| « Maandag 7 juni - Santiago de Compostela - Negreira - 22 km. | Woensdag 9 juni - Olveiroa - Corcubión - 21 km. » |
Na een onrustige nacht (twee hardnekkige snurkers) ben ik al vroeg uit de veren in albergue San José. Gisteravond heb ik nog gesproken met de Duitse Karin uit Hamburg die in Pamplona gestart is met gelijk een hele week regen en die, zoals veel andere pelgrims nu de stilte opzoekt van de Camino Finistera. Toen ik in 2004 met de bus vanuit Santiago naar Finistera ging was het een stralende dag. Nu ik de tijd heb om het lopend te doen, wordt ik afgeknepen door de weergoden want het regent constant. Als ik vertrek is het nog motregen, maar na A Pena heb ik mijn poncho hard nodig. Het giet en het heeft geen zin om ergens te blijven zitten en de dorpen lijken uitgestorven. Drijfnat bereik ik na 20 km. Maroñas waar gelukkig een bar is. Ik drink er koffie en de kroegbaas is blijkbaar gewend aan natte pelgrims want hij heeft een bord aan de muur hangen met de tekst; ´no descalzo´- ´verboden de schoenen uit te doen´. De bar ligt aan de carretera naast een bushalte. Ik houd het voor gezien en neem de eerstvolgende bus die me 10 km. verder afzet, waarna ik nog 3 km. binnendoor loop naar het afgelegen dorpje Olveiroa. Hier is een piepkleine albergue en als ik denk aan de snurkers van de laatste nacht, ga ik op zoek in het dorp en vind er de casa rural ´As Pias´ waar ik (wat minder goedkoop) een kamer boek. Hier kan ik op mijn gemak alles drogen, lekker douchen en mijn spullen reorganiseren. Ik ontmoet er drie Engelse vrouwen en een man die nog door willen lopen naar Cee, mijn bestemming voor morgen. Het zijn aardige mensen die elk jaar een stuk van de Camino doen en dit jaar zijn ze in Palas de Rey gestart. Als ik gedroogd en opgeknapt het dorpje bezichtig blijkt het een pittoresk gehucht te zijn met veel horreos, een klein kerkje en een heel apart kerkhof ernaast. De albergue is snel vol en ik ontmoet er een Duitse vrouw met twee grote honden die de Camino del Norte heeft gedaan vanuit Bilbao. De honden hebben de tocht goed doorstaan, het is alleen niet eenvoudig om met deze dieren onderdak te vinden en in een bus nemen ze hier absoluut geen honden mee. Ze zal met de honden terug moeten lopen naar Santiago. In de buurt van de refugio is een bar ´Peregrino´, zo´n kroegje dat in Nederland onmiddelijk gesloten zou worden omdat het aan geen enkel horeca-reglement voldoet. Ook hier hangt een bord aan de muur met de tekst. ´in esta etablecimient existen hojas de reclamaciones a dispocion de los usarios´, wat zoveel wil zeggen als: als je een klacht hebt, zijn er in dit café formulieren die je daartoe kunt invullen´. Ik heb geen idee wie de klacht zou moeten behandelen en ben er ook niet gerust op dat je klantgericht geholpen zult worden. Ik neem hierna de tijd voor een siësta om mijn verstoorde nachtrust in te halen en vanavond is er in voornoemde bar een ´menu del dia´ te krijgen. Het is het bekende riedeltje met primeros, secundos en postres als overal op de camino en meestal probeer ik eraan te ontkomen door maar één ´plato´ te bestellen. Ze kijken je dan een beetje vreemd aan maar het kan wel en de wijn maakt veel goed. ´s Avonds ontmoet ik in de bar de Spanjaard Manu, een pescador (visser) die met zijn hond ´Lobo´ (wolf) onderweg is vanuit zijn woonplaats Barcelona en ook zie ik ´Santiago´ uit Bilbao terug die met een andere Spanjaard Paco spullen koopt om zelf te gaan koken in de albergue. Twee verlate Duitse vrouwen komen drijfnat binnen en vragen of er in het dorp ook een hotel is, maar helaas... De jonge bardame heeft het erg druk met al die hongerige pelgrims en de zaak dankt er duidelijk zijn bestaan aan. Na een laatste glas wijn in mijn rustige casa rural ga ik op tijd slapen en hoop maar dat het morgen niet zal regenen.