Van Salamanca naar Santiago de Compostela over de Via Mozárabe -
een alternatieve route op de Via de la Plata.
Wat míj zal boeien tijdens deze tocht van zo’n 600 km? Dat is voor mij het grote onbekende. Het fysieke avontuur, de natuur, de cultuur, de geestelijke ontdekkingsreis, de rust en de stilte. Bezinning, waar je niet mee vertrekt maar wat je wel ervaart onderweg. Ik zal ontegensprekelijk mezelf tegen komen tijdens stille momenten op de Camino. Mijn tekorten en onzekerheden zullen onvermijdbaar boven komen drijven. Ik zal vele anderen ontmoeten, medepelgrims, hospitaleros en dorpelingen. Gesprekken voeren met die mensen of misschien gesprekken uit de weg gaan. Na het ontmoeten komt ook altijd het afscheid. Eén ding is zeker, niets moet maar alles kan. Het doel op zich is niet het belangrijkste, maar wel de ontmoetingen onderweg, in welke vorm dan ook. Het toeval omarmen als basisgedachte.
Alle zekerheden en comfort achter me latend, ga ik dus weer op weg…
Planning:
Op maandag 17 mei vertrek ik met Iberia vanuit Brussel naar Madrid.
Vanuit Madrid neem ik de bus naar Salamanca.
Vanuit Salamanca loop ik naar Santiago en dan door naar Finisterra.
Vanuit Finisterra neem ik de bus naar Santiago.
Op maandag 14 juni vlieg ik met Iberia vanuit Santiago via Madrid terug naar Brussel.
Ik ga op weg. Mijn leven is van mij; vrij als de einder, ongebonden als de wind…
Enkele eeuwen voor onze jaartelling voerden de Romeinen oorlog om Spanje te veroveren. Spanje was belangrijk vanwege de vele grondstoffen. Het had tevens veel vee en graan. Om het land te veroveren, waren er goede wegen nodig om de troepen te kunnen verplaatsen. De eerste gegevens van het tracé van de Via de la Plata dateren uit ca. 100 jaar vóór Christus. In de tijd daarvoor was er al provisorisch een weg gebaand door bewoners, die hun vee verplaatsten op zoek naar geschikte plaatsen om het te laten grazen. Later kwamen er ook de Grieken, die weer tin, goud en zilver ruilden tegen olijfolie, wijn en stoffen uit Galicië. Zodoende profiteerden zowel het militaire als handelsverkeer van deze route. Een systematische aanleg van de route gebeurde onder de Romeinse keizers. De wegen werden op professionele wijze aangelegd en waren 5 tot 7 meter breed. De weg werd voorzien van mijlpalen, miliaros, waarvan er nog steeds langs de route staan. Op de mijlpaal stond de naam van de keizer, die het traject van de weg had laten aanleggen. Onderweg werden onderkomens gebouwd voor overnachting, verblijf en bevoorrading van de reizigers. Het verval van het Romeinse rijk in de 5e eeuw en de invallen van de Germanen bracht Spanje in verval. Het gebruik en onderhoud van de weg ging sterk achteruit. Rond 700 na Chr. konden de Moren deze weg gebruiken om snel op te rukken naar het noorden. In de 13e eeuw werden de Moren teruggedrongen en in ca. 1500 definitief verslagen. In de Middeleeuwen werd de route (Calzada) gebruikt om jaarlijks de schapen te verplaatsen naar meer vruchtbare gebieden. De route voor de wandelaars is vaak dezelfde weg als de oude heirweg. Alleen ligt de oude weg dan vaak onder de huidige weg of pad. In 1990 en 1991 hebben ‘Los amigos del Camino de Santiago’ de route opnieuw gelopen en gemarkeerd. Sindsdien is de belangstelling voor de Ruta de la Plata sterk gegroeid, mede doordat de meer traditionele Camino Francès via Burgos, León en Astorga overbevolkt en overgeorganiseerd raakt…
Dag 01: Salamanca – Calzada de Valdunciel 15 km.
Dag 02: Calzada de Valdunciel – El Cubo de la Tierre del Vino 20 km.
Dag 03: El Cubo de la Tierre del Vino – Zamora 32 km.
Dag 04: Zamora – Montamarta 17 km.
Dag 05: Montamarta – Granja de Moreruela 23 km.
Dag 06: Granja de Moreruela – Tabará 37 km.
Dag 07: Tabará – Santa Croya de Tera 26 km.
Dag 08: Santa Croya de Tera – Rionegro del Puente 27 km.
Dag 09: Rionegro del Puente – Mombuey 9 km.
Dag 10: Mombuey – Puebla de Sanabria 32 km.
Dag 11: Puebla de Sanabria - Lubián 32 km.
Dag 12: Lubián – A Gudiña 24 km.
Dag 13: A Gudiña – Campobecerros 20 km.
Dag 14: Campobecerros – Laza 15 km.
Dag 15: Laza – Xunqueira de Ambia 34 km.
Dag 16: Xunqueira de Ambia – Ourense 23 km.
Dag 17: Ourense – Cea 22 km.
Dag 18: Cea – Castro Dozón 20 km.
Dag 19: Castro Dozón – Silleda 29 km.
Dag 20: Silleda – Bandeira 7 km.
Dag 21: Bandeira – Capilla Santiaguino 18 km.
Dag 22: Capilla Santiaguino – Santiago de Compostela 17 km.
Dag 23: Santiago de Compostela - Negreira 30 km.
Dag 24: Negreira – Olveiroa 35 km
Dag 25: Olveiroa – Finisterra 35 km
Wie met beide benen op de grond blijft staan, komt niet ver…
In de Middeleeuwen trok de pelgrim op de eerste plaats uit devotie voor Sint Jacob.
Het geloof van de middeleeuwse mens was als uit steen gehouwen, uit een stuk, samenhangend, homogeen, onveranderlijk. Hemel en hel lagen dichtbij. Het leven was een pelgrimage: boetetocht en opgang naar de hemel tegelijk. In de onzekerheid van de wereld was het geloof de enige zekerheid. Maar dan wel een zekerheid tussen hoop en vrees, vol duivels en heksen, weerwolven en monsters zoals Jeroen Bosch die heeft geschilderd. In dit geloof klampte men zich vast aan tastbare bewijzen: aan relieken en relikwieën, bewijsmateriaal om zichzelf te overtuigen. Het waarnemen met de zintuigen moest steeds opnieuw bevestigd en aangevuld worden: een dwangmatigheid die leidt tot ongedurigheid. Men vertrok uit onrust, maar had in den vreemde heimwee naar huis. Maar ook meer aardse motieven moeten genoopt hebben tot het aangaan van het grootse avontuur. Boerenzonen, gedreven door honger en horigheid; monniken, ontvluchtend aan orde en regelmaat; schuldenaars die geen andere uitweg meer zagen. Ook ging men vaak de tocht aan ter inlossing van een gelofte. Of als boetedoening, vrijwillig of opgelegd door biechtvader of burgerlijk rechter, wanneer men een misdrijf had begaan. Men moest dan onderweg bidden voor het zielenheil van zijn slachtoffer en van zichzelf. Bovendien was de gemeenschap zo voor een tijdje verlost van een lastpak en misschien kwam hij wel niet meer weerom...
Pilger sind wir alle, doch jeder wählt wohin er fährt...
☼ Het meest in het oog springend symbool van de pelgrimage naar Santiago de Compostela is de Sint Jacobsschelp of de coquille. Het wordt gebruikt als voornaamste ornament op alle gebouwen langs de Camino. Nu is de schelp ook het symbool voor het vrouwelijk geslachtsdeel en is bekend als symbool van geboorte of wedergeboorte. Het is daarom dat Venus hieruit opstijgt in het schilderij 'De Geboorte van Venus' van Botticelli. Het is een symbool van een voorchristelijke vruchtbaarheidsrite, dat net als zoveel andere heidense symbolen en riten door de katholieke kerk is overgenomen. Om dit symbool over te nemen moest Santiago, volgens de legende, iemand terug doen komen van de dood. Iets wat Santiago in de geest van zijn heidense alter-ego wel diverse malen doet. Dit keer redde hij een ruiter die verdronken was in zee. Toen deze terugkwam uit de zee was hij overdekt met de schelpen. Via deze constructie werd de schelp toch het symbool van pelgrimage naar Galicië. Het andere symbool van Santiago is het zwaardkruis, bekend onder zijn voorchristelijke naam 'lagarto', als toonbeeld van de gewapende strijd tegen ongelovigen (moslims). De schelp is het attribuut van Jakobus de Meerdere. Op alle mogelijke manieren wordt de schelp gebruikt als symbool voor alles wat met Jakobus en Santiago de Compostela te maken heeft. De schelp wordt vooral door de pelgrims gedragen op de hoed, de mantel of op de rugzak.
☼ In Santiago liggen, volgens de overlevering, de beenderen van de apostel Jacobus. Matamoros - de ‘Morendoder’ wordt hij in Spanje bewonderend genoemd.
Ooit - zo gaat de legende - toen de moslims het Iberisch schiereiland hadden veroverd en de laatste Christenen hun toevlucht hadden gezocht in het onherbergzame noorden in de bergen van Cantabrië en Asturië, daalde Jacobus op zijn witte strijdros neer uit de hemel en doodde hij, in de slag bij Clavijo, op één dag meer dan zeventigduizend Moren en Saracenen. Na Jeruzalem en Rome werd Santiago de Compostela mede daardoor de belangrijkste bedevaartsplaats voor de Christenen.
Het gaan van de weg is een oeroude metafoor voor het leven. Voor veel mensen valt hun besluit, om op pelgrimspad te gaan, samen met een bijzondere gebeurtenis of een nieuwe fase in hun leven. De wandel- en fietswegen naar Santiago worden steeds beter, en over steeds grotere afstanden, bewegwijzerd. Die andere weg, de levensweg, lijkt intussen een doolhof te worden. De ontwikkelingen gaan sneller en sneller, wereldwijd. Onze samenlevingen worden steeds complexer en traditionele verbanden staan onder druk. Mensen mogen en moeten zelf in al die dynamiek hun eigen weg vinden. Daarom ervaren velen het echt als een cadeau, om een tijd lang als pelgrim uit het gewone leven te kunnen stappen. Het onderweg zijn, alles wat je nodig hebt zelf meesjouwen, de natuur, het ongewisse, het ritme van de lange tocht, het alleen zijn, de ontmoetingen, steeds weer je eigen keuzes maken - los van het bekende en vertrouwde. Het zijn prachtige ingrediënten voor een diepgaande ervaring.
Op pelgrimstocht gaan is dus een uitstekende manier om tot rust te komen, om de tijd te nemen voor dat wat er echt toe doet. Gaandeweg kun je, op een natuurlijke manier, in contact komen met wie je bent, met anderen, met je bestemming en hoe je die wilt bereiken. Een pelgrimstocht is dus een krachtige metafoor voor het leven en een ervaring die ontwikkelingen teweegbrengt of versterkt.
Ook de langste tocht begint met de eerste stap. Dat is de beslissing om daadwerkelijk op pad te gaan, om het bekende en vertrouwde achter je te laten, om maar te zien wat op je afkomt, kortom: om ‘pelgrim’ te worden. (afgeleid van het Latijnse ‘peregrinus’, wat ‘vreemdeling’ betekent) Bij het afscheid staat meestal diegene die vertrekt centraal. Maar bedenk dat de tocht ook van invloed is op diegenen die thuisblijven. Dat is de ervaring van velen vóór je: een belangrijke verandering bij de één, heeft ook gevolgen voor de ander. Al heb je je reis nog zo goed gepland, eenmaal onderweg ontdek je dat het toch vaak anders loopt dan je had bedacht. Dat is het boeiende van de reis, maar het kan ook moeilijk zijn. Je komt jezelf tegen en vraagt je af: waar ben ik aan begonnen? Oude patronen blijken niet meer te werken. Een uitspraak die je vaak op de Camino hoort is: ‘de weg is het doel'. De uitdagingen die je onderweg tegenkomt zijn niet zozeer hindernissen, die je moet nemen om ergens aan te komen. Het zijn vooral de mogelijkheden om gebruik te maken van je (vaak onvermoede) kracht, creativiteit en (groeiende) wijsheid, hoe lastig dat soms ook is. Zo gaat het ook in het leven: het einde komt vanzelf, het gaat er dus vooral om wat je onderweg doet en hoe je dat doet. Onderweg loeren natuurlijk niet alleen gevaren. Je zult er ook bondgenoten vinden. Er zijn veel verhalen over de Camino met inspirerende ontmoetingen, grote gastvrijheid, en de belangeloze hulp die vaak onverwacht wordt aangeboden. Hulp komt niet alleen van buiten, maar ook van binnen. Pelgrims die juist op de moeilijkste momenten op hun reis een grote, onvermoede kracht of creativiteit in zichzelf ontdekten. Bij het ontmoeten van reisgenoten hoort ook het afscheid nemen. Langs de Camino ontstaan vriendschappen voor het leven of een diepere verbondenheid. In ieder geval zul je erna meer dan ooit openstaan voor nieuwe ontmoetingen.
Why not seize the plaesure at once? How often is happiness destroyed by preparation, foolish preparation...
Jane Austen
☼ Zamora is een stad in de Spaanse provincie Zamora in de regio Castilië en León. Het ligt dichtbij Portugal en wordt doorkruist door de rivier Duero. De stad is voornamelijk bekend om haar Romaanse kunst. Een prachtig voorbeeld hiervan is de kathedraal, gebouwd tussen 1151 en 1174, met haar typische Byzantijns koepelgewelf. Zamora is de belangrijkste stad aan de Duero die na de grens met Portugal een andere naam krijgt. Dit goed verdedigbare punt op de steile rotswand boven de rivier was vermoedelijk een nederzetting van de Vaccaei totdat de Carthagers de macht overnamen. De Romeinen hebben er een prachtige brug gebouwd. De stad viel achtereenvolgens onder de heerschappij van de Visigoten en de Moren. In de achtste en negende eeuw - het begin van de Reconquista - veranderde het gebied in een soort niemandsland; Zamora werd beurtelings door de ene, dan weer door de andere partij belegerd, waarna de overwinnaars de verwoeste stadsmuren herbouwden. In 893 ondernam Alfons III van Asturië een serieuze poging de stad opnieuw te bevolken. In 905 werd Zamora weer bisschopsstad. De Moren trachtten het gebied in 939 te heroveren, maar ze werden bij Simancas verslagen; op hun terugtocht heroverden ze Zamora, waaruit ze korte tijd later weer werden verdreven. Aan het einde van de tiende eeuw volgden de vreselijke overvallen van Al Mansur, voor wie de belangrijkste Christelijke steden al snel het hoofd moesten buigen. Maar veel plezier heeft de grote plunderaar daaraan niet beleefd, want hij overleed in 1002. Ferdinand I liet, nadat hij de koninkrijken Castilië en León door zijn huwelijk met Sancha, de Leónse erfgename, had verenigd, de stadsmuren van Zamora, Toro, Benavente en enkele andere belangrijke steden herbouwen.
Vanaf die tijd stond Zamora bekend als 'la bien cercada',(de goed-ommuurde).
Zamora is weliswaar bekend om zijn Romaanse kerken, maar de stad heeft het uiterlijk van een grimmige vesting.
☼ De Rio Duero is met ca. 900 km een van de grote rivieren in Spanje. Ze ontspringt in het noordelijke Cantabrisch gebergte en wordt gevoed door de regen van de Atlantische Oceaan en de smeltende sneeuw in het voorjaar. Dit betekent ’s winters veel water met woeste stromen en zomers een kalm kabbelende rivier in een lage bedding. In de rivier zijn veel stuwmeren aangelegd, vooral in Portugal. De rivier vormt 112 km de grens en loopt verder 200 km door Portugal, voordat ze bij Porto in de Oceaan uitmondt. Aan de oevers groeien hier de portdruiven, welke als wijn versterkt met Aguadente (soort brandy van druiven) de bekende Portwijn vormen.
Spaanse cafés hebben vaak een aparte comedor (eetzaal), hier mag niet gerookt worden en honden laten ze zeker niet toe. Voor de toog is dit anders. Hoewel Spanje zich geconformeerd heeft aan de EU richtlijn van het niet meer roken in de horeca heeft men hier iets op gevonden. Ze zetten een bordje op de toog dat in dit speciale geval, uitzonderingswijze, het hier is toegestaan te roken. Ik heb op de Camino nog geen enkel café meegemaakt waar deze uitzondering niet van toepassing was! De peuken worden op de vloer gegooid en elke avond worden de tegels schoongeveegd;
’s lands wijs ’s lands eer...
☼ Ourense is een stad in de gelijknamige provincie van de regio Galicia in Spanje. Ourense is de Galicische naam in de officiële Spaans-Castillaanse taal wordt zij Orense genoemd. Ourense ligt 128 meter boven de zeespiegel en biedt nog een mooi bewaard gebleven oud stadsgedeelte, het 'Monumental district'. De Romeinen voelden zich hier lekker, want er waren de 'Burgas', de warmwaterbronnen. Zij noemden de stad Auria en bouwen versterkingen om een gemakkelijke overgang van de Miño rivier te beschermen. De rivier stroomt nu door de stad. De overspannende brug, de Ponte Vella, bevat met haar grondvesten nog delen uit de Romeinse periode. Zij werd in 1230 verbouwd in opdracht van bisschop Lorenzo en werd nadien diverse keren gerestaureerd. Zij is een brug die bestaat uit zeven bogen. De bestaande versie is uit de 17de eeuw en zij werd voltooid door Melchor de Velasco. Vlakbij werd in de 16de eeuw de Capilla dos Remedios gebouwd. Na de Romeinen kwam de Germaanse stam van de Suevi zich hier vestigen en hij wist zich drie eeuwen te handhaven, van de 5de tot en met de 7de. In 716 zouden de Suevi worden verjaagd door de oprukkende Moren en zij vernietigden de nederzetting van de Suevi. Koning Alfonso III van Asturias zou haar in 877 laten herbouwen, maar de stad bleef bestookt worden. Ook de Normandiërs (de Noormannen) hadden hun oog laten vallen op het mooie Spanje en de Moorse krijgsheer Al Mansur gaf de strijd evenmin op. Het zou duren tot de 11de eeuw eer Ourense een meer vredige periode zou beleven en dat kon onder Koning Sancho II en zijn zuster Doña Elvira. Het is ook een universiteitsstad en dat biedt haar een levendig karakter, met vele bars en restaurantjes, verscholen tussen de Plaza Mayor met haar arcaden en het stadhuis. Het belangrijkste monument van de stad is haar kathedraal. Hij werd een eerste keer als basiliek gebouwd in 572 door de Germanen, en herbouwd in de 13de eeuw. De stijlen zijn gemengd Gotisch en Romaans. De toegang loopt langs de Pórtico do Paraíso - de Paradijspoort, die een kopie is van één van de poorten van de kathedraal van Santiago de Compostela.
Het altaar is een werkstuk van Cornelius van Holland. Vlakbij staat Santa María Nai en deze kerk werd in de 11de eeuw vermoedelijk op de grondvesten van de Germaanse basiliek gebouwd. Zij werd zwaar beschadigd in de 18de eeuw en kreeg na de restauratie meer baroktrekjes. Santa Eufemia is de kerk van het oude jezuïetenklooster. De bouw begon in de 17de eeuw, maar zij was pas honderd jaar later voltooid. De belangrijkste architect die in de bouw was betrokken is een man met de toepasselijke naam van Plácido Iglesias. (letterlijk vertaald Plácido Kerken)
De kerk huisvest een mooie en groot barokaltaar. Santo Domingo is het dominicaner klooster uit de 17de eeuw. San Francisco is een kerk van de orde van de franciscaner monniken uit de 14de eeuw. Zij staat nu in het park van San Lázaro.
Het vroegere bisschoppelijke paleis huisvest nu een archeologisch museum.
Palacio de Oca-Valladares is de paleiswoning in renaissance stijl die door een adellijke familie was gebouwd halverwege de 16de eeuw. Zij huisvest sinds 1850 de 'Liceo Recreo', één van de oudste cultuurverenigingen van Ourense.
De Burgas met watertemperaturen van 64 tot 88 graden werken nog altijd en worden aanbevolen voor patiënten met huidaandoeningen. De bijstaande gebouwen dateren grotendeels uit de 17de eeuw.
☼ Galicië ligt in het noord westen van Spanje, in het verlengde stuk boven Portugal. Het is een bergachtig gebied tot boven de 2000 mtr. Door de vele regens is het overvloedig en rijk begroeid. Het landschap is oorspronkelijk, grillig en van een grote schoonheid. Boeren en vissen waren tot voor kort de hoofdactiviteiten en de Keltische invloeden zijn overal aanwezig. Dit uit zich in de symboliek bij religieuze afbeeldingen op kruizen en kerken en de Gaita (doedelzak) wordt nog volop gebruikt. Oude heksensages en natuurkrachten spelen nog altijd een grote rol in dit geheimzinnige land. De melkweg wees de weg naar het einde van de wereld; Finis Terrae nu Finistera. De zon ging hier onder en op de stranden van de platte aarde hield men ceremoniën. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat in deze traditie Santiago, de tegenwoordige hoofdstad, is ontstaan. De taal lijkt veel op Portugees en heeft een eigen status. Galicië is altijd onderdeel geweest van het koninkrijk Castilië en León.
☼ Los Reyes Católicos in Santiago de Compostela, het meest luxueuze Parador van Galicië, waar de Spaanse koninklijke familie overnacht als ze hier op bezoek zijn, is van oorsprong een pelgrimshospitaal. Dit houdt men in ere door per dag 10 à 15 pelgrims gratis te eten te geven. Hiertoe moet je zorgen voor een kopie van je Credential en op tijd ’s avonds ca. 19:30 uur ‘a Bajo’, d.w.z. beneden te zijn. Hier is de personeelsingang en word je wel- of niet geaccepteerd. Aan de stempelkaarten zie je dat er maar liefs 200 personeelsleden in deze Parador werken! In de keuken krijg je een dienblad en wordt een simpel maar gratis drie gangen menu met wijn geserveerd. Natuurlijk word je zorgvuldig weggehouden van de andere gasten. Dit alles kan geconsumeerd worden in een speciale ‘Comedor Peregrino’, ofwel pelgrims-eetkamer. Maximaal kan men hier drie keer voor in aanmerking komen.
☼ De botafumeiro is het grootste wierookvat ter wereld, bijna twee meter hoog, gevuld met veertig kilogram houtskool en wierook. De botafumeiro wordt alleen ’s zondags gebruikt, op belangrijke feestdagen en ook op feestdagen van belangrijke heiligen. Wie een paar dagen in Santiago verblijft heeft veel kans de botafumeiro in actie te zien. Het gevaarte, gedragen door twee kerkdienaren, wordt na de communie vanuit de sacristie voor het altaar neergezet en aan een lang touw bevestigd. Zeven kerkdienaren trekken ritmisch aan dat touw, waardoor de botafumeiro op nogal spectaculaire wijze van links naar rechts slingert doorheen de ruime dwarsbeuk.
Hij bereikt daarmee een hoogte van twintig meter, nauwelijks één meter lager dan het gewelf, en één slingerboog bedraagt vijfenzestig meter. In geen tijd verspreidt de milde geur zich tot in de verste uithoeken van de kathedraal. Er wordt beweerd dat de botafumeiro eigenlijk een soort van airconditioning avant-la-lettre is.
In lang vervlogen tijden werd niet veel aandacht besteed aan lichaamshygiëne. Honderden slechtgewassen bedevaarders, die toentertijd in de kerk logeerden – de refugio te Santiago zat steeds overvol – produceerden een geur die niet bepaald heilig was. Maar we moeten ons niet superieur voelen tegenover die arme middeleeuwers, want ook vandaag nog bewijst het wierookvat zijn nut.
☼ De zigeuners hebben Spanje in twee groepen bereikt: de zgn. gitanos via Afrika en Andalusië, vermoedelijk al sedert vele eeuwen, en de zgn. cingaros via het Noorden (Balkan, Hongarije, Duitsland, Frankrijk), wellicht pas in de 15de eeuw. Hun oorspronkelijke thuisland zou het noorden van India geweest zijn, dat ze tussen de 8ste en 10de eeuw zouden verlaten hebben Ook de zigeuners kwamen op het einde van de 15de en in de 16de eeuw bloot te staan aan toenemende repressie. (de eerste anti-zigeunerwet kwam er in 1499) Die nam weliswaar nooit dezelfde extreme vorm aan als die tegen (crypto)joden en moren. Zo stemde de Spaanse Raad van State in juli 1611 dat de zigeuners dienden verdreven te worden. Nog in 1749 werd door de bisschop van Oviedo een regelrechte liquidatiecampagne opgezet, met levenslange dwangarbeid voor alle zigeuners. In 1783, echter, kwam er een radicale ommekeer in het beleid. Zigeuners werden nu verplicht hun kinderen naar school te sturen,
teneinde te kunnen integreren. In Sevilla is de zigeunerwijk 'Triana' een bezoek waard!
☼ Praza do Obradoiro is het massieve hart van Santiago de Compostela. Op 25 junli wordt hier de 'Dag van de Apostel' gevierd, de 'Dag van Sant Iago'. Het plein wordt veelvuldig gebruikt voor concerten en andere evenementen. Werk van Goud' is de letterlijke vertaling van de naam van het plein. Deze Plaza is in zekere zin het museum van het stadscentrum met de kathedraal en zijn Capilla del Salvador, Torre de las Campanas, Torre de la Carraca en de mooi gebeeldhouwde Portico de la Gloria. 'Torre de la Carraca' en 'Torre de la Campanas' dateren uit verschillende architecturale perioden en zijn daarom ook een combinatie van barok en Romaanse architectuur. Zij halen een hoogte van zeventig meter. Aan de torens werd gewerkt tijdens de 12de, de 17de en de 18de eeuw. Wie van de geur van wierook houdt, bezoekt de kathedraal het beste tijdens de mis op zondagochtend. Op dat tijdstip wordt sedert eeuwen een reusachtige, bijna twee meter hoge, 'botafumeiro' rondgezwaaid om de wierookgeur in de kerk te verspreiden.
Salamanca is de hoofdstad van de gelijknamige Spaanse provincie Salamanca, gelegen in de regio Castilië en León, circa 200 km ten westen van Madrid. Het gebied werd al in de zesde eeuw v. Chr. bewoond door de Kelten. De stad is gesticht rond 400 v. Chr. mogelijk als versterking door Cartaagse bezetters. Toen de Romeinen in de 2e eeuw v. Chr. het Iberisch Schiereiland veroverden werd het gebied rondom Salamanca bewoond door de Vacceos, een van oorsprong Keltische stam. Om hun gebied te verdedigen bouwde de Vacceos twee versterkingen aan de oostelijke zijde; de Ocelo Durii en de Salmantica. (Salamanca) Het gebied werd tevens bewoond door een andere stam met een Keltische oorsprong, de Vettonen. In 200 v. Chr. belegerde Hannibal Salamanca. Na de val van Carthago in 146 v. Chr. consolideerden de Romeinen hun macht en werd Salamanca belangrijker. De stad was een belangrijk halte op de Ruta de la Plata, de Zilverroute. Salamanca diende als oversteek voor de rivier de Tormes. De Puente Romana een Romeinse brug uit de 1e eeuw is voor de helft bewaard gebleven. De Zilverroute liep van Asturië tot aan het zuiden van Spanje.
Na het verval van het Romeinse Rijk werd de streek bezet door de Alanen, gevolgd door de Visigoten. In de 4e eeuw breidden de Visigoten de stadsmuur uit met twee torens. Uit de documenten rond het concilie van Toledo van 589 weet men dat Salamanca dan bisschopszetel is. Met de invasie door de Moren in 712 wordt de stad veroverd door Musa Ibn Musair. Salamanca raakt in verval, wordt regelmatig door de Moren geplunderd en de bevolking neemt sterk af. Pas rond het jaar 1000 was er weer sprake van een opleving. Na de verovering van Toledo door Alfonso VI in 1085 wordt het front verplaatst naar de oevers van de Taag, waardoor Salamanca meer kansen kreeg zich te ontwikkelen. In de 15e eeuw viel de stad ten prooi aan de twisten tussen belangrijke adellijke families. Er stonden twee rivaliserende partijen die elk een helft van de stad bezetten, San Benedito en Santo Tomé. Door de oprichting van het Concejo de la Mesta, een soort gilde voor veehouders, wordt Salamanca belangrijk als centrum van fabricage van textiel en export van wol. De stad heeft de oudste universiteit van Spanje, gesticht in 1218 door koning Alfonso IX en twee kathedralen.
Christoffel Columbus bezocht hier in 1487 koningin Isabella van Castilië om zijn reis naar het Westen te bepleiten.