Vandaag verlaat ik na twee dagen Santiago en begin aan de Via Finistera die me tot aan de Atlantische Oceaan brengt. Na een rustige nacht (met oordopjes) neem ik afscheid van Dearmot en Philip die vanmiddag per trein naar Madrid reizen. Dearmot geeft me zijn fietshandschoenen mee met het verzoek om ze in Finistera ritueel te verbranden en wenst me een ´buen Camino´. Philip, met wie ik een groot deel van de Via Mozarabe samenliep, zal ik zeker missen. Zijn fijnzinnig cynisme, zijn kennis van (kunst)geschiedenis, maar vooral zijn humor hebben mijn Camino zeer verrijkt en veraangenaamd maar ook heb ik kunnen profiteren van zijn vloeiend Spaans, waarmee hij menig prijs-kwaliteitsconflict in restaurants en bars te lijf ging. Dearmot die vanaf Salamanca noodgedwongen (door een knieblessure) de camino verder per fiets deed, was een luxe voor ons omdat hij, voordat wij arriveerden in de albergues, al bedden gereserveerd had waardoor wij rustig en zonder stress de etappes konden lopen. Jammer voor hem dat hij de mooie bergetappes moest missen. Toch voelt het goed als ik weer alleen op pad ga. Het alleen onderweg zijn is toch de beste manier om te reflecteren en los te laten en ik loop in een stralende zon te genieten van het mooie Gallicische groene landschap. Er is één echte steile en lange helling in deze etappe en na Quintán krijg ik die meteen voor mijn kiezen. Op mijn gemak en met een pauze in een bar halverwege (waar ze zelfs Leffe bier verkopen!) levert het geen problemen op en voor de rest gaat het geleidelijk op en af met mooie panorama´s en door kleine dorpjes als, Aquapesada, Trasmonte en A Barca. In het dorp A Ponte Maceira ligt een fantastische Middeleeuwse brug over de Rio Tambre met de resten van een oude molen uit de 14e eeuw. Het is werkelijk de mooiste brug die ik zag op de Via de la Plata met op de achtergrond een stroomversnelling in de rivier. De laatste vijf kilometer loop ik samen met een Spanjaard die de camino Francés heeft gedaan en wiens voornaam ´Santiago´ is. In Negreira vind ik onderdak in de splinternieuwe albergue privado ´San José´ waar ik kan douchen en even bijkomen. Omdat ik nog niets gegeten heb vandaag, ga ik op advies van de aardige hospitalera eten in de plaatselijke taberna waar ik op de TV het weerbericht zie; de komende twee dagen regen! Eso es; ik heb een poncho en een kleine parapluie bij me, dus wat kan me gebeuren. In de taberna zie ik tot mijn verbazing twee politieagenten met het pistool in de holster op de gokautomaat spelen en daarna drinken ze gezellig met z´n tweetjes een fles rode wijn leeg. Vervolgens stappen ze doodgemoedereerd in hun dienstauto en rijden weg. Ze zetten nog nét niet de sirene aan. Dit kan volgens mij alleen in Spanje! Even later zie ik Santiago terug die ook in ´San José´ geboekt heeft en als ik terugkom in de albergue zijn er inmiddels een stuk of tien pelgrims gearriveerd. In het dorp is verder niets te beleven, dus werk ik maar even mijn dagverslagen bij en plan alvast de volgende etappe naar Olveiroa (33 km.) voor morgen.