Domingo, la ultima dia en Santiago. Het zit er bijna weer op. Morgenvroeg (14 juni) vlieg ik vanaf vliegveld Lavacolla (via Madrid) terug naar huis. Vandaag nog wat rondkijken en een beetje terugdenken aan de voorbije tocht vanuit Salamanca, alweer een maand geleden.
Nog even over mijn ervaring van gisteravond: Om 20.00 uur was ik zoals afgesproken in de bar waar ze die heerlijke witte wijn uit de Bierzo-regio serveren. Even later komt Tita (de vrouw van Manolo Rodriguez) ook binnen en drinkt een glas mee. Manolo arriveert wat later en het blijkt dat we de stad verlaten en ergens iets zullen gaan eten. Als hij hoort dat ik wel het museum en de kerk van San Martin heb bezocht, maar niet in het claustro kon komen, neemt hij me mee ernaartoe en regelt met de portier dat ik erin mag. Het claustro is een onderdeel van de abdij van de Benedictijnen die er resideerden en is indrukwekkend en robuust gebouwd. Ik ben er net als de ondergaande zon er een mooi licht overheen legt, prachtig!
Manolo werkt voor de Xunta van Gallicië op het departement van cultuur en heeft in dit gebouw 6 jaar gewerkt, zodoende. Hij schreef een complete encyclopedie over de historie van de Camino en weet werkelijk alles van deze invloedrijke mythologie.
We verlaten in zijn auto de stad, pikken aan de rand van de stad nog een stel op; Paco (vriend en collega) met zijn vrouw Suzana en rijden vervolgens naar Os Piso, een gehucht waar in de bossen een ongelooflijk etablissement staat. Het lijkt wel een tafereel uit een schilderij van Jeroen Bosch. Gebouwtjes met gestapelde schoorstenen en kelders eronder. Buiten staat een groot beeld van een Druïde en Manolo vertelt dat de baas dit zelf maakte. Paco noemt het de plaats van Asterix en Obelix. We zitten op banken aan ruwe houten tafels en bestek is er niet, je eet gewoon met je handen en drinkt wijn uit een kom. In het licht, dat af en toe bijna uitvalt zie ik steeds meer mensen binnenkomen. Manolo bestelt allerlei lekkernijen en er worden verschillende schalen met diverse tapas en flessen wijn op tafel gezet. Ze doen hun best om langzaam te praten zodat ik aan het gesprek kan deelnemen en Paco spreekt redelijk Engels, zodat hij als tolk kan optreden als mijn Spaans ontoereikend is. Het zijn zeer hartelijke mensen die me een onvergetelijke avond bezorgen. Op mijn tochten ga ik bewust te voet om zo dicht mogelijk bij het landschap te blijven en ik probeer ook zo dicht mogelijk bij de mensen van de streek te komen. Dankzij Philip, die me introduceerde bij Manolo en Tita, is dit volledig geslaagd en ik bedank hen alle vier ervoor dat ik zó dichtbij mocht komen.
Als we om 24.30 uur willen vertrekken komt de baas in een wit gewaad met een gaïta (doedelzak) en twee compañeros met trommels binnen en speelt Keltische muziek voor de aanwezigen. In een aangrenzende ruimte is het dan nog stampvol met gasten die nog zitten te eten. Uiteraard mag ik niets betalen en Manolo zet me af in het centrum van Santiago, vlak bij mijn slaapplaats. Ik ben nog een uur wakker om dit feestje te verwerken...
Als ik zondagmorgen, wat later dan normaal, opsta tref ik in mijn ´oude´ kamertje een Italiaan aan die vandaag naar Fatima (Portugal) reist om vandaar naar Italië terug te vliegen. Manolo heeft me gisteren een oude bar ´Jacobeo´ geadviseerd om churros te gaan eten als desayuno. Helaas zijn die er op zondag niet te krijgen, dat valt tegen. Als ik na een tweede vergeefse poging het centrum verlaat, kom ik in een kleine bar terecht waar vooral Braziliaaanse peregrinos zich treffen. Deze kroegbaas is graag bereid om voor mij churros te bakken (ze worden warm gemaakt in een friture) en zo krijg ik toch nog mijn zin. gewoon even doorzetten! Om 12.00 uur is er in de Rua do Vilar (waar ik woon) een concert met een ´banda´ die paso-dobles speelt. Het publiek bestaat voornamelijk uit plaatselijke bewoners die duidelijk genieten van de opgewekte muziek. Ook krijg ik nog een telefoontje van mijn zoon Dimitri die wil weten hoe ik het er vanaf heb gebracht.
De middag benut ik om in de Romaanse Iglesia San Fiz de Solovio (13e eeuw) een expositie te bezoeken van jonge Chinese kunstenaars. Ze gaan stevig de confrontatie aan met het consumentisme en de overbevolking van de wereld. Na het Japanse koor in de kathedraal is er hier ook interesse in hedendaags Chinese kunst, opmerkelijk! Om mijn cultureel programma af te ronden ga ik naar het ´Centro Galego de Arte Contemporána´, waar tot mijn verbazing een hele verdieping is gewijd aan het werk van de Nederlandse kunstenaar Bas-Jan Ader (1942) die als uiterste consequentie van zijn project ´In search of the Miraculous´ in 1975 met een klein bootje de oceaan op voer om te ervaren hoe de zee met hem om zou gaan. Het gevolg lag voor de hand; hij verdween voorgoed en het was een vissersboot uit La Coruña (niet ver hier vandaan) die het wrak van zijn (leeg) bootje vond. Een Nederlandse journalist schreef destijds: ´Hij heeft misschien ontdekt dat de wereld tóch plat is en is er gewoon vanaf gevallen´. Dat brengt me terug bij het uitgangspunt voor mijn tocht van Sevilla tot Finistera; een oude Romeinse Via die (voor hen) tot aan het einde van de wereld liep waar de zon verdween in de onderwereld, een gedachte die ook de oude Egyptenaren al hadden...
Mijn laatste foto is een opname van het frontreliëf van de Capilla ´Das Ánima´, waarvan de beroemde 18e eeuwse polychrome retabels momenteel gerestaureerd worden. Het is weer het indringende beeld van zielen in het vagevuur die hopen op het verkorten of zelfs kwijtschelden van hun straf. Een gedachte die voor de Middeleeuwse mens, die maar kort te leven had, van groot belang was en die daar graag een aflaat voor wilde verdienen door naar Santiago de Compostela te lopen of er gewoon maar een te kopen van de kerk...
Voor mij zit de Via de la Plata erop. Een twee-delige route van het uiterste zuiden naar het uiterste noord-westen van Spanje. De zwaarte van het landschap en de langere afstanden dan ik gewend was, waren een prijs die ik graag betaalde voor de rust en de mogelijkheid tot reflexie op deze Camino. De berichten die me bereikten over de Camino Francés, waren niet erg hoopgevend voor toekomstige peregrinos die inzicht en ´ruimte´ zoeken.
Zelf heb ik weer veel mooie en interessante mensen ontmoet die mijn tocht mede inhoud gaven en waarvan ik zeker nog wel eens wat zal vernemen. Het dagelijkse telefoontje met Thea, die mij moreel ondersteunde, was van groot belang en ook was ik blij met de leuke reacties in mijn dagboek, dat door mijn broer Theo op mijn website geplaatst was. Dank ook aan Roger en Jo, wandelvrienden die mijn transfer naar- en van Brussel regelden. Tegen iedereen, die op een of andere manier bij mijn avontuur betrokken wilde zijn, zeg ik tot slot:
MUCHAS GRACIAS!
Santiago de Compostela - Zondag 13 juni 2010
Jos Solberg.