Vanmorgen heb ik afscheid genomen van Thea en Sem toen om 9.00 uur Jo en Tjeu me ophaalden om naar vliegveld Zaventem bij Brussel te rijden. In Zonhoven werd Roger nog opgepikt terwijl op de radio onheilspellende berichten klonken over de naderende aswolk uit IJsland. Jo bood me nog aan om in noodgeval bij zijn zus te slapen in plaats van op de luchthaven, maar dat bleek uiteindelijk niet nodig. Vlucht IB 3203 ging gelukkig nog door, zij het met 45 minuten vertraging. Ik was intussen 3 x gestript, geröntgend en gefouilleerd en mijn toilettas en EHBO kit werden wantrouwend helemaal leeggehaald. Na een rustige vlucht over de besneeuwde Pyreneeën landde ik rond 15.00 uur in Madrid, waar een taxi me naar het busstation bracht aan de zuidkant van de stad. In de bus zat ik naast een Duitse studente die Spaans studeerde in Salamanca. Prettig gezelschap op de lange busreis (2,5 uur) Die bustocht zorgde ervoor dat ik pas om 19.00 uur aan de refugio achter de Catedral Viejo kwam waar de Duitse hospitalera me meldde dat de zaak ´complet´ was. Een stempel kreeg ik wel en ik weet nu in ieder geval dat ik niet alleen op de Via de la Plata loop. Een bed (en een bad) vond ik bij pension Robles op de prachtige Plaza Mayor waar de halfblinde eigenaresse met veel moeite de gegevens van mijn pas overnam. Omdat ik nu niet gebonden was aan de sluitingstijd van de refugio (22.00 uur) kon ik op mijn gemak (buiten) gaan eten bij restaurant ´Erasmus´, waar ik vorig jaar ook al was en me verwonderde over de Hollandse attributen en spreuken op de wanden. Na een zoektocht langs 4 sportzaken vond ik bij de laatste tenslotte een ´baston telescopico´ (wandelstok) en kon ik tevreden naar mijn pension lopen na een laatste capucino op de Plaza Mayor. Op tijd naar bed want morgen wacht een pittige tocht (35 km.) naar El Cubo de la Tierra del Vino en de weersberichten melden veel zon en 20 graden.
Dat belooft wat!
Het is nog niet helemaal licht als ik de deur van pension Robles achter me dicht trek om 07.00 uur. Vanaf de Plaza Mayor gaat het noordwaarts de stad uit langs de Plaza de Toros. Naast de N 630 is intussen een splinternieuwe autobaan aangelegd, waardoor het originele pad naar links verlegd is. Het gaat rechttoe - rechtaan tot het eerste dorpje Castellana de Villiquera waar niets te zien en te krijgen is. Bij de kleine Albergue zijn nog enkele pelgrims toilet aan het maken en langs een groep Romeinse Miliaros (mijlpalen) loop ik verder in ´el campo´. Buiten een kudde schapen, bewaakt door vervaarlijk uitziende honden, kom ik geen mens tegen behalve een groepje pelgrims die op afstand langs de carretera (autoweg) lopen. De zon schijnt en er is geen wind zodat de temperatuur me parten speelt. Onderweg passeer ik de provinciegrens tussen Salamanca en Zamora. Na een lange en weinig opwindende tocht bereik ik om 15.00 uur het einddoel voor vandaag, moe en hongerig omdat ik zonder ontbijt vertrokken was en onderweg was helemaal niets te krijgen. Bij binnenkomst in het dorp cirkelde een enorme roofvogel laag ovet de daken, prachtig! In een tienda doe ik al wat inkopen voor morgen (ik moet beter voor mezelf zorgen) en krijg bij ´Casa Carmen´ te horen dat ze ´complet´ zijn. Bij de refugio is nog plaats en ik arriveer er met 2 Spanjaarden en een Canadees. Eerst maar douchen (dat was nodig!) en wat drinken. De hospitalero slooft zich uit om het iedereen naar de zin te maken. Naderhand ga ik in het dorp iets drinken in een bar en raak aan de praat met een negentigjarige Spanjaard die me vraagt of ik in Fuentarobble bij Vicaro (pastoor) Don Blas heb geslapen. Hij blijkt uit dit dorp afkomstig te zijn. Ik heb inderdaad in zijn refugio overnacht, maar dat was vorig jaar op de eerste helft van de Via de la Plata. Hij vertelt me ook nog dat hij analfabeet is. Verder kan ik hier ook eten vanavond (wel pas na 20.00 uur). De lange weg vandaag was een testcase voor mijn conditie (daar moet nog wat aan gebeuren) en de eentonige route was een goede gelegenheid om mijn hoofd alvast wat leeg te maken. Morgen naar Zamora (32 km.) Hasta Mañana!
Na een rustige nacht (ik had de oordopjes niet nodig) is er zowaar een ontbijtje in de refugio. Philip de hospitalero maakt koffie met een paar instant broodjes erbij en zelfs zuma de naranja (sinaasappelsap). Hij verteld dat de kleine hond die steevast voor de deur ligt, door hem gered is na een ongeluk en sindsdien zijn ze onafscheidelijk. De route loopt noordwaarts het nog slapende dorp uit en het pad gaat op en neer door de maïsvelden waar overal lange verrijdbare sproeiers als monsterachtige insecten over de akkers schuiven. La tierra del vino, zoals de streek heet doet zijn naam geen eer aan met de enkele verspreid liggende en verwaarloosde wijngaarden. Het eerste dorp na 13 km. is Villanueva de Campeán met een kerk, een bar en een refugio waar niemand blijft slapen. Na enkele uren stappen door het golvende landschap is in de verte Zamora te zien, maar het pad is nog lang en de zon zinderend heet. Aangekomen bij de Rio Douro (die bij Porto in de oceaan stroomt) steek ik de oude Romaanse brug over naar het historische centrum waar de kathedraal met zijn aparte koepel de sky-line domineert. De refugio naast de iglesia San Cypriano (nooit van deze heilige gehoord) is een complete verassing! Modern ingericht met alle comfort dat een pelgrim nodig heeft ( denkt te hebben), een hartelijke ontvangst, lekkere douches en morgenvroeg zelfs een ontbijt en dat allemaal donativo! (gratis dus) Ik bezoek later de kathedraal met het bijbehorende museum en het ernaast liggende Castillo, De stad heeft maar liefst 17 Romaanse kerken die allemaal gesloten zijn. Slechts de grote kathedraal is, tegen betaling, te bezoeken. Geen echt christelijk welkom voor de pelgrims op de Camino. Op de Plaza Mayor is het goed toeven en ik ontmoet er Luc, een fietspelgrim uit Luxemburg, op weg naar Porto - de Portugese grens is hier maar 55 km. vandaan. Ook tref ik er weer Dearmot de Engelsman met Ierse roots waarmee ik bij een glas wijn een interessante discussie heb over de zin en onzin van religie, de macht van de priesters door de eeuwen heen, de onvermijdelijke rituelen op de Camino en de menselijke natuur die volgens hem uit drie onderdelen bestaat nl. geld, macht en seks. Onze filosofieën lopen uiteen van Aristoteles tot Thomas van Aquino, maar uiteindelijk vinden we samen dat het toch vooral om de kleine dingen in het leven gaat zoals; vriendschap, een zinvolle invulling van je leven, liefhebben, geliefd worden en het wel en wee van je naaste omgeving. Je bent zo een uur verder. Teruglopend naar de refugio zie ik een affiche van het feest; Santa Maria virgen de la concha (de schelp) De schelp waar Venus in de Romeinse mythologie uit geboren werd in de zee. Botticelli schilderde het. Venus getransformeerd in de maagd Maria met een (heidense) schelp als symbool. Tja, wat is mythologie en wat is ´waarheid´. Wie het weet mag het zeggen.
Het is nog donker als ik vertrek uit Zamora via de Plaza San Lázaro en aan de rand van de stad volg ik de ´Calle General Franco´ (hij is nog overal aanwezig) tot aan Reales del Pan, waar alleen water kan worden bijgevuld. Het belooft een lange en warme dag te worden, dus water is érg belangrijk. Vandaag loop ik samen met Philip, een Franse Canadees, die met een Spaanse getrouwd is en de taal dus goed beheerst. Ik ontmoette hem al eerder en we kunnen goed met elkaar overweg en hebben ongeveer hetzelfde loopritme. Het pad blijft steeds in de buurt van de N630 dus verdwalen kunnen we niet. Na een lange ruk van 16 km. staan we op een kleine plaza in Montamarta, waar weliswaar een refugio is maar verder helemaal niets te krijgen (geen ontbijt dus). Dan loopt het pad omhoog de velden in langs het stuwmeer van Ricobayo om vervolgens over de Meseta naar een natuurpark te lopen. We kiezen voor een alternatieve route die beneden langs de kust van het meer loopt. Van een pad is geen sprake meer en we lopen, strompelen en klimmen over rotsen in de richting van de burchtruïne Castrotorafe die in de verte al te zien is. Ondanks de moeilijkheidsgraad is het een fantastische ervaring en we eindigen vlak onder de muren van de burcht. Het was het kasteel van de ridders van Sint Jacob en uit de restanten van de muren kun je afleiden dat het de proporties van een dorp had. Na de Camino te hebben teruggevonden, stoppen we in een bar in Riego del Camino waar een Spaanse vrouw, Isabel, zich bij ons voegt. We lopen de laatste 6 km. samen door naar Granja de Moreruela. Bij de enige refugio in het dorp is het al aardig druk en er is slechts een soort gymzaal met matrassen op de vloer en alleen koud water. Isabel meent dat er ook een Casa Rural in het dorp is en al zoekende komen we uit bij een prachtig verbouwd huis van Marisol die ons de kamers laat zien, de keuken en de mooie patio. We besluiten om deze keer de refugio over te slaan en even te genieten van de rust en de privacy hier. Ook Philip en Dearmot zien het wel zitten en boeken een kamer. Dearmot was vandaag op de fiets onderweg en werd aangevallen door een grote hond die hem in een been beet. Bij nader inzien viel het gelukkig allemaal wel mee maar de schrik zit er wel in. Later op de middag laten we ons overhalen door ene Francesco om een abdijruïne van de Cistersiënzers te bezichtigen die volgens onze ´gids´ maar 3 km. weg ligt. Het blijken er bijna vijf te zijn en als we op de terugweg niet door een jeep opgepikt waren geworden, was de score voor vandaag 45 km. geweest. Om even te genieten van onze Casa besluiten we om niet in de bar naast de refugio te gaan eten, maar om zelf te koken. Het menu is: Salata mixta - pizza atun y jamon en als postre yoghurt. Met een fles rode wijn del Toro wordt het een gezellige avond met veel discussie en Camino-verhalen in het Frans, Spaans en Engels. Isabel is 52 en reist i.v.m. het werk van haar man van de ene stad naar de andere, met als thuisbasis Barcelona. Hier is ze alleen onderweg en ze is ´vrij´ zegt ze.
Het is tevens weer afscheid nemen van haar want morgen loopt ze verder noordwaarts naar Astorga, terwijl wij naar het westen afslaan richting Ourense. Later op de avond kloppen nog 4 Spaanse fietspelgrims aan de poort die ook willen blijven slapen. Buenas noches y hasta mañana!
Vanmorgen heb ik Isabel niet meer gezien en Philip was waarschijnlijk ook al onderweg toen ik om 7.30 uur vertrok uit de Casa Rural. Eerst ga ik in de richting van de abdij die ik gisteren bezocht, maar al snel moet ik naar rechts en omhoog. Ik passeer een Duitse vrouw die even met me oploopt maar haar tempo is toch wat te traag voor mij dus ik loop alleen verder. Je moet hier goed opletten want de gele pijlen zijn soms moeilijk te vinden. Na geruime tijd bereik ik weer de verharde weg en wordt verrast op een prachtig uitzicht op de Rio Esla en het stuwmeer dat er ligt. Om aan de overkant te komen moet ik over een oude Romaanse brug en aan de andere kant begint een prachtig natuurgebied waar ik door en over de rotsen klimmend, prachtige doorkijkjes heb op het meer en de omringende rotsen. Ik geniet met volle teugen van dit kadootje en op de top, met een schitterend panorama, blijf ik een tijdje zitten, rook een sigaartje en bel even met Thea. De Esla wringt zich hier tussen de machtige rotsen door en de wanden zijn bezaait met prachtige bloemen.
Na een vervallen huis is er weer een normaal pad dat slingerend tussen kurkeiken, steeneiken en olijfbomen door gaat en na enkele kilometers kom ik aan de ingang van de Finca Val de la Rosa, een enorm landgoed waar de stieren gefokt worden die je elke avond op de TV afgeslacht ziet worden.
Ik verbaas me er steeds weer over met welke fascinatie de Spanjaarden (mannen én vrouwen) dit schouwspel avond na avond aanschouwen en er nooit genoeg van lijken te krijgen. Maar ja, Nero wist al hoe je dat doet; brood en spelen (en bloed) voor de massa! De eerstvolgende stop is in een bar in Faramontanos de Tábara waar even later ook de Duitse vrouw uit Paderborn aankomt, evenals twee Spanjaarden en nog een Duitse man uit Ingoldstadt. Je kunt aan de beperkte rugzakken zien dat hier ervaren wandelaars lopen. Bijna niemand heeft nog meer dan 10 kilo op de rug en weet dat je onderweg niet zo veel nodig hebt. Het is nog 8 km. naar Tábara en het pad loopt tussen de velden met de reusachtige verrijdbare sproeimachines. Na nog twee uur lopen bereik ik Tábara waar tot mijn vreugde een Hostal is, want de enige refugio ligt ver buiten het dorp en is al vol (hoor ik). Lekker weer even een kamer voor mezelf en vanavond kan ik hier samen eten met Philip en Dearmot die ook al gearriveerd zijn. Internet in de plaatselijke bibliotheek werkt niet, dus ik moet mijn publicaties even opschorten. Morgen gaat de route naar Santa Maria de Tera en eindelijk eens een doorsnee etappe van 25 km. Dat is me tot nog toe niet gelukt. De temperatuur ligt hier intussen in de middag rond de dertig graden met weinig wind dus het wordt weer vroeg vertrekken om de hitte voor te blijven...