Archief voor: 2010, week 21

27-05-10

Permalink 17:17:50, Categoriën: Dagverslag

Vanmorgen liep mijn wekker af om 6 uur en na een douche en een bekertje yoghurt ben ik om 6.45 uur weer op weg. Ik verlaat het dorp langs de kerk van San Salvador en ben terug op de langgerekte en stenige pistes die ook gisteren al het uiterste vergden van mijn uithoudingsvermogen en geduld. Ook hier wordt met Europees geld aan nieuwe wegen gewerkt en de gele pijlen begeleiden me op een alternatieve route die voorlopig bergop gaat. In de verte voor me zie ik al pelgrims die nóg vroeger dan ik zijn vertrokken en 8 km. verder passeert Dearmot me op zijn fiets. Hij is alweer onderuit gegaan op de hobbelige paden en wil daarom morgen de carretera volgen. Philip schijnt zo´n kilometer achter me te lopen. Op een kruising met een verharde weg staan 4 pelgrims hevig te discussiëren over de juiste richting van de Camino, maar ik volg braaf de gele pijlen en kom in een dorp dat niet in mijn routeboek vermeld is: Villanueva de las Peras. Hier blijkt dat de plaatselijke kroegbaas eigenhandig de route heeft omgeleid langs zijn café om ook wat te verdienen aan de pelgrims. En het werkt, want binnen ontmoet ik 2 Spaanse peregrinos Manolo en Pedro uit Ourense en even later komt ook Philip binnen met 2 vrouwen uit Parijs. Na een servezza en een café con leche ga ik op weg voor de laatste 7 km. over de verharde weg naar Santa Croya de Tera met aan het einde van het dorp de uitnodigende Alberque privado Casa Anita en ik krijg er een bed toegewezen in de dormitorio. (slaapzaal) Verder zijn er ook al diverse Spanjaarden, Fransen, Italianen, Duitsers en 3 Sloveense jonge vrouwen gearriveerd. Na de gezamelijke avondmaaltijd ga ik met Philip en Dearmot één dorpje verder: Santa Marta de Tera over de Rio Tera naar een prachtig Romaans kerkje waar aan de achteringang het oudste beeld (12e eeuw) van Sint Jacob te vinden is. We krijgen ook nog een geschiedenisles in het kerkje en tevreden gaan we terug naar Casa Anita waar de mooie dochter Anna ons nog wat adressen bezorgt voor de komende etappes. De route gaat morgen naar Mombuey en dat worden toch weer 35 km. en dat op zondag!

Permalink 17:43:12, Categoriën: Dagverslag

Na een rustige nacht in de volle dormitorio van Casa Anita word ik rond 6 uur wakker terwijl diverse pelgrims al hun hun muchilla (rugzak) aan het pakken zijn. Van Anita en haar dochter Anna is niets te zien en na een kopje chocomel uit de automaat ga ik op pad. Karin, een Duits vrouw uit Frankfurt, merkt op dat het weer omgaat omdat er wolken aan de hemel verschijnen, zogenaamde ´zirren´. Ze poneert een Duits gezegde; ´Bei frauen und Zirren, da kan man sich irren´ en als ik zo naar haar kijk, twijfel ik daar geen moment aan. Ik loop dan samen mat Philip het dorp uit en via Santa Marta de Tera komen we uit bij de oevers van de Rio Tera. Je ziet hier nog de restanten van een verouderd irrigatiesysteem dat nog uit de tijd van Franco stamt. Niets functioneert meer en de goten staan droog. Men heeft hier de concurrentiestrijd met meer vooruitstrevende gebieden in Europa verloren en de jonge mensen trekken weg uit de streek. Er staan grote huizen leeg en een Spanjaard vertelt dat deze huizen gebouwd zijn door de voormalige gastarbeiders in Duitsland, Nederland en Oostenrijk en ze bouwden van hun zuurverdiend geld zo´n grote huizen in de verwachting dat hun kinderen (en kleinkinderen) kwamen inwonen, hetgeen niet gebeurde. Nu zijn ze vrijwel onverkoopbaar omdat niemand hier meer wil wonen. Ook de wijnvelden van dit ´Tierra del Vino´ liggen er verwaarloosd bij, maar wel zijn er nog overal de bodega´s die in de lemen heuvels zijn verborgen en waar de wijn, die ze nu elders kopen, opgeslagen wordt. Iedere zichzelf respecterende Spanjaard heeft hier zijn eigen bodega. Na 18 km. naderen we Rio Negro del Puente, waar op zondagmorgen al volop gevist wordt in de stroomversnellingen van de rivier. Na een drankje en wat tapas ga ik alleen verder en het landschap wordt langzaam meer geaccidenteerd met in de verte de bergen waar nog sneeuw op ligt. Ik loop echter te zwoegen in de felle zon met 35 graden C. Uiteindelijk kom ik aan in Mombuey met een kleine (volle) refugio, een gesloten Hostal en een soort wegrestaurant ´La Ruta´ waar ik gelukkig een kamer krijg en waar ik straks ook iets kan eten. Philip en Dearmot arriveren een tijdje later ook en zo heb ik ook nog wat gezelschap vanavond. Morgen gaat het verder naar Palacio de Sanabria, ook weer een klein dorp waar er nog vele van zullen volgen deze week.

Permalink 18:22:33, Categoriën: Dagverslag

Vanmorgen heb ik op mijn gemak gedouched, mijn rugzak gepakt en samen met Philip ´La Ruta´ achter me gelaten. In het dorp is al een bar open waar we koffie kunnen krijgen voordat we vertrekken. Langs een aparte kerk uit de 13e eeuw met een slanke Romaans-Gotische toren waar een stenen stierenkop uitsteekt komen we weer op de Via Mozarabe. Na een gele pijl te hebben gemist (het is nog vroeg) gaat ergens een raam open en een vrouw roept ons terug en zegt dat we verkeerd lopen. Er wordt goed op je gelet! Parallel aan de carretera loopt het pad naar het gehucht Cernadilla waar het enige café, met een merkwaardig groot stenen kruis voor de gevel, intussen gesloten is. Niets meer te verdienen in dit vervallen dorp. We eten en drinken dus maar wat buiten op de stoep. Het landschap wordt intussen steeds meer ´montañoso´ (bergachtig) en de bloemenpracht is oogverblindend. Er staat zeer veel witte brem tussen de kurkeiken. In het volgende dorp San Salvador del Palazuelo staan voornamelijk ruïnes en leegstaande huizen en het pad leidt langs de oude Hermitage de Santiago waar je in de klokkentoren kunt klimmen. Onderweg naar het volgende dorp lopen we langs het stuwmeer Embalse de Cernadilla en na nog eens 3 km. is er een dorp Asturianos dat opvalt door de authentieke bouwstijl van de streek met een mengelmoes van kleuren groen. Na de langgerekte, vaak eentonige pistes in het eerste deel van de Camino na Salamanca, is het landschap een verademing en ik loop in de zon te genieten van de mij omringende natuur. In het laatste stuk vandaag, waar de carretera een alternatief biedt, kiezen we voor de zompige originele route die verassend mooi blijkt te zijn. Dan bereiken we Palacio de Sanabria waar we onderdak vinden bij Theresa die zich als een moeder over ons ontfermd en vrijwel direct een heerlijke maaltijd serveert met een fles (zelfgemaakte) wijn van het huis. Wat later bezoek ik het dorp en erger me aan de manier waarop een paard is vastgebonden. Er loopt een ketting van zijn hals naar zijn rechterbeen die zo kort is dat hij, om recht te kunnen staan, op 3 benen moet balanceren. Om op 4 benen te staan moet hij diep bukken. Als een vrouw ziet dat ik er een foto van maak komt ze met haar zoon naar me toe. Ik vraag haar waarom het paard zo behandeld wordt en ze zegt dat het nodig is omdat het paard erg sterk is. Onzin natuurlijk want er loopt ook nog een ketting van het linkerbeen naar een ijzeren pin die in de grond geslagen is. Ze maken de halsketting los, de zoon haalt een emmer water voor het paard en klimt er zelfs even op om te laten zien dat ze goed met het beest omgaan. Ik denk echter dat ze zich toch wat ongemakkelijk voelden toen ze zagen dat ik een foto van de situatie maakte. Terug bij Casa Theresa blijkt de Albergue vol te zijn met de aangekomen Spanjaarden Manolo en Pedro, een Duitser van de Bodensee met ezel (Janusch) twee Duits vrouwen die ik intussen al ken en de drie Sloveense vrouwen die nu in gezelschap zijn van een hippie-achtige Spanjaard die hen tracht te imponeren. Hij wil vanavond een rituele dronk uitbrengen op de Camino met verwarmde aquadente (een zeer sterke drank) maar ik heb geen behoefte aan een opgedrongen ritueel en wens hem veel succes bij de drie vrouwen die ingaan op zijn avances en zich (voorlopig alleen) de hand door hem laten lezen. Zo gaat iedereen zijn of haar eigen Camino. Morgen is er de eerste bergetappe naar Requejo (28 km.) dus ik ga op tijd slapen.

Permalink 18:57:48, Categoriën: Dagverslag

Zonder ontbijt, maar wel gedouched verlaat ik samen met Philip Casa Theresa en vinden na enig zoeken het pad dat omhoog het bos in gaat. De twee Spanjaarden nemen de carretera om geen risico te lopen. Het pad is weliswaar erg drassig en soms vormen de beekjes wel een obstakel maar verder is het een prachtig pad om te volgen. Het eerste dorpje Remesal wordt al snel bereikt en na 8 km. volgt het vervallen gehucht Triufé waar bijna niets meer overeind staat. Je krijgt wel een indruk hoe het harde leven hier zo´n vijftig jaar geleden uitzag. Gestapelde muren, (zonder cement) eenvoudige armoedige huizen waar het vee beneden stond en de mensen daarboven leefden. Huizen in een soort vakwerk met leem over een vlechtwerk dat hier van touw gemaakt werd. Na diverse holle wegen met veel modder, komen we in Otero de Sanabria waar in het kerkportaal van het oude Romaanse kerkje in een eigenaardig reliëf in keramiek te zien is hoe de Middeleeuwse mens zich de hel voorstelde. (of beter gezegd; hoe hun door priesters duidelijk gemaakt werd wat hen te wachten stond als ze zich niet aan de regels van de kerk hielden) Het is in bijna elke religie hetzelfde verhaal; een systeem gebaseerd op angst, schuld en boete, om de gelovigen in het gareel te houden en de macht van de priesters te consolideren en uit te breiden. Gelukkig dat die macht steeds meer ondergraven wordt en mensen zelf gaan nadenken. De verassing van vandaag is Puebla de Sanabria, ooit het stadje waar alles om draaide in deze streek. Daarvan getuigt een monumentale burcht uit de 14e eeuw die we bereiken door na de overtocht over de Rio Esla zo´n 200 trappen te bestijgen. We komen uit op de rustieke Plaza Mayor met het Gemeentehuis en de Romaanse kerk Nuestre Señora del Azoque uit de 12e eeuw. In het kerkportaal zijn beelden van twee apostelen en Adam en Eva, danig geërodeerd door de tijd. Vanaf de burcht hebben we een prachtig uitzicht over de streek en het ´Lago de Sanabria´. Pueblo is een prachtig Middeleeuws stadje, boven op een heuvel met pittoreske straatjes en het doet me denken aan Vezelay in Frankrijk. Na een bezoek aan de majestueuze burcht drinken we een glas wijn in een mooie oude bar op de Plaza Mayor en brengen er een uurtje door. Philip (67) leeft in Quebeck en was leraar Frans. Hij heeft aangetrouwde Familie in Spanje en Engeland en spreekt vloeiend 3 talen. Het is aangenaam gezelschap voor mij en ik voel dat dit wederzijds is. Als we het stadje verlaten begint her stevig te regenen en ik heb voor de eerste keer mijn poncho nodig. Het is nog 12 km. naar Requejo en die leggen we af in de regen met na Terroso nog een gedeelte van de historische Via Mozarabe met de originele bestrating. In Requejo vinden we onderdak in Albegue privado ´Casa Serviño´ waar Marisol een kamer voor me heeft, waar ik de was kan doen en in het naastgelegen restaurant ´huevos con jamon´ (eieren met spek) kan gaan eten.
Morgen naar Lubián - 22 km.

Permalink 19:00:01, Categoriën: Dagverslag

Om 6 uur loopt mijn wekker af. Mijn kleren zijn gelukkig weer droog na de hevige regen van gisteren. Na een kop koffie ga ik met Philip op pad met de poncho bij de hand want voor vandaag is er ook weer regen gemeld. De slechte weersberichten zorgen ervoor det de meeste pelgrims vandaag voor de carretera kiezen in plaats van de mooie route door de bergen. Ik voel echter niets voor 22 km. asfalt en loop met Philip omhoog door de Sierra Sanabria. De bergpaden zijn verassend mooi, ondanks dat er wel wat water in de holle paden staat. Het is volop genieten in de mooie natuur en zeker als even de zon door de wolken breekt en zorgt voor fotogenieke momenten. Het pad loopt constant langs een nooi rivierje met stroomversnellingen en watervalletjes. Na enkele ueren lopen rusten we uit bij een steengroeve en dan gaat het verder bergop in de richting van twee spektaculaire bruggen die het dal overspannen. Je kunt door een tunnel over de autoweg naar de andere kant van de berg lopen, maar wij nemen de oude pelgrimsroute over de Padornelo-pas op 1360 mtr. hoogte. Afdalend komen we in het dorp Padornelo, waar we in de plaatselijke bar annex winkel voor streekkazen, worsten en grote hammen, een bocadillo en een glas wijn nuttigen. De kroegbaas is zeer communicatief en we blijven er ruim een uur voor we afdalen over de authentieke paden van de Via Mozarabe naar het dorpje Aciberos, genietend van de schitterende natuur en de prachtige panorama´s. De sfeer in het dorpje is al echt Gallicisch en er is een zeer apart horizontaal ijzeren molenrad dat aangedreven wordt door een omlaagvallend beekje. Na 4 km. is daar Lubián, waar we een bed vinden in Casa Rural ´Pachaca´ waar Maria ´s avonds heerlijk voor ons kookt. Morgen moeten we een tweede pas overwinnen, de A Canda pas die tevens de grens vormt met de Provincie Gallicië.

2010
 << Huidig>>
Jan Feb Mrt Apr
Mei Jun Jul Aug
Sep Okt Nov Dec

Zoeken

multiple blogs