Na Jeruzalem en Rome verwierf Santiago de Compostela de status van derde grootste bedevaartsoord, al duurde het, nadat het graf van Sint-Jacob hier in de negende eeuw 'ontdekt' zou zijn, nog ruim tweehonderd jaar voor de pelgrimages goed en wel op gang kwamen. Net als de meeste heiligen werd Jacob vooral aangeroepen bij medische problemen. Wie naar Compostela ging, deed dat om genezing te verkrijgen, onheil af te wenden of nood te lenigen. Tot de apostel werd ook gebeden in geval van verdwenen echtgenoten of wanneer men ongewild kinderloos bleef. Over dat laatste zeiden andersgelovigen na de Reformatie wel eens spottend dat de pelgrim die met vruchtbaarheidsproblemen naar Compostela ging, bij zijn terugkeer zeker enkele koters zou aantreffen - als hij maar lang genoeg weg bleef...