26-12-10

Permalink 23:15:45, Categoriën: Voorbereiding

Na mijn laatste twee voettochten door Spanje op de Via de la Plata met onderweg schitterende natuurgebieden, interessante steden en dorpen en met name de cultuur-historische context waarin je daar rondzwerft, is er in mij opnieuw het verlangen om weer op pad te gaan. Daarbij speelt de gedachte aan mijn eerste ervaringen op de Via Francigena in Italië in 2007 (van Florence naar Assisi) een belangrijke rol. Geïnspireerd door het boek van Kees Roodenburg: ‘Een Franciscaanse voetreis’, waarvan ik onlangs de meest recente editie heb besteld, heb ik aan het einde van dit jaar het besluit genomen om in 2011 het 2e gedeelte van deze Via Francigena (tussen Assisi en Rome) te gaan lopen. Al heb ik voor het volgen van deze historische pelgrimsweg geen enkel religieus motief; er is wel nog steeds de fascinatie voor de mythologische verhalen over Franciscus en zijn tijdgenoten. Die liefde voor mythologie dank ik aan mijn leraar mythologie en kunstgeschiedenis op het Bisschoppelijk College in Sittard - Dhr. Van Nispen tot Pannerden (een Jezuïet) die meeslepend en beeldend over deze 'fantastische' verhalen kon vertellen. Wat me daarnaast vooral weer motiveert is de ‘schatkamer’ aan kunst en cultuur in Italië.
De prachtige architectuur, de schilder- en beeldhouwkunst en de literatuur uit de Renaissance. Een tijdperk van ‘verlichting’, waarin de wetenschap én de kunst zich kon losmaken van de starre dogmatiek van de kerk en ik denk dat het deze nooit eerder vertoonde vrijheidsdrang is die mij zo aanspreekt. Het voorbereiden en het me inlezen voor deze tocht was weer een vreugde op zichzelf en ook bracht het veel herinneringen en vervaagde kennis terug. Het reisverhaal van dit historische pelgrimspad wordt dan ook niet alleen een bundeling van alle individuele dagverslagen, maar geeft voor geïnteresseerden de nodige achtergrond-informatie, een beknopt tijdsbeeld en enig inzicht in het leven en de motieven van Franciscus, in wiens voetstappen ik opnieuw zal treden op deze weg...

Zie ook deel 1 van Florence naar Assisi (2007) bij: Reisverhalen.

Permalink 23:23:11, Categoriën: Voorbereiding

'Naar Rome dus, zoals het hoort. In het spoor van velen die mij zijn voorgegaan.
Om te zien wat er overgebleven is. Anno Domino 2011 afrekenen in de betekenis van opnieuw mijn ‘positie bepalen’ tegenover dogmatisme, agnosticisme, katholicisme en atheïsme… Het moet Rome zijn en niet Jeruzalem zijnde te ver, te vreemd. Geen zoektocht naar een schriele, zachtmoedige en fanatieke Jood, maar naar het mausoleum dat op zijn graf gebouwd is: een reis van tempel naar kruis. Ik besef ook dat deze pelgrimage alleen een pathetische kan zijn, zonder geloof en hoop en uitgevoerd door iemand voorbij ‘het midden der levensbaan’. Nu kan het nog. Niet vanuit een gezichtspunt van de eeuwigheid: het sub specie eaternitas van Spinoza, maar vanuit het sine ira et studio van Tacitus, zonder rancune of sympathie. Zal het een pelgrimage zijn van een ex-katholiek? Jong genoeg om ontsnapt te zijn aan de terreur die een katholieke opvoeding voor velen geweest is, oud genoeg om vertrouwd te zijn (geweest) met dogma’s en tradities. Met het Latijn dat ik als misdienaar heb gezongen voordat ik het begreep. Iemand die voeling heeft met die traditie zonder zich er al te zeer bezwaard door te voelen. Te laat geboren voor de barricaden, plukte ik de vruchten van een door anderen gevoerde strijd. Ik hoefde niet echt meer bevrijd te worden. Ik weet niet meer zeker wanneer ik het geloof heb verloren. Heb ik het ooit gehad of was ik ook slechts grondig geïndoctrineerd zoals zovelen? Ik beschouw het geloof als een tweedehands jas die ik ooit gekregen heb, die ik onderweg heb uitgetrokken en aan de kapstok gehangen. Een ding is bij dit alles zeker. Er was iets ongehoords aan de gang tijdens mijn jeugd. Een wereldmacht werd onschadelijk, tenminste in Europa. Een vormentaal ging verloren in één generatie. De estafettestok werd voor het eerst in tweeduizend jaar niet, nauwelijks of slecht doorgegeven aan de volgende generatie. Een hele cultuur kwam knarsend tot stilstand, rituelen werden hol en codes verdwenen. Het gebeurde bijna geruisloos, het drong niet echt door terwijl het aan het gebeuren was en het liet de meeste mensen onverschillig. Ook ik stond er destijds niet echt bij stil. De kerk van nu is een ark van Noach geworden, dobberend op een oceaan van onverschilligheid en er lijkt geen land in zicht'.

Naar: 'de verloren weg' (Luc de Voldere)

Maar ik wist wel dat ik ééns terug moest naar Rome, om er nu te voet aan te komen. Om al mijn ‘pelgrimages zonder God’ af te sluiten bij het graf van Rafaël Santi in het Pantheon, die eeuwen-oude tempel voor álle Goden die de mensheid zichzelf bedacht heeft doorheen de geschiedenis, om zich enigszins te kunnen verzoenen met de eigen eindigheid…

'Roma locuta, causa finita.' (Als Rome gesproken heeft, is de zaak afgedaan)
Augustinus - Romeins filosoof, theoloog en kerkvader (354-430)

Permalink 23:35:25, Categoriën: Algemeen

Franciscus van Assisi is geboren in Assisi en leefde van 1182 tot 1226.
Hij was een zoon van een lakenkoopman. In zijn jeugd leefde Franciscus een losbandig leven. Hij streefde er naar om ridder te worden. Na een veldslag tussen Assisi en Perugia werd hij gevangen gezet. Daarna werd hij ziek.Toen Franciscus beterde trof hem het lijden van melaatsen, die in die tijd volledig uit de samenleving werden verstoten. Hij verzorgde de melaatsen en het was aanleiding voor hem om zich te bekeren tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen. Later kreeg hij een visioen in het kerkje van San Damiano. Jezus aan het kruis zei hem: 'Ga en herstel mijn huis'. Hij trok zich als kluizenaar terug in eenzaamheid en wijdde zich aan de melaatsen, het herstellen van het kerkje en aan het gebed. Zelf wilde hij de allerarmste zijn en bedelde zijn dagelijks voedsel bij elkaar. Hij deelde het voedsel met de armen, die nog minder hadden dan hij. Zijn vader vond dat hij een 'dorpsgek' was geworden en probeerde hem te laten terug keren naar het wereldse leven. Franciscus legde op een plein al zijn kleren aan de voeten van zijn vader, waarop de bisschop zijn mantel om hem heen sloeg. Franciscus gaf alles wat hij had terug aan zijn vader. Vanaf dat moment ging hij zijn eigen weg. Hij zette zijn restauratiewerk aan de kerk voort. Toen San Damiano klaar was, begon hij met de restauratie het kerkje Portiuncula. Twee burgers uit Assisi werden door zijn levenswijze aangetrokken. Met zijn drieën gingen zij op zoek naar evangelieteksten, die hun leven richting zouden geven. In armoede leven en rondtrekken om vrede en bekering te prediken. De twee mannen verkochten hun bezit en deelden de opbrengst uit aan de armen. Ze hadden geen vaste woon- of verblijfplaats. Ze hielpen melaatsen, werkten als dagloners en bedelden voor hun levensonderhoud. Zij noemden zich de minderbroeders. Toen Franciscus elf minderbroeders had, in 1209, trokken ze naar de paus in Rome om toestemming te vragen voor hun levenswijze. Zij kregen de goedkeuring van de paus. In 1212 kwam een vrouw naar de broeders. Clara, die uit een adellijke familie stamde, wilde meedoen. Zij ging in een klooster bij het kerkje van San Damiano wonen. Andere vrouwen gingen haar levenswijze delen in allerlei andere kloosters. Franciscus was de leider van de broeders. Hij ging voort met prediken. Soms trok hij zich weken terug voor gebed. In 1217 spraken ze af, dat ze ook buiten Italië gingen missioneren. Franciscus wilde graag meetrekken, maar de kardinaal verhinderde dit. Volgens hem was Franciscus in Italië onmisbaar, vooral in het contact met de pauselijke curie. Na twee jaar ging Franciscus toch naar het Midden Oosten, waar hij de leider van de kruistochten trachtte te overtuigen van de zinloosheid van de actie. Toen dat niet lukte liep hij naar de sultan van het Moslimleger en probeerde hem christen te maken, maar dat mislukte. Terwijl hij in het Midden-Oosten was hoorde hij, dat het misging met de broeders in Italië. Hij keerde terug naar Italië.
Bij zijn terugkomst vroeg hij de kardinaal als beschermheer van de orde. Hij trad af als algemeen leider van de orde. Zijn zwakke gezondheid had geleden onder de reis naar Egypte. Franciscus bewees de orde nog één grote dienst. In 1223 maakte hij een nieuwe (beknopte) 'regel' op basis van de eerste orderegel die hij voor de minderbroeders in 1209 had opgesteld. Intussen groeide Franciscus uit tot een levende heilige. In 1224 trok hij zich terug op de berg La Verna. Hij leed aan zware depressies. Op La Verna kreeg hij een verschijning van een gekruisigde engel. Toen hij over de betekenis daarvan nadacht, verschenen (volgens de overlevering) in zijn handen, voeten en zijde de 'stigmata' (wondtekens) van Christus. Zijn gezondheid ging verder achteruit. Hij maakte een laatste preektocht en verbleef een tijdje bij Clara in San Damiano. Daar dichte hij na een droom zijn beroemde 'Zonnelied'. De laatste maanden bracht de kardinaal hem naar artsen in Rieti en Sienna, maar het mocht niet baten. Hij werd geruime tijd verpleegd in het bisschopshuis in Assisi.
Franciscus stierf tenslotte in Portiuncula op 3 oktober 1226.

'Gelukkig de mens die zijn naaste in diens broosheid draagt, zoals hij door hem gedragen wil worden, als hij in een soortgelijke situatie verkeert.'

Franciscus van Assisi.

Permalink 23:38:44, Categoriën: Algemeen

Assisi is een historische stad in de Italiaanse regio Umbrië met ongeveer 25.000 inwoners. De stad van de 13de-eeuwse heiligen Franciscus en Clara van Assisi een bekende bedevaartsplaats, die ook door toeristen gewaardeerd wordt vanwege haar heuvelachtige, smalle straatjes en pittoreske winkeltjes. Assisi biedt een imposant uitzicht: de stad is gebouwd op de helling van een heuvel die links het dal van Spoleto overziet tot rechts Perugia op zo'n 15 kilometer afstand. Zij is legendarisch omwille van haar mooie warm-witte kleur en silhouet, gedomineerd door de basiliek en de burcht ('Rocca Maggiore') op de heuveltop, aan de voet van de groene 1290 meter hoge ‘Monte Subasio’. De belangrijkste toeristische attractie van de midden-Italiaanse stad is de mooie en indrukwekkende Sint-Franciscusbasiliek. Deze kerk werd in de 13e eeuw gebouwd op het graf van de heilige Franciscus. Zij bestaat uit crypte, benedenkerk en bovenkerk. De kerk werd in 2000 op de lijst van Werelderfgoed van de Unesco geplaatst. De Duomo, gewijd aan San Rufino, is gebouwd in Romaanse stijl (te herkennen aan de vele rondbogen) en herbergt in een klein museum enkele schilderijen; ook de crypte met archeologische vondsten is de moeite waard. Zo zijn er nog enkele kerken van rond de 12e eeuw. De stad in zijn geheel heeft de Middeleeuwse sfeer bewaard. Iets buiten de stadsmuren ligt het klooster van San Damiano, dat eveneens zeer authentiek is gebleven. De Basilica di Santa Maria degli Angeli (Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van de engelen) is een monumentale kerk uit de late Renaissance die zich aan de voet van de heuvel van Assisi bevindt, in de Frazione (buurtschap) Santa Maria degli Angeli. De basiliek is gebouwd over het kleine kerkje Portiuncula, dat door Franciscus 'in opdracht van God' werd hersteld. Het grootste plein van Assisi, de Piazza del Commune, wordt gedomineerd door de zuilen van de Romeinse Tempel van Minerva, die bewaard is gebleven omdat men er in later tijden een kerk achter gebouwd heeft. In de veertiende eeuw werd hier het Palazzo del Popolo gebouwd, het gemeentehuis, dat nog steeds in gebruik is.
De volksmacht die in de dertiende eeuw, zoals in veel Umbrische steden, de kerkelijke en wereldlijke heersers verdreef, is te herkennen in het Palazzo del Capitano del Popolo, voorzien van een massieve toren. Op 26 september 1997 werd Assisi getroffen door een zware aardbeving. Er vielen vier doden. De basilica di Francesco werd ernstig beschadigd en een deel van het gewelf stortte in.
De beroemde fresco's van Giotto over het leven van Franciscus werden voor een groot deel beschadigd. De kerk werd gedurende twee jaar gesloten wegens restauratiewerkzaamheden. Van de wanden van de crypte, die onder de beroemde basiliek van Assisi is gelegen, is onlangs een in decennia opgebouwde dikke laag rook en as verwijderd. Hoewel het slechts om een geringe renovatie ging, is de originele roze steen weer goed zichtbaar. Eerder werden al de fresco's van Cimabue en Giotto opgeknapt.

Permalink 23:41:32, Categoriën: Algemeen

Rome (Italiaans: Roma) is de hoofdstad van Italië en tevens hoofdstad van de regio Lazio en de provincie Rome. De stad Rome heeft ca. 2,7 miljoen inwoners. Door de stad, gelegen in het midwesten van het Apennijns schiereiland, stromen de rivieren de Tiber en de Aniene. De geschiedenis van Rome strekt zich uit over 2500 jaar en de stad heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld als een van de belangrijkste steden van de Westerse cultuur. Het was de hoofdstad van het Romeinse Koninkrijk, de Romeinse Republiek en het Romeinse Keizerrijk. Sinds 1871 is Rome de hoofdstad van Italië. Rome is ook de zetel van de paus, die het gezag voert over de dwergstaat Vaticaanstad, een enclave binnen de stad Rome. Rome is oorspronkelijk gebouwd op zeven heuvels, maar strekt zich inmiddels uit tot aan de Tyrrheense zee.
Het historische stadscentrum bevindt zich op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Bekende bezienswaardigheden zijn het Colosseum, het Forum Romanum, het Pantheon, de Sint-Pietersbasiliek, de Trevifontein en het Monument van Victor-Emanuel II. De oudste musea van Rome zijn de in 1471 opgerichte Musei Capitolini, die in aanvulling op de grotere Vaticaanse Musea tot de belangrijkste kunstcollecties van de stad behoren. De Villa Giulia, het zestiende-eeuwse landhuis van Paus Julius II, huisvest een uitgebreide collectie van oude Etruskische en Romeinse kunst. In de Villa Borghese, het paleis van de familie Borghese, wordt de kunstcollectie van deze familie tentoongesteld, die hoofdzakelijk bestaat uit schilderijen en sculpturen. In een door Michelangelo ontworpen klooster bevindt zich het ‘Museo Nazionale Romano delle Terme’. Hier wordt Griekse en Romeinse kunst tentoongesteld. Ook van belang zijn de galerieën in het Palazzo Doria Pamphili en het Palazzo Colonna, de Renaissancistische bronscollectie in de Palazzo Venezia en de schilderijencollectie van het Palazzo Barberini.

Permalink 23:45:27, Categoriën: Algemeen

Het Pantheon (Grieks: πας 'pas' - elke / θεος 'theos' - god) is een gebouw in Rome dat als tempel werd gebouwd tussen 118 en 125 na Christus. Het is nu in gebruik als Rooms Katholieke kerk. Pantheon betekent 'gewijd aan alle goden'. Het oorspronkelijke gebouw dateert uit 27 v. Chr. en werd gebouwd onder het consulschap van Marcus Agrippa. Op de gevel aan de voorzijde staat een grote tekst in bronzen letters: M · AGRIPPA · L · F · COS · TERTIUM · FECIT. Dit betekent: 'Marcus Agrippa, zoon van Lucius, voor de derde maal consul, heeft dit gebouwd'. In 80 n. Chr. werd deze tempel tijdens de grote brand die Rome teisterde, verwoest. In 125 liet keizer Hadrianus het Pantheon geheel herbouwen. Na de val van het West-Romeinse Rijk bleef het Pantheon in bezit van de Byzantijnse keizers, hoewel zij geen werkelijke macht meer hadden in Rome. Keizer Phocas schonk de tempel in 609 aan Paus Bonifatius IV. Deze Paus maakte van het Pantheon een kerk, de Santa Maria ad Martyres. Om deze reden is het Pantheon nooit afgebroken, wat met de andere heidense tempels in Rome helaas wel gedaan is. Vanaf de Renaissance werd het Pantheon ook gebruikt als begraafplaats voor vooraanstaande Italianen, zoals Rafaël Santi en Victor Emmanuel II. Het Pantheon is wonderwel nog in zeer goede staat, maar mist de bronzen dakbekleding van de koepel. In opdracht van Paus Urbanus VIII Barberini is de bronzen omlijsting van de cassettes in het gewelf en de bronzen ornamenten van de zuilengang omgesmolten. Dit brons is door Bernini gebruikt om er het baldakijn boven het graf van Petrus in de Sint-Pietersbasiliek van te laten gieten. Dit werd als een grof schandaal beschouwd en leidde tot een beroemd geworden uitspraak: quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini, vrij vertaald: 'wat de Barbaren niet hebben gesloopt, hebben de Barberini wel afgebroken'.

27-12-10

Permalink 00:01:32, Categoriën: Algemeen

De geschiedenis van de Romeinse religie, gaat terug tot het vroege 1e millenium v. Chr. maar neemt pas aan het begin van de 3e eeuw v.Chr. vaste vorm aan. Zij behoort, zoals het overgrote deel van de antieke religies, tot de polytheïstische volks- en stammenreligies. Zij wordt gekenmerkt door een veelvoud aan riten die als doel hadden de natuurlijke en publieke orde te handhaven. Daarin wijkt zij af van religies die het heil van het individu als doel hadden en hebben, zoals het christendom. Haar praktisering als verplichte staatsgodsdienst van het oude Rome eindigde met de tolerantie-edicten van 311 en 313 n.Chr. ten gunste van het christendom. Ze verdween aan het begin van de 6e eeuw. Het begrip religio verbonden de Romeinen aan het werkwoord religere (herlezen, nauwgezet in acht nemen). De andere, ook mogelijke, herleiding tot religare (opnieuw binden) vond sinds de keizertijd in het bijzonder ingang in het Christelijk milieu. Zo duidt religio in het tweede geval de persoonlijke binding van de mensen aan een transcendente macht (God), in de eerste de zorgvuldige inachtname van de traditionele cultische gebruiken, die de betrekkingen tussen de menselijke en de 'heilige' sferen moest herstellen. Het uiterlijke verkeer met de goden had het wederkerige karakter van de do ut des-mentaliteit (ik geef opdat jij zou geven): men vervulde de rituele plichten en deed iets voor de goden, waarop men van dezen - zelf ook niet boven de normen staand, maar aan deze gebonden - een tegenprestatie verwachtte. Zonder dat zich daaruit een gebrekkige innerlijkheid van de religie deed blijken, overheerste in de voor-Christelijke tijd het begrip van religio als de som van de gehele cultuspraktijk, die mensen en goden aan elkaar bond. De opname van de goden van andere volkeren door integratie in de eigen godenwereld (de interpretatio Romana) was een kenmerk van de uiterst pragmatische kijk van de Romeinen op religieuze kwesties. Nog sterker toont zich dit pragmatisme in de exoratio, waarmee een godheid van een vijandelijk volk als het ware werd gevraagd zijn gunsten voortaan aan Rome te schenken. Dit gebeurde bijvoorbeeld met de stadsgodin van Veii, die in Rome als Iuno Regina werd vereerd; met de Latijnse oorlogsgoden Castor en Pollux die, tijdens de slag bij het Regillusmeer rond 496 v. Chr. door de Romeinse legeraanvoerders werden gevraagd over te lopen en in het gebed van Scipio Minor tot de Punische goden na de verovering van Carthago.

:: Volgende >>

Mei 2012
Maa Din Woe Don Vrij Zat Zon
 << <   > >>
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      

Voettocht naar Rome, als vervolg op de voettocht naar Assissi in 2007.

Zoeken

powered by b2evolution