| « Maandag 31 mei - Rustdag in Ourense | Woensdag 2 juni . Cea - Castro Dozón - Lalin 33 km. » |
Vannacht was het in de dormitorio van de refugio niet te harden door een hardnekkige snurker, waartegen zelfs mijn oordopjes niet bestand waren. Teneinde raad ben ik beneden in de ontvangstruimte op een bank gaan slapen en zelfs dáár was hij te horen. Philip loste het op door naast zijn oordopjes een slaappil te gebruiken. Vanmorgen heb ik op mijn gemak gedouched en ontbeten in de bar tegenover het klooster, Om niet weer urenlang door de industriegebieden rond de stad te moeten lopen, nemen we de eerste bus naar Cañeda het eerste dorpje buiten de stad en van daaruit gaat het direct stijl omhoog gedurende 2,5 km. naar de Pas San Damián. Dit is de laatste pas die te nemen is voor Santiago. Het is gelukkig wat bewolkt zodat het, rustig stijgend, te doen is. Op de top volgen we de gele pijlen door het dorpje Castro de Beiro en na zo,n 10 km. volgt Liñares waar uit een fuente (bron) boven een bassin met goudvissen, helder en smakelijk drinkwater tevoorschijn komt. Hierna volgt een eenzaam, maar bijzonder mooi wandelpad tussen varens en metershoge gele bremstruiken, omzoomd met kilometerslange muurtjes van gestapelde stenen. Het moet een enorm werk geweest zijn om al deze muurtjes (zonder cement) te bouwen ok de paden en de percelen af te bakenen. Na een paar kilometer prachtige natuur die werkt als ´beaum pour les yeux´ (balsem voor de ogen) komen we vlak voor Mandrás aan een oude Romaanse boogbrug, een juweel in het landschap. In Madrás vinden we een bar en als we bij de koffie om een bocadilla vragen, moet de señora naar Cea bellen en na 10 minuten komt de bestelauto van de panaderia langs om 2 broden af te leveren. Cea is bekend om zijn bijzonder lekker brood! Buiten het dorp lopen we later door de bossen op het originele plaveisel van de Via Mozarabe, een eeuwenoud pad naar Santiago en Finistera en bereiken vervolgens het dorp Pulledo dat niet meer dan een kruispunt is, In het dorpje Casasnovas (nieuwe huizen) dat bestaat uit zeer oude bouwsels en ruïnes én een bar drnken we een cervezza om de ergste dorst te lessen en dan is het nog maar 2 km. naar Cea. In Cea staat een rustieke albergue met een Horreo ervoor, maar als ik de snurker van gisteren ontwaar is de keuze niet moeilijk en ik boek een kamer bij Casa Rural ´Toledo´ want vannacht wil ik écht slapen. Ik maak gebruik van het ligbad om te recupereren en eet daarna met Philip en Dearmot in het plaatselijke restaurantje een menu peregrino met salata mixta, ternera (lamsvlees) en een hele fles witte wijn erbij (zo gaat dat hier, ik kan er ook niets aan doen) In een tienda die al open is kopen we een fles vino tinto voor vanavond op ´mijn´ terrasje en nog wat spullen voor morgen onderweg. In het dorp lopen intussen de bewoners en de pelgrims te hoop want er verschijnt een huifkar met 2 ezels ervoor en twee pelgrims uit Salamanca die opzien baren met hun vreemde uitrusting. Ze slapen blijkbaar in de kar en moeten uiteraard de verharde wegen aanhouden. Vervolgens is er enige opschudding want de hospitalero van de albergue heeft de proteccion civil opgeroepen via 112 en die verschijnt met een ambulance om met wat jodium en plijsters de blaren van enkele Spaanse pelgrims te verzorgen. Ze hebben waarschijnlijk weinig anders te doen en zijn blij met deze afleiding. Terug in de casa Rural zijn er inmiddels nog 3 Spaanse fietspelgrims verschenen die er ook een kamer krijgen. We zitten gedrieën tot 10.00 uur op mijn terras en hebben bij een glas wijn en chorizo (worst) interessante discussies over Spanje, de Spanjaarden, hun costumbres (gewoontes) en de flora en fauna op de Camino. Hasta mañana!