| « Dinsdag 8 juni - Negreiro - Olveiroa - 33 km. | Donderdag 10 juni - Corcubión - Finistera - Faro - 20 km. » |
Het heeft de hele nacht door geregend en ik bereid me voor op nog een nat pak vandaag, maar tot mijn verbazing is het droog en bewolkt dus ik waag het er maar op. Na een koffie cortado vertrek ik om 7.00 uur richting Hospital en voorlopig is het asfalt lopen, wat minder prettig is. Na Hospital kun je kiezen voor Muxia of Finistera. Ik kies voor de richting Finistera (30 km.) en bij Das Nevas kan ik de verharde weg verlaten en volg een mooi pad de bergen in. Na een uur kom ik bij de oude Capila da Nosa waar pelgrims buiten een soort altaartje hebben ingericht met schelpen, stenen, foto´s en zelfs twee paar oude wandelschoenen. Ik ontmoet er een Koreaan genaamd Minhu, die de Camino francés liep. Hij is een Zuid-Koreaan en vertelt dat Noord-Koreanen niet mogen reizen of het land verlaten. Dat heb je met dictators. Ze onderdrukken hun eigen volk en tegelijkertijd zijn ze bang dat er iemand verdwijnt naar het buitenland. Het (bange) volk is nl. de basis voor hun perverse macht en hun walgelijke rijkdom. Even later verschijnt er nog een en ze lopen samen verder. Het gaat stug omhoog en tenslotte loop ik hoog over de heuvelrug met een fantastisch uitzicht over het gevariëerde landschap. En het blijft droog! Er volgt een kort uitstapje naar het ´Cruz de Armada´ en een kilometer verder zie ik in de verte de zee. Ik bel even met Thea om te vertellen dat ik na de Via de la Plata vanuit Sevilla en de Via Mozarabe vanuit Salamanca, nu na 1100 km. de Atlantische Oceaan heb bereikt. Het geeft me een enorm gevoel van vreugde en voldoening. het was goed om het in twee delen te doen want ik voel dat het genoeg was. Het is een Japanse vrouw met een onuitspreekbare naam die een foto van me maakt met op de achtergrond de zee en dat is tekenend voor het gegeven dat mensen van over de hele wereld hier naar toe komen om zich op de camino te begeven. Ieder met zijn- of haar eigen beweegredenen maar ook om anderen te ontmoeten en dat geldt ook voor mij. Langs het pad naar beneden staan de resten van verbrande bomen. De sporen van de grote bosbranden verleden jaar. Santiago vertelde dat veel van deze branden worden aangestoken door mensen die er vervolgens eucalyptusbomen willen planten omdat daarmee sneller en meer geld te verdienen valt. Mensen doen werkelijk alles voor geld. Ik daal langzaam af naar Cee en in de eerste bar ontbijt ik (om 12.00 uur) met koffie en tostadas. Een Frans stel, dat ik inmiddels leerde kennen, zit er al en een kwartiertje later komt ook Santiago binnen. Hij wil in Cee overnachten en zijn terugreis naar Bilbao regelen en ik wil nog iets verder tot Corcubión. Net als ik wil vertrekken komt de Duitse vrouw met de twee honden binnen en de barjuffrouw kijkt benauwd. De honden gaan echter rustig onder een tafel liggen. Boven deze bar hangt ook weer een bord (de Spanjaarden zijn er blijkbaar gek op) met de tekst: ´estos son los restos de ultima cliente que se marchó sin pagar´, met ernaast een doodskop en een horloge afgebeeld. Het betekent: ´dit zijn de overblijfselen van de laatste pelgrim die zonder te betalen naar buiten ging´. Spaans gevoel voor humor. Ik post in het dorp nog een kaart die ik al dagen bij me heb en loop nog 2 km. door naar Corcubión waar ik bij pension ´Beiramar´ een kamer krijg met zeezicht! De hospita vindt het maar niks zo´n man alleen onderweg en vraagt me om haar mijn vuile was te geven. Ook zal ze voor vanavond een thermoskan warme melk klaarzetten zodat ik me een kop koffie kan maken. Heerlijk zo´n vrouw die voor je wil zorgen. ´s Middags ga ik Corcubión verkennen en in de haven zijn vissers bezig zout te laden en varen daarna zeewaarts. Op een bord langs de weg zie ik dat ik aan de ´Costa da morte´ ben aangekomen, de kust van de dood, dat erop wijst dat hier in het verleden veel schepen vergaan zijn. Ik loop terug naar het centrum van Cee on sigaren te kopen en in de ´estanco´ vraagt de verkoopster waar ik de Camino begonnen ben. Als ik vertel dat ik een maand onderweg ben is ze verbaasd en vraagt of ik soms geen werk heb. Als ik haar zeg dat ik ´pensionado´ ben, zegt ze; ´tan joven ¿´(zó jong?) Mijn dag kan natuurlijk niet meer stuk. Terug in het pension ligt mijn was keurig opgevouwen in de badkamer - geweldig! Morgen heb ik de kortste etappe van mijn tocht (15 km.) naar Finistera - ´het einde van de wereld´, waar lang voor mij de Kelten en later de Romeinen dachten dat hier de wereld ophield. Wetenschap en kennis hebben aan deze mythe (en vele andere) een einde gemaakt, maar meer kennis leidt helaas lang niet altijd tot meer inzicht, hetgeen in de huidige wereld pijnlijk zichtbaar is...