De Camino Mozárabe is eigenlijk een variant van de Via de la Plata, die van Sevilla naar Santiago loopt. Ongeveer 40 km ten noorden van Zamora, om precies te zijn in het dorp Granja de Moreruela, splitst de Via de la Plata zich. De hoofdroute loopt verder noordwaarts, om zich in Astorga bij de bekende Camino Francés te voegen.
De variant echter volgt vanaf Granja een rechtstreekse route naar Santiago de Compostela door het bergachtige grensgebied met Portugal. Het oorspronkelijke tracé van het historische pad is in de loop der tijden ingenomen door autowegen. Hoewel de Camino Mozárabe meestal in de buurt van de N 630, de N 631 en, later in Galicië, de N 525 loopt, is men erin geslaagd om van het traject Salamanca - Santiago een aantrekkelijk wandelpad te maken. De Via de la Plata / Camino Mozárabe is met gele pijlen bewegwijzerd, zoals alle Spaanse pelgrimsroutes naar Santiago. In de provincie Ourense bestaat de routeaanduiding uit werkjes van de beeldhouwer Carballo.
De bewegwijzering is er over het algemeen goed geregeld.
☼ Castrotorafe is in de 12e eeuw gesticht als vesting op de grens van de invloedssfeer van Castilië en Galicië. Aan de Ruta de la Plata gelegen ten noorden van Zamora bij de brug over de rivier de Esla, was het een belangrijk centrum waar de Orde van Santiago resideerde. Van hieruit bestreden de Ridders van Sint Jacob de Moren en bewaakten hun belangen. Alleen hun machtige burchtruïne staat er nog.
De kathedraal-gevel is barok uit de 18de eeuw. Rechts bij de deur staat een beeld van María Salomé en links van haar echtgenoot Santiago Zebedeo, de ouders van Sint Jacobus. (Sant Iago Zebedeo) De gevel is ook afgebeeld op de kleine Spaanse euro munten. Rechts van de kathedraal staat het kloostergebouw. Verder prijken hier het Palacio Gelmirez dat met de kathedraal-pas kan worden bezocht en het Hostal de los Reyes Católicos uit 1492 dat de pelgrims bescherming moest bieden en werd omgevormd tot de 'Parador de los Reyes Católicos' (staatshotel). De geveldecoratie van het 'Hostal de los Reyes Católicos' is van Enrique de Egas. Er zijn vier binnentuinen (patio's), twee uit de 16de en twee uit de 19de eeuw. De 'Patio de San Juan' loont een bezoek. In de gevel van Hostal de los Reyes Católicos werd een heel smalle doorgang ingebouwd, afgebakend door een koord. Wie hierin zijn toevlucht zocht (ook criminelen) kon niet worden aangehouden. De leidende geestelijke van de instelling oordeelde echter of de regel mocht verbroken worden, of niet. Palacio Rajoy (Pazo de Raxoi) is een groot neo-klassiek gebouw uit de 18de eeuw. De 'xunta' (parlement) van Galicia zetelt er en ook het stadhuis kreeg er onderdak. Palacio de Rajoy werd ontworpen door de Fransman Charles Lemaur. Het gelijkvloers bestaat uit een lange bogenrij. De naam 'Rajoy' is die van de bisschop die opdracht gaf tot de bouw. Er prijkt een ruiterbeeld van Sint Jacobus. Het stelt hem voor als strijder in de 'Slag om Clavijo' en bevestigt op die manier dat hij zou deelgenomen hebben aan de strijd tegen de Moren. Sint Jacobus heeft, ondanks de legende, in zijn leven nooit een moslim ontmoet. Hij stierf in Jeruzalem door een Romeins zwaard, acht eeuwen vooraleer de eerste moslims in Spanje aankwamen. Palacio de Rajoy diende ook om koorzangers te huisvesten en de duizenden bedevaarders, teveel voor de kathedraal, die wilden biechten. Omdat de pelgrims niet alleen uit Spanje kwamen, maar ook uit Frankrijk, Italië en andere katholieke contreien, moesten die priesters meerdere talen kennen. Zij werden de 'lenguajeros' genoemd. Het Colegio de San Jerónimo (Colexio de San Xerome), gesticht door de aartsbisschop Alonso III de Fonseca in de 16de eeuw voor arme studenten en Colegio de Fonseca zijn kloosters uit de 15de eeuw. San Xerome is nu een onderdeel van de Universiteit van Santiago. De belangrijkste architect die op dit plein actief was, heette Fernando de Casas y Nova en hij geldt als een meester van de Galicische barok.
Wandelen is gehoor geven aan de traagheid van de zonnewijzer en aan het ritme van de bloedsomloop. Wandelen is het terugvinden van het levensritme van het universum, het ritme van karavanen, marskramers en pelgrims. Eenmaal in de natuur vallen de gewone beslommeringen altijd snel van me af. De gedachten maken zich los van het alledaagse, stijgen daar eerst bovenuit, vervagen dan en houden tenslotte geheel op.
Dan ben ik alleen nog maar aan het kijken, aan het ruiken, mijn plaats en richting aan het bepalen...
‘Ik loop mezelf elke dag tot een staat van welbevinden, weg van elke ziekte. Ik ben al lopend vaak tot mijn beste gedachten gekomen en ik ken geen gedachte zo bedrukkend of men kan er wel van weglopen. Dus als men gewoon blijft lopen, komt alles vanzelf in orde...’
Sören Kierkegaard.
De figuur rond wie het pelgrimsgebeuren op de Camino draait is Jacobus de meerdere, broer van Johannes en een van de twaalf apostelen. Uit ‘de Handelingen van de apostelen’ is bekend dat hij omstreeks het jaar 44 de marteldood stierf in Jeruzalem. Hij was de zoon van Maria Salomé en Zebedeus. Niet te controleren berichten vertellen dat hij in Spanje het evangelie verkondigde. Eveneens raadselachtig is de ontdekking van zijn graf (ca. 813) in Galicië in het noordwesten van Spanje. Er bestaan verschillende versies van de legende.
In de ene versie verschijnt er een engel aan de kluizenaar Pelagius die hem vertelt dat Jacobus in een bos in de buurt begraven ligt. Een andere versie vertelt dat het lijk van de apostel op mysterieuze wijze in een bootje aan de kust aanspoelde. In 951 gaat Godescale, bisschop van Le Puy op bedevaart naar Compostela, maar de pelgrimage zal pas in de 11e tot de 13e eeuw massale vormen gaan aannemen.
Aan het begin van de 12e eeuw verschijnt de Codex Calixtinus, van Aimery Picaud met als beschermheer Paus Calixtus (1119 tot 1124), een naslagwerk bestaande uit vijf boekdelen met opdrachten, praktische gegevens, raadgevingen en waarschuwingen (voor rovers en vrouwen van lichte zeden...) voor de pelgrims.
Elke stap kan helen. Combineer stappen met ademen. Je kunt ook iets tegen jezelf zeggen. Ik ben thuis. Ik ben aangekomen in het hier en nu. Het leven is alleen in het hier en nu. In elke stap kun je zo alles ontmoeten. Als je echt in die stap bent, ben je in alles: in de dingen, bomen, dieren, mensen. Door zo te lopen bid je niet om vrede, je maakt vrede.
Thich Nhat Hanh, Viëtnamese boeddhist en monnik.
Lopen en Slapen:
Rugzak, Karrimor 30 liter met zijvakken.
Lakenzak voor in de refugios en enkele wegwerpponcho’s.
1 Telescopische wandelstok, zonnebril en leesbril.
Kleding:
2 Stel ondergoed en 2 T shirts.
1 Stevige wandelbroek en 1 katoenen overhemd.
2 Paar naadloze wandelsokken en 5 zakdoeken.
Pet of hoed, ingelopen wandelschoenen en lichtgewicht sandalen.
Toiletartikelen:
1 Smalle badstof handdoek.
1 Klein tubetje tandpasta en een tandenborstel.
1 Doosje krabbers voor het scheren, een kleine tube scheerzeep en shampoo.
Gerei en hulpmiddelen:
Zwitsers zakmes en bestek.
Zaklampje met batterijen en een mobiele telefoon met adapter.
Fototoestel met batterijoplader, kompas en veldfles(sen).
Pen met notitieblok en aansteker.
Enkele wasknijpers en een rol toiletpapier.
E.H.B.O. naar believen:
Klein potje Betadine en 'second skin' pleisters
Norit, paracetamol en muggenzalf.
Nivea of Vaseline en zonnebrandolie.
Papieren:
Cash geld, bankpasjes en/of creditkaart
Ziektekosten-, verzekeringspapieren en paspoort.
Route boekje en eventueel stafkaarten.
De plaats 'Finis Terrae', Finisterre of het eind van de wereld, duikt op als de mysterieuze plek waar de wereld ophoudt en de onderwereld begint. Het ligt in Galicië aan de Atlantische kust, die ook wel de kust van de dood wordt genoemd.
Ook Romeinse legeraanvoerders hebben al over deze plaats verhaald en zullen volgens sommige onderzoekers de veel oudere Keltische riten van weleer hebben uitgevoerd. Onder deze riten verstaat men: het afknippen van het haar, het baden in zee en het verbranden van iets persoonlijks uit het verleden bij zonsondergang.
In de voor-christelijke periode waren er diverse goden verbonden met de pelgrimage naar Finisterre. Zij waren o.a. bekend onder de namen Mithras, dondergod, gids of beschermer tijdens de tocht door het dodenrijk. Pelgrims naar Santiago plakken er soms nog 3 dagen lopen aan vast om aan de Atlantische Oceaan hun lange tocht bij de vuurtoren aan de baai van Finistera ritueel af te sluiten en aan 'het einde van de wereld' een nieuw leven te beginnen...
Todo pasa y todo queda,
pero lo nuestro es pasar.
Pasar haciendo caminos,
caminos sobre la mar...
De Keltische mythologie is ontstaan als een natuurgodsdienst. Goden werden eerst als dieren gezien, en dieren als goden, want goden konden zich veranderen in dieren. Zij moesten vooral gunstig gestemd worden met offers, soms ook mensenoffers. Toen de Keltische leider Brennus in de 3e eeuw v.Chr. door Griekenland trok en volgens een legende het Orakel van Delphi plunderde, moest hij erg lachen om het feit dat de Grieken zich de goden als mensen voorstelden. Diodorus Siculus schreef dat hij in ieder geval een aantal stenen en houten beelden van goden in Delphi had bespot om die reden. Strabo meldt dat de Kelten er een ingewikkelde godsdienst op na hielden.
Zij geloofden in een instant hiernamaals. Wie stierf werd onmiddellijk herboren, los van goede of kwade daden. Er was slechts een vage scheidingslijn tussen deze wereld en die aan de andere zijde van dit leven. Deze lijn loste op bepaalde plaatsen en tijden zelfs helemaal op en dan liepen doden, goden, geesten en mensen er even allemaal door elkaar. Zo moest men op de feestdag Samhain opletten om niet door geesten te worden meegenomen. Een uitgeholde biet met een kaarsvlammetje erin kon ze wel afschrikken en men kon zich ook als een dode of geest vermommen om ze te misleiden. Er waren weinig door mensenhanden gemaakte heiligdommen. Bergen, open water, vooral bronnen, en ook open plaatsen in het bos, en bepaalde bomen, konden een heilige status hebben. De cultus van heilige bronnen ging al terug tot de bronstijd en werd door de Germanen voortgezet. Galicië heeft twee officiële talen, het Galicisch en het Spaans. De nationale feestdag van Galicië valt op 25 juli, dat is de feestdag van Sint Jacobus - Sant Iago.