| « Donderdag 3 juni - Lalin - Laxe - Bandeira - 20 km. | Zaterdag en zondag - 5 & 6 juni - Santiago de Compostela. » |
De laatste etappe naar Santiago begint om 7.00 uur als ik met Philip zonder ontbijt vertrek uit Hostal Gonzalez in Bandeira, een onooglijk dorp dat werkelijk níets fotogenieks te bieden heeft. Zelfs de kerk is de lelijkste die ik ooit zag in Spanje. Maar ´t was maar voor één nacht. We lopen in dichte nevel de heuvels in en het ziet er naar uit dat die voorlopig niet zal optrekken. Na het eerste gehucht Vilariño lopen we de bossen in en doorkruisen die tot San Martin de Domelas. Hier slaapt iedereen nog, op wat waakhonden na, dus we hopen op meer geluk voor een ontbijtje in Seixo, waar inderdaad een bar blijkt te zijn die al open is. Dan daalt het pad weer tot de Rio Ulla die we via een lange brug oversteken naar Ponte Ulla, een gehucht waar in een huis een Middeleeuws kapiteel is ingemetseld met een reliëf van de legende van de heilige Nicolaas van Bari waarop te zien is hoe de heilige gouden kogels geeft aan drie meisjes die in een bed liggen om hen te redden voor een leven in een bordeel. (?) Ook hier wemelt het van de legendes en mythen. In Outeira, een uurtje later, staat een prachtige Romaanse kapel van Santiago uit 1676 met een merkwaardig torentje en iets verder passeren we een splinternieuwe refugio waar net twee Spaanse pelgrims vertrekken, de enige twee die we vandaag zullen tegenkomen. Het verbaast me nog steeds dat je onderweg zo weinig mensen ziet, terwijl op de aankomstplaats de refugios vol zijn. Aan de carretara ligt een café waar we een pauze inlassen en als we daar zitten komt Dearmot aangereden op zijn fiets en stopt er ook. Over de carretera komt ook weer het span met de twee ezels aangeschommeld. Het lijkt me erg gevaarlijk om constant met deze dieren langs de drukke verkeerswegen te moeten lopen want de Spanjaarden rijden hier als gekken. Via Santiaguiña gaat het weer bergop en als ik boven op de eerste heuvel mijn boek wil raadplegen voor de juiste richting merk ik dat ik het heb laten liggen in de bar. Terug dus, want ik heb het nog nodig voor de route naar Finistera en als ik de bar in zicht krijg komt de camarera al naar buiten rennen, zwaaiend met mijn boek. Dat zijn twee kilometer extra vandaag! Bij Rubiál lopen we de eucalyptusbossen in tot Suzana. De scherpe lucht van eucalyptus die er hangt doet me denken aan de vix die we, als kinderen, op onze borst en neus gesmeerd kregen als we verkouden waren. Hier hoef je alleen maar diep in te ademen en je blijft gezond. Deze bomen worden, sinds de Franco-tijd gebruikt voor de papierindustrie, maar ze nemen zoveel water op uit de bodem dat de omringende vegetatie langzaam afsterft. In Marrozos nemen een laatste (broodnodige) pauze want de hitte (de zon is er weer) en de korte maar hevige hellingen eisen hun tol. Als we weer wat opgeknapt zijn gaat het verder bergop naar Santiago dat we bereiken rond 15.00 uur, maar door wegwerkzaamheden aan de nieuwe snelweg worden we nog eens twee kilometer omgeleid voordat we (alweer stijl bergop) het centrum bereiken. Dearmot die op de fiets hier al uren geleden arriveerde heeft onderdak voor drie nachten geregeld in een enorm kloostercomplex buiten het centrum in het Seminario Ménor (kom ik tóch nog eens in het klein semenarie terecht!), waar plaats is voor zo´n 600 pelgrims in diverse zalen en op 3 verdiepingen. Het is er goed geregeld met enkele bedden, genoeg douches en zelfs ´lockers´ voor je spullen. Ook zijn er wasmachines en er is zelfs internet, waar vooral de jongeren voortdurend actief op zijn. Op de Praza do Obradoiro, het grote plein voor de imposante kathedraal, waar een enorme drukte heerst, maken we enkele foto´s van onze aankomst. Na wekenlang lopen, klimmen, zweten én genieten voelt het geweldig om hier weer aan te komen. Het contrast is groot. We hebben vandaag eigenlijk bijna niemand gezien en hier val je in een enorme chaos van geluiden en om je heen hoor je werkeljk alle talen van de wereld. Bij het touristenburo krijg ik de nodige informatie over de route naar Finistera en bij het pelgrimsburo staat een lange rij wachtenden voor hun ´Compostela´. Dat sla ik maar even over, misschien is het morgenvroeg beter te doen, hoewel dan de vroege vogels van de Camino Francés van de Monte de Gozo (de berg van de vreugde) de laatste 5 kilomerter afdalen en dus al heel vroeg in de stad arriveren. Gezien het enorme aantal pelgrims dat vandaag arriveert (en daaar zijn er misschien 50 van de Via de la Plata bij) moet het op de Camino Francés wel érg druk zijn dit (heilig) jaar. Ik ga bij de Parador ´Los Reyes Katolicos´ een glas wijn drinken, maar ze hebben slim een terras gecreëerd links naast de Parador, zodat ze de pelgrims buiten kunnen houden. Ze geven (traditioneel) elke dag aan 10 pelgrims een gratis maaltijd en Dearmot is vastbesloten een van de gelukkigen te zijn. Om zes uur is er een dienst in de overvolle kathedraal en aan het einde van de dienst wordt de Botafumeira door de kerk gezwaaid. Ik zag het spectakel al eerder in 2004, maar toch maakt het weer indruk op me en ik voel weer iets van de ontroering die ik had bij de eerste aankomst in deze bijzondere stad. ´s Avonds ga ik met Philip en Dearmot een ´menu peregrino´ eten in een van de vele restaurantjes en ontmoet er een Frans stel dat ik onderweg tegenkwam en twee Duitse mannen die me in Ourense de weg naar de albergue vroegen. Terug bij het Seminario Menór praat ik met een Duits meisje dat de Camino Portugése liep en een Italiaans stel waarvan de vrouw ooit de Via Francigena liep van Florence naar Rome, die ik ook nog eens wil afmaken. Ook zijn er twee Engelse meisjes aangekomen die de Camino Francés liepen met sneeuw in de Pyreneeën en vervolgens twee weken regen tot Burgos. Dan hebben wij het beter getroffen met één dag regen onderweg. De albergue sluit hier pas om 24.00 uur maar ik ga toch op tijd slapen na deze mooie, maar vermoeiende dag. Morgen en overmorgen: twee rustdagen in Santiago de Compostela...