de top staat een groot houten kruis op een heuveltje van stenen. (een afgezwakte versie van het Cruz de ferro?) Vanaf nu gaat het alleen nog maar omlaag en beneden komen we in het dorp Eiras uit waar niets te krijgen is. Er is wel een pick-nick plaats voor pelgrims waar je ook je water kunt bijvullen. We nemen hier ruim de tijd om te lunchen en we hebben brood en kaas, de chocolade van de vrouw van gisteren en natuurlijk de dagelijkse naranja. (sinaasappel) Verder omlaag komt tenslotte Laza in zicht en bij de Proteccion Civil krijgen we de sleutel van de Albergue die in soort sportcomplex buiten het dorp is gevestigd. Er zijn 3 kamers voor 8 personen, douches en een keukentje waar je zelf wat kunt klaarmaken om te eten. De centrale zitruimte is erg warm, maar buiten is er plaats genoeg om ergens rustig te zitten. In het dorpje is een bar en een tienda waar we wat boodschappen doen voor morgen en een fles wijn kopen voor vanavond. In de namiddag loopt de albergue vol met Fransen, Duitsers, de 2 Italiaanse vrouwen (ze hebben de pas overleefd), twee dames uit Salzburg en in het dorp spreek ik zelfs met een man uit Urugay die de Camino loopt. Ik ben tot nu toe de enige Nederlander en dat was vorige keren wel anders. Ook Skandinaviërs ontbreken tot nu toe. In de bar eet ik een bocadillo met koffie en ze hebben er Amstel bier! Even voor de cijferaars: De koffie kost 80 cent, een glas rode wijn 60 cent en het Amstel pilsje heb je voor 1 euro! Kom daar in Nederland maar eens voor. Kortom: een lange maar mooie dag (35 km.) in de adembenemende natuur van de Sierra Seca.

Permalink 11:15:11, Categoriën: Dagverslag

Als je ´s morgens in de refugios wat langer blijft liggen heb je de douches voor jezelf omdat de vroege vogels al voor dag en dauw onderweg willen zijn. Overigens zijn dit ook vaak de mensen die permanent alleen de verharde wegen volgen en weinig zien van de prachtige natuur in de bergen waar de Camino, ook vandaag weer, doorheen loopt. Veel pelgrims zijn slechts op het einddoel (de apostel) gericht en tonen weinig interesse in de natuur, de dorpjes en de bevolking onderweg. Vooral de (vele) Duitsers die hier in march-tempo onderweg zijn hebben vaak maar één vraag als je ze tegenkomt: hoeveel kilometer heb jij vandaag gelopen en hoe lang heb je daarover gedaan? Zij hebben dan altijd verder én sneller gelopen, alsof het een wedstrijd is. Maar goed, ook wij gaan op tijd op pad want het is weer een lange etappe met een zeer steile helling van 5 km. over een bergrug. Eerst moet de sleutel van de albergue teruggebracht worden en dan lopen we via de verharde weg naar Soutelo Verde een gehucht dat nog in diepe rust is, gevolgd door een pad van 7 km. naar Tamicelas, waar het gelijk steil omhoog gaat. Philip wil eerst iets eten en blijft achter, terwijl ik doorloop over het rotsige pad omhoog. Het levert, achteromkijkend, prachtige vergezichten op en gelukkig is het een beetje bewolkt, want het zweet breekt me, ook zonder de zon, al stevig uit. Als ik bijna op de top ben passeer ik Peter (een Duitser uit Ingoldstadt) die alleen onderweg is en als we weer horizontaal lopen haalt Philip ons in. Samen komen we aan bij de bar ´Rincón de peregrino´ waar werkelijk alle wanden, pilaren en het plafond zijn bedekt met jacobsschelpen met de namen erop van de pelgrims die hiet in het verleden passeerden. Ook wij moeten onze naam op een schelp zetten die meteen ergens aan de muur wordt gemonteerd. Ik maak de kroegbaas een compliment over de muziek die hij draait: Mark Knofler and the Dire Straits - heel ongewoon voor een bar in Spanje, maar op deze plek heel inspirerend. Er komt zowaar een glimlach tevoorschijn op zijn norse gezicht. Als we Villar de Barrio bereiken zijn we al 20 km. onderweg en na een pauze in de lokale bar lopen we door kleine gehuchtjes als Bovéda, Vilar de Gomareite en Bobadela waar we een merkwaardig ossen-span tegenkomen dat met een kar met houten wielen, piepend en krijsend de berg af komt. We komen er ook nog een man met 4 koeien tegen die ons verteld dat hij in Lugo werkt en in het weekend zijn oude ouders komt helpen door het vee naar de wei of terug naar de stal te drijven. Als hij stilstaat om met ons te praten blijven ook de koeien rustig wachten en als hij weer beweegt, bewegen de koeien ook. Nét huisdieren. Na een lange wandeling komen we aan in Xuqueira de Ambia bij Casa Rural ´Miraval´. Dat is een complete verassing! Het is de voormalige woning van een minister van Franco, wiens zoon piloot was in het Spaanse leger. Beiden zijn dood en er zijn alleen nog maar enkele neven die profiteren van de verhuur van de 7 nagelaten huizen door heel Spanje. Het huis is ingericht als een museum met schilderijen, beelden, snuisterijen van over de hele wereld, wapens en zelfs een compleet harnas, oud zilver, keramiek en porcelein uit China, teveel om op te noemen. Het contrast met de refugio van gisteren kon niet groter zijn. De mevrouw, die het huis beheert, biedt aan om onze was te doen en daar maken we natuurlijk graag gebruik van. Na een pelgrimsmenu in het naastgelegen restaurantje bezichtigen we de Romaanse kerk Santa Maria uit de 12e eeuw en krijgen ongevraagd een rondleiding door de kerk, het claustro en een verlaten pelgrimshospitaal. Na een bezoek aan de tienda in het dorp, maakt Philip kippensoep en brood met kaas als cena. (avondmaal) ´s Avonds drinken we thee in de ´salon´ en een glas wijn in de ´bibliotheek´. Allemaal een beetje decadent voor pelgrims, maar het voelt prima! Cést la vie...

Permalink 11:38:44, Categoriën: Dagverslag

Na een goede nachtrust in de comfortabele bedden van de Casa Rura ´Miraval´ maken we een ontbijtje mat koffie en madeleines en verlaten rond 8 uur ons luxe onderkomen. De stilte buiten wordt slechts opgevuld met vogelgekwetter en het gesjirp van krekels. De eerste 4 kilometers gaan over mooie paden in het overvloedige groen van gallicië. Een klein stukje gaat zelfs over het originele plaveisel van de Via Mozarabe. Na de Rio Arnoya wordt het echter asfalt en dat zal op enkele kleine afbuigingen na, de rest van de dag zo blijven. Dat is erg vermoeiend en slecht voor de voetzolen. Langs de weg liggen vandaag veel dorpjes zoals: A Pousa, Salgueiros en Penelas waar een bar is voor koffie en tostadas. Bij Castellana hebben we er 15 km. opzitten en bij Rebodero is het tijd voor een cervezza-stop. Daarna passeren we een lelijk industriegebied en dan volgen de lange straten met hoogbouw die ons naar het centrum leiden. Het ´Casco Historico´ concentreert zich rond de ´Catedral de Santiago´ uit de 12e eeuw in het hartje van de stad. We vinden onderdak in het oude Franciscanerklooster waar een refugio is en waar we hartelijk worden ontvangen. Bij hoge uitzondering mogen we er twee nachten blijven. (we klagen over pijnlijke voeten en de noodzaak van een rustdag) Na me geïnstalleerd te hebben, ga ik de stad in om een beetje wegwijs te worden in de op- en aflopende straatjes van het oude centrum. De kathedraal is open en er is een dienst gaande. Het is een van de rijkste en mooiste kerken van Gallicië uit de 12e en de 13e eeuw. Het meest bijzonder is het hoofdportaal. het heet ´Pórtico del Paraïso´ (poort van het paradijs) en werd in de 13e eeuw gemaakt met polychrome beelden door meester Mateo die ook het ´Pórtico del Gloria´ maakte in de kathedraal van Santiago. Santiago matamoros ontbreekt natuurlijk niet in zijn legendarische rol in de slag bij Clavijo tegen de Moslims. Om 20.00 uur is het flaneertijd in de stad en de families en stelletjes presenteren zich opgesmukt in de straten en op de plazas. De terrasjes stromen vol en ik sla dit alles gade met een heerlijk glas witte wijn en een insalata russa. Om 22.00 uur ben ik terug bij de refugio want om tien uur gaat het licht uit voor de vermoeide pelgrims. Morgen neem ik een rustdag in Ourense en bezoek de Romaanse brug en de Romeinse Thermen. Avé!

Mei 2010
Maa Din Woe Don Vrij Zat Zon
 << < Huidig> >>
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31            

Zoeken

powered by b2evolution